Vlees en bloed

Het is de laatste stelling bij een proefschrift, nog van vóór de tijd waarin de weekbladen die zich familiebladen noemen hun baanbrekend werk gingen doen. De promovendus stelde voor dat alle koninklijk huizen, niet alleen dat van Nederland, voortaan zouden worden gefinancierd door Panorama en verwante tijdschriften, omdat die zonder het doen en laten der vorsten failliet zouden gaan. Gedurfde stelling, want het was een brave tijd. Het monarchistisch publiek was over het algemeen tevreden met wat de hoffotografen aan huwelijken en pasgeboren baby's vastlegden. Wie minder monarchistisch was, wilde meer weten. Voor dit meer kon het volk nergens terecht. Joop Goudsblom, nu emeritus, toen nog lang geen professor, schreef in Propria Cures een artikel Over het nut van een goede boulevardpers.

Toen kwamen Greet Hofmans en Lockheed. Er moesten wijze mannen bijgeroepen worden. Daar weten we nu bijna alles van. Republikeins en ultra-monarchistisch Nederland mobiliseerden zich tegen en voor de troon. De twee affaires hadden tot gevolg dat de monarchie gepolitiseerd werd. Twee socialistische minister-presidenten, Drees en Den Uyl, zagen het gevaar en wisten het tumult te beperken. Als ze er niet in waren geslaagd, was er dan een Nederlandse `koningskwestie' ontstaan? Het valt niet te bewijzen, maar het lijkt me onwaarschijnlijk. Nadat in 1918 de revolutie van Troelstra in haar ouverture was ondergegaan, zou geen politicus van betekenis zo'n vergissing meer maken. Het Nederland van het interbellum valt in dit opzicht niet te vergelijken met dat van nu. Na `de revolutie die niet doorging', zoals H.J.Scheffer het heeft genoemd, heeft de SDAP er lang de gevolgen van ondervonden. In de naoorlogse verzorgingsstaat heeft de nieuwe PvdA haar macht geconsolideerd. Toch zullen Drees en Den Uyl zich 1918 (en de muiterij op de Zeven Provinciën) wel hebben herinnerd.

Na Greet Hofmans was er al het een en ander tussen monarchie en pers veranderd; na Lockheed nog meer. De pers ontvoogde zichzelf, werd kritischer, achterdochtig en schreef dit op. En na de inhuldiging van koningin Beatrix bleek dat een en ander ook aan het koninklijk huis niet voorbij was gegaan. De grote verdienste van deze koningin is dat ze de monarchie heeft gedepolitiseerd, dat wil zeggen geen partij de kans heeft gegeven het staatshoofd te monopoliseren. Tegelijkertijd heeft ze de monarchie gemoderniseerd en minder populistisch gemaakt. En vooral dit laatste is niet in overeenstemming met het genre journalistiek dat in de familiebladen, hoewel niet alleen daar, wordt beoefend.

`Bekende persoonlijkheden', de fameuze `Bekende Nederlanders', zijn nieuws. Ze zijn dus ook een commercieel gegeven. De bekendste Nederlanders zijn de leden van het koninklijk huis. Dit betekent dat ze in het bijzonder door de familiebladen dag en nacht achterna worden gezeten, met het modernste gereedschap, zelfs infrarood-verrekijkers heb ik me laten vertellen. Dan zijn er de kenners, de royalty watchers, die bij iedere volgende ontwikkeling of non-ontwikkeling gewichtig komen neuzelen. Dit lijkt me, als het je overkomt en je er niet om hebt gevraagd, om hoorndol van te worden. De burger kan zich beroepen op een wet tegen stalking; de journalist die dit ambacht beoefent beroept zich op de persvrijheid. De vorst wordt beschermd door de ministeriële verantwoordelijkeid. Die is niet hermetisch. Verrast de vorst met een spontaan verweer tegen de stalkers de verantwoordelijke minister, dan bedreigt hij de persvrijheid. In het bekende spelletje van kop of munt heet het: kop, ik win; munt, jij verliest.

Het nieuws dat deze koningin, haar familie en de hofhouding veroorzaken, is intussen voor negentiende – om maar eens een schatting te wagen – infotainment, die wazige opgewondenheid die morgen door de volgende wazige opgewondenheid is verdrongen. Maar nu gebeurt er iets dat door dit begrip niet wordt gedekt. De heer Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant, dringt op een bijeenkomst van het Genootschap van Hoofdredacteuren waar de koningin te gast is, aan op `meer openheid van het koninklijk huis', zonder dit nader uit te leggen. De vorst zou volgens hem moeten erkennen ook een mens van vlees en bloed te zijn. Meer vlees en bloed in de voorlichting. Gelukkig zei de hoofdredacteur erbij dat het zijn persoonlijke wens is.

De koningin riposteerde als een mens van vlees en bloed. Ze zei dat de leugen regeerde, verweet de pers slordigheid, popularisering en onzorgvuldigheid. Dat kwam haar op een beleefde schrobbering per hoofdartikel in de Volkskrant en nog een paar media te staan. `De' pers, heeft ze gezegd. Dat was niet nauwkeurig. Als ze bijvoorbeeld had gezegd: `sommige bladen' hadden we er waarschijnlijk niets van gehoord. Maar neem het haar in de zozeer gewenste menselijkheid kwalijk, na het recente gedoe over Emily en Maxima en hoe de meisjes verder heten. Afgezien van dit `de' heeft ze gelijk. Dat blijkt onder meer uit een reeks voorbeelden die Frénk van der Linden gisteren op deze pagina heeft opgesomd. Het is trouwens geen Nederlands verschijnsel. In de New York Times van zaterdag staat een artikel van Frank Rich waarin voor Amerika hetzelfde wordt betoogd.

Uit haar opmerking werd een klassiek staaltje infotainment gebrouwen. Vergeleken bij destijds is het minder dan een peuleschilletje. Op een foto in de Volkskrant staat de koningin in gesprek met Pieter Broertjes en Jan Wolkers. Vóór of na de toespraak? Deze drie kunnen het goed met elkaar vinden, zo te zien. Lachende mensen van vlees en bloed. Wat mij interesseert is of Pieter Broertjes nog op de bijeenkomst zijn bezwaren tegen de mening van de koningin heeft laten weten, of dat hij ze later in zijn hoofdartikel heeft gezet. Daarover heb ik nog niets gelezen.