Bij Gergjev is Bruckner rauw

Vier seizoenen geleden al dirigeerde Valery Gergjev het Rotterdams Philharmonisch Orkest in Anton Bruckners laatste en onvoltooid gebleven Negende symfonie. Deze week is hij opnieuw driemaal in het werk te beluisteren met een zeer uitgesproken visie, die gisteravond in de uitwerking echter nog niet geheel gepolijst bleek.

Gergjev benadert Bruckner als een componist van rauwe klanken. Zijn weergave van het eerste deel van diens zwanenzang ging voorbij aan de gebruikelijke overdonderende vergezichten, en verlegde de nadruk naar de wringende, schurende passages in de partituur. Niet de zwelgende strijkersklank kreeg het voetlicht, maar gespleten blazersmotieven die als kermende nachtvogels het strijkerscorps doorkliefden.

Ook in het Scherzo legde Gergjev een ongehoorde Bruckner bloot. Trage intensiteit, duizelingwekkende dynamische slagkracht, overdonderende precisie: geen van de beproefde recepten voor het galopperende strijkersmotief werd geëerbiedigd of overgenomen. Gergjev bracht het pulserende hoofdthema met afgemeten fraseringen, en liet de gebundelde energie pas vrij in het Adagio. De intensiteit die in de eerste twee delen miste, welde daarin op in ronkende golven, zodat Bruckners laatste symfonie ook in deze opmerkelijke gedaante aan het slot toch de vertrouwde emotionele geladenheid overdroeg.

Hoezeer ook de pianoconcerten van Frédéric Chopin voor velerlei uitleg vatbaar zijn, bewees Jean-Yves Thibaudet voorafgaand aan Bruckner in zijn vertolking van Chopins Tweede pianoconcert. In niets leek de interpretatie die Thibaudet en Gergjev gisteravond live vastlegden voor een cd-opname, op de uitvoering van dat werk waarmee pianist/dirigent Krystian Zimerman op dit moment door Europa trekt.

Zimerman speelde en dirigeerde Chopin in het Amsterdamse Concertgebouw onlangs als blijmoedige, veelzijdige theatermuziek met wortels in de Italiaanse opera. Onder Gergjev klonk een veel romantischer benadering van het werk, met wolliger samenklanken en wijd uiteenlopende, in het Allegro Vivace haast fragmentarische dramatische contrasten.

Bij Zimerman was een `Seufzer' een licht muzikaal zuchtje, bij Thibaudet klonk eerder een zware steun. Maar uit de aard van het werk leek de aanpak van Gergjev en Thibaudet passender. Een schaamteloze majeurmodulatie verdient een accent, bij de klagende cadens in Larghetto past het elke noot afzonderlijk te benadrukken. Zeker wanneer een dergelijke `zware' visie op Chopin gestalte krijgt in de watervlugge virtuositeiten en het als oplosbaar flexibele toucher van Thibaudet.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Jean-Yves Thibaudet. Chopin: Tweede pianoconcert; Bruckner: Negende symfonie. Gehoord: 8/12 De Doelen, Rotterdam. Herh: 9, 10/12 aldaar. Radio 4: 26/12, 14 uur.