Scholen geloven niet in poortjes tegen wapens

Scholen voelen niets voor detectiepoortjes tegen gewapende leerlingen. `Als iemand met een wapen binnenrent, helpt zo'n poortje toch niet'.

,,Verliefdheid helpt beter tegen geweld op school dan alle andere maatregelen', zei staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) twee maanden geleden in de Tweede Kamer tijdens een debat over geweld op scholen. Gisteren schoot een Turks-Koerdische leerling van zeventien op vier mensen, onder wie drie medeleerlingen en een lerares, in het regionaal opleidingscentrum (ROC) in Veghel.

De Tweede Kamer drong in september bij Adelmund aan op een landelijk onderzoek naar geweld op scholen. Het onderzoek zal eind volgend jaar af zijn. Aanleiding is een reeks onderzoeken waarin middelbare scholieren zeggen een wapen bij zich te dragen. Maar in Veghel gaat het om een ROC, die MBO-opleidingen aanbiedt waar leerlingen vanaf zestien jaar naar toe kunnen gaan. Op jonge leeftijd organiseren MBO-leerlingen hun eigen studie, zonder de geborgenheid van bijvoorbeeld één klas en een mentor, zoals op de middelbare school.

De Kamer wees een verzoek van de VVD-fractie onlangs af om middelbare scholen de kans te geven gewelddadige leerlingen te verwijderen. Scholen moeten eerst een andere school bereid vinden om de leerling over te nemen, als zij van een kind af willen.

Het lijkt erop dat het wapenbezit onder scholieren zich concentreert in de grotere steden. Het belangrijkste onderzoek hier naar is vorig jaar gedaan door de GGD in Rotterdam. Hij ondervroeg 5.000 leerlingen, van wie eenderde zei wel eens een wapen mee naar school te nemen. Het ging om zakmessen, stiletto's en vlindermessen.

Uit onderzoek in de stad Groningen, twee jaar eerder, bleek ook 33 procent van de middelbare scholieren een wapen te dragen. Kanttekening bij alle onderzoeken is dat de cijfers zijn gebaseerd op wat leerlingen zelf beweren. De definitie van `geweld' verschilt ook: de ene onderzoeker rekent een ouderwetse vechtpartij tot geweld, voor de ander gelden alleen `steekpartijen'. Een landelijk onderzoek van het Instituut voor Toegepaste Sociologie in 1994 wees uit dat tien procent van alle middelbare scholieren een wapen mee naar school zegt te brengen. Die steekproef was echter veel kleiner dan het GGD-onderzoek in Rotterdam: bijna tweeduizend leerlingen.

Ondanks de zorgen die scholen en ROC's hebben over geweld, voelen de meeste niet voor plaatsing van een metaaldetector bij de deur, zoals in discotheken. Keer op keer zeggen rectoren van scholen dat in reactie op geweldsincidenten en met name -onderzoeken, ook in de grote steden. Zo'n detector verandert niets aan de oorzaken voor geweld, vinden zij. Bovendien, áls iemand met een pistool de school in rent, dan helpt een detectiepoortje niet, is de redenering.

Scholen zoeken de oplossing eerder in `herstel van normen en waarden'. En in convenanten die zij sluiten met lokale politiekorpsen. Bedreigt een leerling een leraar, of pleegt hij geweld, dan stuurt de school de leerling onmiddellijk naar de politie en krijgt de leerling meteen een taakstraf. In de grote steden fouilleren leraren leerlingen en doorzoeken ze kluisjes.