Pronk: vliegveld in zee is te kostbaar

Minister Pronk (VROM), tot dusverre een verklaard voorstander van de aanleg van een nieuw vliegveld op een kunstmatig eiland in de Noordzee, verwacht niet meer dat deze optie op korte termijn een kans maakt. ,,Het is gewoon te duur'', zo zei de bewindsman gisteren.

Het kabinet buigt zich op 17 december naar verwachting over de vraag waar de aanhoudende groei van de Nederlandse luchtvaart het beste kan worden opgevangen: op het huidige Schiphol of op een eiland in de Noordzee. Eventueel zou een deel van de groei ook nog op een locatie in Flevoland kunnen worden verwerkt. Pronk sloot niet uit dat de eiland-variant in de verdere toekomst nog eens een nieuwe kans zou krijgen.

Het afgelopen jaar heeft het kabinet laten onderzoeken wat de praktische mogelijkheden zijn op de drie plaatsen. De afgelopen weken zijn de resultaten van de onderzoeken al gedeeltelijk naar buiten gekomen. Uit berekeningen van de overheid bleek dat de aanleg van een nieuw vliegveld op een eiland in zee al snel zo'n 47 miljard gulden zal kosten. De financiering ervan zou problematisch worden, zo menen ingewijden. Bovendien kleven er nog tal van praktische bezwaren aan, zoals de aard van de verbinding met het vasteland, de grote vogelpopulaties voor de kust en de juridische afwikkeling.

Gisteren presenteerde de luchtvaartsector zelf op een besloten studiedag in Den Haag enkele onderzoeken over de kwestie. De conclusie daarvan luidde dat de sector alleen de financiering van een luchthaven in de Noordzee niet aan kan, aldus een woordvoerster van de luchthaven Schiphol. Op de vraag of het wel zou kunnen met hulp van de overheid, wilde ze niet ingaan. Pronk zei er van uit te gaan dat de groei nu op het huidige Schiphol moet worden opgevangen.