`Mijn muziek is als een leeg doek'

De Japanse techno-muzikant Ken Ishii wil nog een stap verder gaan dan Kraftwerk. ,,Kraftwerk ging op zoek naar de ziel in de computer. Met computers kun je emoties opwekken'', zegt Ishii.

Het tijdschrift Strictly publiceerde onlangs een nuttige lijst met tips voor de omgang met jonge Japanners. Tip nummer één: buig niet zomaar voor iedereen. De jonge generatie Japanners vindt de traditionele buiging bij begroeting of afscheid hopeloos ouderwets. Geef liever een slap handje, kijk nooit recht in iemands ogen en vraag niet naar een persoonlijke mening, want daarmee kun je een gesprekspartner in verlegenheid brengen. Het artikel kwam nog juist op tijd voor mijn ontmoeting met de Japanse technomuzikant Ken Ishii, die met zijn nieuwe cd Sleeping Madness een van de vernieuwendste dance-albums van het jaar maakte. Zijn grotendeels electronische `intelligent techno' met drum 'n' bas-invloeden is melodieus en afwisselend, zonder de verplicht doorstampende vierkwartsmaat die andere dance-producties vaak zo armoedig van structuur en klankkleur maakt.

Ishii blijkt een tamelijk vlot Engels sprekende, gedreven muzikant die als geen ander kon vertellen hoe het er voor staat met de Japanse popcultuur. ,,In de laatste paar jaar is de technoscene van Tokio opgebloeid. De technische ontwikkeling van de Japanse electronica-industrie heeft lokale artiesten in staat gesteld om zelf aan het werk te gaan met betaalbare apparatuur. Japanners houden van techniek. Zelfs op het platteland worden technische innovaties op de voet gevolgd. Bovendien heeft er in de afgelopen tien jaar een kentering plaatsgevonden in de mentaliteit van de jongere generatie. Jonge mensen zijn minder strikt geworden in hun opvattingen.''

Ken Ishii (1970) werd geboren in Sapporo en groeide op in Tokio, waar hij in aanraking kwam met de electronische popmuziek van het Japanse Yellow Magic Orchestra en de Duitse groepen Kraftwerk, Neu! en DAF. De vroege Detroit-techno van Derrick May en Juan Atkins bracht hem op het spoor van de minimale en experimentele dansmuziek die hij zelf ging maken, nadat hij zijn gitaar had ingewisseld voor een eenvoudig sample-keyboard. Een minder voor de hand liggend voorbeeld was het Japanse toetsenwonder Tomita, die onder meer klassieke muziek bewerkte voor de Moog-synthesizer. ,,Tomita is in feite de vader van de Japanse techno, samen met Ryuichi Sakamoto en de andere leden van het Yellow Magic Orchestra. Zij combineerden een gedegen muzikale achtergrond met de drang om hun horizon te verbreden, waarbij ze electronische muziekinstrumenten ontdekten als middel voor nieuwe ontwikkelingen. Met Kraftwerk hadden ze gemeen dat de op zoek gingen naar de ziel in de machines die ze gebruikten. Ze ontdekten dat het mogelijk is om emoties op te wekken met computermuziek. Zelf wil ik nog eens stapje verder gaan en muziek maken die niet op een directe manier tot vrolijkheid of introspectie stemt, maar die als een leeg schildersdoek fungeert waarop mensen hun eigen emoties kunnen projecteren.''

Het Belgische R&S-label ontdekte hem door een demotape en bracht in 1993 zijn eerste single uit, gevolgd door de albums Innerelements en Jelly Tone. De technohit Extra bracht hem wereldfaam en de door Ishii bewonderde Steve Reich vroeg hem voor een bijdrage aan het cd-project Reich Remixed. Hij reisde naar Londen om te werken met Asian Underground-ster Talvin Singh, omdat hij niet in de verleiding wilde komen om al zijn dagen als een kluizenaar in de opnamestudio door te brengen. Samen werkten ze aan het nummer Water dripping down on the middle of the forehead, een door percussie voortgedreven muziekstuk dat wilder klinkt dan de new age from hell-achtige titel doet vermoeden. Ishii gelooft niet dat Singh en hij werden verbonden door hun Aziatische achtergrond. ,,Eigenlijk heb ik helemaal niets met Indiase muziek. Als Talvin en ik gezamenlijke roots hebben, dan liggen ze bij de electronische muziek waar we allebei van jongsaf naar luisterden. Het verschil is dat hij een echte tablaspeler is, die onderricht heeft gehad in Indiase traditionele muziek, terwijl ik mij vooral bekwaamd heb in het programmeren van computers. Die twee dingen sluiten elkaar niet uit.''

De albumtitel Sleeping Madness duidt op de verborgen schoonheid die Ken Ishii in zijn muziek probeert onder te brengen. ,,In slaaptoestand komen herinneringen en visioenen boven die voortkomen uit de realiteit, maar die soms zo surrealistisch of waanzinnig zijn dat ze nooit in werkelijkheid zouden kunnen gebeuren. In het ideale geval heeft mijn muziek die functie: dat het een ongrijpbaar element toevoegt aan de concrete noten en klanken die je hoort. Sommige mensen denken dat techno per definitie muziek is die klinkt als boem-boem-boem-boem. Voor mij is het veel breder dan dat en daarom heb ik er geen moeite mee om een snelle drum 'n' bass-track te laten volgen op een nummer met een ambient-gevoel.''

Als performer maakt Ishii een scherp onderscheid tussen deejay-sets met als enige bagage een koffer platen, en live-optredens waarbij hij de electronica ter plekke bedient. ,,Als deejay zie ik mezelf als een entertainer, terwijl bij een echt optreden de nadruk ligt op de artistieke prestatie. Voor mijn optreden op het Innercityfestival neem ik een percussionist mee die ook aan de cd heeft meegewerkt, Daisuke Iwahara. Diep in mijn hart prefereer ik muziek maken in een studio boven de minder overzichtelijke situatie van een optreden. Anderzijds moet ik van tijd tot tijd op een podium staan om te zien hoe er op mijn muziek gereageerd wordt. Alles wat ik op cd uitbreng, is eerst getest op een publiek. In het uiterste geval gooi ik dingen weg waarvan ik zelf dacht dat ze goed waren, maar die niet door de kwaliteitscontrole van een kritisch danspubliek zijn gekomen.''

Ken Ishii: Sleeping Madness (Play It Again Sam R&S 99153). Ken Ishii treedt 11 dec. op tijdens het Innercityfestival in de Amsterdamse RAI.