Blote benen, nors gelaat

De bosrijke, heuvelachtige omgeving van Nijmegen heeft een grote aantrekkingskracht op wandelaars. Bij de nieuwste wandelroute draait het eens niet om die natuurpracht. Ze voert langs modefoto's in abri's.

Nijmegenaren zijn vindingrijk als het gaat om expositieruimtes. Begin jaren tachtig kregen beeldend kunstenaars enkele stadsbussen ter beschikking die ze mochten beschilderen. Zo reed er een kunstbus rond met zebraprint en een exemplaar met oogverblindende kleuren. Toen de bussen weer uniform moesten zijn, boden de winkeliers hun etalages aan als alternatief van een galerie. Achter de ramen van onder meer de Hema en de plaatselijke sekswinkel Maison Pour Vous exposeerden kunstenaars negen zomers lang hun werk. Het project werd dit jaar wegens financiële problemen voor het laatst georganiseerd en meteen kwam er een nieuw initiatief voor in de plaats. Sinds maandag

avond hangen elf werken van verschillende modefotografen verspreid door de stad. In 99 reclamezuilen.

De route langs die zuilen voert door de historische binnenstad van Nijmegen. Een nors kijkend meisje dat zo perfect is dat ze bijna van plastic lijkt, siert een abri in de buurt van het statige beeld van Keizer Karel. Auto's razen voorbij. Even verderop schuifelt het winkelende publiek langs een foto van een stel blote vrouwenbenen met enorme laarzen aan de voeten. De wandelroute, die ongeveer een half uur in beslag neemt, eindigt bij het Valkhof, het parkje met de resten van het keizerlijk onderkomen.

Elf Nederlandse fotografen werken mee aan het project, genaamd `Tegenlicht'. Onder hen bevinden zich bekende namen als Wendelien Daan en Cornelie Tollens. De meeste van deze fotografen studeerden af aan de kunstacademie, zijn eind twintig en werkten voor tijdschriften als Blvd, Dutch, Vogue en Elle.

,,De nieuwe lichting modefotografen'', zo omschrijft Joyce Pennekamp, een van de initiatiefnemers, de groep. Nieuw aan de fotografen is volgens haar dat ,,ze kunstenaars zijn die mode vastleggen. Het gaat ze meer om de persoonlijke visie en minder om de mode an sich''.

Kenmerkend aan het werk is dat de mode soms wel heel ver te zoeken is. Op de foto van een paardenposter met een schaduw van een lama erop geprojecteerd, komt geen kledingstuk voor. Het beeld van vier oudjes in een zwembad, van wie er één een zak over het hoofd heeft getrokken met het gezicht van een jong model, is zelfs eerder als parodie op modefotografie op te vatten.

De fotografen ,,zweven'', volgens Pennekamp tussen media en kunst. ,,Als je hun foto's in een museum hangt, dan is het kunst. In een tijdschrift zijn ze niet meer dan modefotografie''.

De organisatoren spelen met die vage status. De blauwmetalen reclamezuil krijgt de functie van een schilderijlijst door de verrassende en bijzondere beelden die erin geplaatst zijn. En om het contrast met reclameposters te vergroten, bevatten de foto's geen tekst en geen credits. Maar de modefoto's hebben, juist doordat ze in abri's hangen, nog wel iets weg van reclame. Bovendien verwacht je van een straat niet dat deze wordt ingericht als museum en ben je geneigd de foto's toch als zodanig te beoordelen. ,,Het moet mensen aan het denken zetten'', aldus Pennekamp.

Het grote risico van exposeren op straat is diefstal. In het verleden werden abri's regelmatig gesloopt voor babes als Pamela Anderson en Tatjana in reuzenformaat. Maar Pennekamp is nergens bang voor: ,,Volgens een man van Publex is Nijmegen abrivriendelijk.''