Meisjes uit Nepal, zo jong en nog maagd

Jonge meisjes uit Nepal zijn gewilde handelswaar voor Indiase bordelen. Op hulp hoeven ze niet te rekenen; als ze terugkomen zijn ze ten dode opgeschreven.

Minnie was negen toen ze kon gaan werken in een circus in India. Haar ouders uit een plattelandsdorpje in het zuiden van Nepal waren trots en blij, want ze konden het geld dat hun dochter zou gaan verdienen tien tot twintig gulden per maand – goed gebruiken. Maar het geld kwam nooit aan in het dorp, en Minnie nooit in het circus. Toen zij en de `bemiddelaar' het dorp eenmaal uit waren, ging het rechtstreeks naar het station van Gorakhpur voor de sneltrein naar Bombay. Vijf jaar later kwam ze terug in Nepal. Haar jeugd was ze kwijt geraakt; de enige souvenirs uit India waren tuberculose en het HIV-virus, opgelopen in een bordeel in Kamatipura, de hoerenwijk van Bombay.

Elk jaar worden naar schatting zes- tot zevenduizend meisjes van het Nepalese platteland gehaald en naar India gesmokkeld om als slavinnen te gaan werken in de bordelen van metropolen als Delhi, Bombay en Calcutta. De meesten zijn nog geen tien jaar oud als ze onder valse voorwendselen bij hun familie worden weggelokt, zegt Armina Lama, een medewerkster van het opvangtehuis Maiti Nepal in een buitenwijk van Kathmandu. Van de meisjes die worden gered is een groot deel ten dode opgeschreven. ,,Veel mannen in India denken dat ze van het HIV-virus en van andere ziektes afkomen als ze seks hebben met een maagd hoe jonger hoe beter'', zegt Lama.

Minnie bleef tot binnen de muren van het bordeel in Bombay in de waan dat ze op bezoek ging bij een onbekend familielid, totdat ze aan het werk werd gezet. Geld kreeg ze niet, alleen eten. Ze kreeg hormoneninjecties om haar borsten te laten groeien. Af en toe, als haar eigenaren tevreden waren over haar werk, kreeg ze een cadeautje of mocht ze Indiase films kijken. ,,Als ik niet wilde werken omdat ik ziek was, werd ik geslagen'', zegt ze in Kathmandu, waar ze een jaar geleden, na haar bevrijding door de Indiase politie, heen werd gebracht.

De vraag naar meisjes uit Nepal met een lichte huid en Oosterse gelaatstrekken is groot in Indiase bordelen. De smokkel van meisjes over de vrijwel open grens met India bijna drieduizend kilometer lang is uitgegroeid tot een industrie waarin handelaren, politiemensen, politici, mafiabazen en bordeelhouders tientallen miljoenen dollars verdienen.

Op het platteland aan de voet van de Himalaya's werken ouders regelmatig mee aan de verkoop van hun dochter, gedwongen door armoede, zegt Armina Lama van Maiti Nepal. De organisatie begeleidt tientallen meisjes en waarschuwt ouders in de armste regio's van het land tegen de praktijken van meisjeshandelaren. ,,De meeste mensen op het platteland zijn analfabeet'', zegt Lama. ,,Veel ouders weten van niets, hebben geen geld en geen werk en kunnen de verleiding van een paar snel verdiende rupees niet weerstaan. De handelaren hebben talloze manieren om een jong meisje mee te nemen en geven de ouders alvast een bedrag van duizend rupees (dertig gulden) als smeergeld een flinke som voor een Nepalese familie. Soms komt er een jongeman die een meisje ten huwelijk vraagt, zonder dat hij een bruidsschat eist van de ouders.'' Die zijn meestal al blij dat zij zijn verlost van die dure plicht die arme, hindoeïstische families vaak diep in de schulden drukt. Anderen beloven een baan in een tapijtfabriek of in een hotel. Sommige ouders halen hun kinderen zelfs van school omdat ze denken dat er een schip met geld terugkomt als ze in India gaan werken. ,,Leraren en onderwijzers krijgen vaak een grote mond als ze de ouders waarschuwen dat hun kinderen geen leven van glamour en dollars te wachten staat'', zegt Lama. De circussen blijken rondreizende bordelen, of de markt waarop de meisjes worden verhandeld. Uiteindelijk komen de meisjes vrijwel allemaal in achterbuurten van de Indiase steden terecht.

Maiti (`moederhuis') Nepal slaagt erin, in samenwerking met informanten en de Indiase politie, zo'n tien meisjes per maand te bevrijden uit de bordelen. ,,We hebben in Bombay iemand die voor ons de bordelen afgaat om te zoeken naar Nepalese meisjes, met gevaar voor eigen leven. Als hij ze vindt, licht hij de politie in, die soms bereid is een bordeel binnen te vallen'', zegt Lama.

Maar ook de meisjes die na jarenlange slavernij terugkomen in Nepal wacht een hard leven. Besmet met het HIV-virus kunnen ze vrijwel nergens terecht. ,,In een ziekenhuis kan ik niet komen'', zegt Shanta, een zestienjarig meisje dat zes jaar in verschillende Indiase bordelen werkte. ,,De artsen behandelen geen HIV-patiënten uit angst zelf te worden besmet.'' Shanta werd op haar tiende uitgehuwelijkt aan een jongen die ze nooit ontmoette. ,,Ik werd verliefd op een jongen die zei dat hij uit Delhi kwam. Hij hield van me.'' De man verkocht haar kort na hun vertrek uit een dorp in het zuidelijke district Chitwan met vier andere Nepalese meisjes aan een bordeelhouder in Bombay, voor zeshonderd gulden per stuk.

Anuradha Koirala, de oprichtster van Maiti Nepal, moet zelfs leugens verzinnen om overleden patiënten te laten cremeren in Kathmandu. ,,Als wij vertellen dat het meisje aan aids is overleden, weigert het crematorium haar te cremeren. Als wij vertellen dat ze aan tuberculose is overleden, betalen wij nog tien keer zoveel voor een crematie als anderen.'' Ook de Nepalese bevolking kijkt de zes jaar oude organisatie met de nek aan. ,,De mensen denken bij ons alleen aan aids'', zegt Lama. ,,We zijn onaanraakbaar in Kathmandu en dit is nog een grote stad.'' Maiti Nepal kocht daarom op een afgelegen plek in het oosten van Nepal een stuk land voor de bouw van een ziekenhuisje om patiënten in de terminale fase een paar rustige laatste jaren te kunnen geven.

Ook de Nepalese regering wil niet meewerken aan bestrijding van de meisjeshandel. De overheid ontkent dat het probleem bestaat en weigert zelfs Nepalese meisjes terug te nemen. ,,Ze vinden dat organisaties als de onze bijdragen aan de negatieve HIV-statistieken in Nepal'', zegt Koirala.