Herzien

Onlangs werd het doodvonnis over de Bijlmermeer uitgesproken. De sloop van een kwart van de dertig honingraatvormige en renovatie van sommige andere flats hebben niet de verbeteringen gebracht die het Projectbureau Verbetering Bijlmermeer er in 1992 van verwachtte. Nog steeds voelen Bijlmerbewoners zich onveilig, teistert overvloedig zwerfvuil de immense groene gebieden tussen de flats en zijn de parkeergarages, liften, galerijen en winkelcentra desolate plekken die uitnodigen tot vervelend gedrag.

Uit een enquête onder Bijlmerbewoners bleek dat 60 tot 70 procent liever zou wonen in de laagbouw, zoals die de laatste jaren tussen de flats is verschenen. Het laagbouwdeel kent de typische Bijlmerproblemen niet. Dit gegeven deed het Projectbureau en het Stadsdeel Zuid-Oost ten slotte besluiten de vernieuwing van de Bijlmer nog rigoureuzer door te zetten en nog eens de helft van de overgebleven flats te slopen en te vervangen door laagbouw. Uiteindelijk zullen maar tien van de 30 oorspronkelijke flats overblijven.

Wrang genoeg kreeg een van de ontwerpers van de Bijlmer, Siegfried Nassuth, vorig jaar nog de oeuvreprijs van het Amsterdamse Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst. De jury van het fonds, waarin onder anderen Archis-hoofdredacteur Ole Bouman zat, wilde met de toekenning van deze prijs van 50.000 gulden zorgen voor eerherstel van Nederlands meest verguisde wijk. In het boekje over Nassuth, dat Mariëtte van Stralen ter gelegenheid van de prijsuitreiking over Nassuth schreef, werd nog eens uitvoerig uit de doeken gedaan waarom het is misgegaan met de Bijlmer. Het is de schuld van iedereen, behalve van de architecten, zo laat Van Stralens boekje zich samenvatten. Zo was de Bijlmer niet uitgevoerd, zoals de architecten oorspronkelijk wilden, schrijft ze. Er was bijvoorbeeld bezuinigd op de collectieve ruimten die elke flat had moeten krijgen. Vreemd genoeg waren de woningen desondanks te duur geworden voor de bewoners van de 19de-eeuwse Amsterdamse stadsvernieuwingswijken, de doelgroep van de Bijlmer. Hierdoor hadden de Bijlmerflats vanaf het allereerste begin te kampen met leegstand. Dit maakte de Bijlmer geschikt als opvangoord voor Surinaamse immigranten en andere mensen die onmiddellijk een woning nodig hadden.

Het betoog van de architectuurhistorica Van Stralen is typerend voor het milde oordeel van veel architecten en architectuurgeleerden over de Bijlmer. Er is eigenlijk niet zoveel mis met de Bijlmer, vinden zij. De Bijlmer heeft alleen pech gehad: door een ongelukkige samenloop van omstandigheden zijn er niet de mensen komen wonen voor wie de wijk was bedoeld.

Hoe komt het toch dat de Bijlmer op zoveel begrip onder architecten kan rekenen? Het antwoord is eenvoudig: dit komt doordat in de Bijlmer de nooit gebouwde Ville Radieuse van de Franse architect Le Corbusier alsnog is verwezenlijkt. En Le Corbusier is nog steeds de grote held van bijna alle hedendaagse architecten. De hoge flats met eendere woningen die in overvloedig groen zijn geplaatst, de extreme scheiding van functies als wonen, werken en winkelen en van verschillende soorten verkeer – alles in de Bijlmer is precies volgens Le Corbusiers ideaal uit de jaren twintig.

Maar al in 1920 was Le Corbusiers Ville Radieuse een absurd plan. Zelfs de nieuwe communistische machthebbers in de Sovjet-Unie, toch niet wars van collectivisme, zagen niets in bijvoorbeeld het voorstel van Le Corbusier om het oude, rommelige Moskou helemaal af te breken en te veranderen in een Stralende Stad. De Bijlmer is een nog groter anachronisme geworden dan Le Corbusiers Stralend Moskou. Le Corbusier had in de jaren twintig, toen de Sovjet-Unie een jonge communistische staat was en Italië fascistisch werd, nog enige reden om te denken dat het collectivisme de toekomst had. Maar Siegfried Nassuth en de andere architecten van de Amsterdamse Dienst Ruimtelijke Ordening woonden in de jaren zestig in het Magisch Centrum van de wereld, waar hippies, provo's en kabouters duidelijk maakten dat niet collectivisme, maar juist individualisme de toekomst had in de Westerse maatschappij. Maar architecten zijn vaak armzalige sociologen en Nassuth en de zijnen ontwierpen een voorstad die met haar eindeloze herhaling van dezelfde woningen de perfecte uitdrukking was van een doorgeschoten en toen al achterhaald gelijkheidsideaal. Het grootste wonder van de Bijlmer is eigenlijk dat de wijk is gebouwd.