Trots

Soms ben ik even trots op Nederland. Hier in Roemenië bijvoorbeeld, als tussen die vreemde tongen altijd nog de naam `Coen Stork' valt, de Nederlandse ambassadeur tijdens de revolutie van 1989. Een typisch Coen Stork-verhaal bevat steevast zinnen als: `Toen stond hij opeens zelf voor de deur: wat kan ik doen?' Of: `Hij was de enige die me bleef opzoeken.'

Prof. Cezar Tabarcea (58), linguïst, was zo'n Coen Stork-dissident. Maar ook voor hem kwam de revolutie onverwacht. ,,Ik proefde wel wat. Ik had opeens een volle zaal, het laatste college voor de kerst. Normaal was iedereen dan altijd al naar huis. Ik vroeg wat er aan de hand was. Een student zei: `Bent u met ons?' `Ik begrijp die vraag niet', zei ik. `Jullie weten dat ik alleen via jullie besta.' Toen zongen ze: `Lang zal hij leven!'

,,De volgende dag stond het centrum vol demonstranten. Mijn vrouw kreeg ruzie met een politieagent, hij huilde, hij zei: `Mevrouw, mijn dochter staat daar in de menigte!' Ik belde Coen Stork, maar die wist alles al, die kwam zelf net van het plein. Daarna gingen we naar het tv-gebouw, de tanks hadden de lopen op de menigte gericht. Ik zie nog voor me hoe een soldaat op een gegeven moment zijn helm afdeed, en op de grond gooide. Toen was het afgelopen.''

Was het onvermijdelijk, die executie van de Ceausescu's?

,,Ik had ze veroordeeld zonder één kogel te verspillen'', zegt Tabarcea. ,,Ik had ze gedwongen om eindeloos naar klassieke muziek te luisteren, om naar mooie schilderijen te kijken, om door het kleurige Boekarest van nu te rijden. Ze hadden het nooit overleefd.''