Hard werken

Meestal heb ik niet zoveel sympathie voor scholieren of studenten die klagen over hard werken, maar in het geval van de scholierenstaking van afgelopen maandag sta ik helemaal aan de kant van de stakers. Dat komt doordat ik toch al weinig fiducie had in het studiehuis en nu het in de praktijk door overhaaste invoering spaak dreigt te lopen op vele scholen, ziet het idee er nog armetieriger uit dan in de oorspronkelijke opzet. Het is alsof de regering besloten heeft dat vanaf nu iedereen voedzaam twaalfgranenbrood moet eten, dat op het uur U de benodigde ingrediënten niet voorhanden waren, zodat iedereen nu inderhaast halfbakken zesgranen fabrieksbrood op z'n bordje krijgt, terwijl ze daarvoor gewend waren aan snel verteerbaar witbrood.

Het probleem met het studiehuis zit in de pretenties. Het moet leerlingen beter voorbereiden op de eisen van het hoger onderwijs en het moet leerlingen vaardigheden bijbrengen om zichzelf kennis bij te brengen. Het beroemde `leren leren'. Door de voortdurend gehanteerde tegenstelling tussen enerzijds frontaal onderwijs (passief, saai, geestdodend) en anderzijds zelfstandig werken (actief, dynamisch, surfen op het Internet!) doemt aan de horizon alweer het spook van de leukheid op. De leerlingen wordt een worst voorgehouden: niet alleen bereidt het studiehuis hen veel beter voor op de vervolgopleiding en op de flexibele, dynamische maatschappij van de 21ste eeuw, het zal bovendien, eerlijk waar, nu eindelijk echt leuk worden op de middelbare school.

Dat laatste is natuurlijk een regelrechte leugen. Voor de grote meerderheid van de scholieren (en de studenten en alle werkers) is school/studie/werk niet de top of the bill van leukheid, maar behoort het tot de categorie plichten. Een plicht is iets waar je je niet per se aan wilt onttrekken, waarvan je heus het nut en het belang wel inziet, maar het moet niet oeverloos uitdijen in tijd en ruimte op zo'n manier dat je niet meer weet wanneer je nu eigenlijk klaar bent en iets leuks voor jezelf kunt gaan doen. Het vervangen van `Leer voor het proefwerk van volgende week Hoofdstuk 10 tot en met 14' door `Lever over twee maanden een werkstuk in van vijf kantjes over het dagelijkse leven van de hofadel ten tijde van de Franse Revolutie' is precies dat oeverloze, bodemloze, waar die scholieren vreselijk de pest aan hebben. En terecht! Het maken van werkstukken is een omslachtige, inefficiënte, tijdvretende bezigheid, waarvan het bovendien de vraag is of je er zoveel meer van leert dan wanneer je gewoon een tekstboek grondig doorneemt. Waarom de kennis met veel moeite zelf bij elkaar harken, als die overzichtelijk in boeken staat of aanstekelijk overgebracht kan worden door een deskundige leraar?

Tijdens een studie moet je werkstukken maken en scripties schrijven. Dat is al moeilijk genoeg, maar tenslotte heb je dat vak of die studie zelf gekozen, dus is er sprake van in ieder geval een aanvangsinteresse voor dat gebied. Op de middelbare school heeft een leerling wel tien of twaalf vakken en de meeste daarvan zullen zich niet mogen koesteren in zijn warme, persoonlijke belangstelling. Soms heeft een leerling een grote liefde voor de geschiedenis of voor de Nederlandse literatuur en dan is het leuk om zelf dingen in bibliotheken of op het Internet uit te vogelen. Maar nu moet het voor alle vakken: leesdossiers, mondelinge presentaties en verslagjes van zelfgenomen proeven. Alles zelf plannen in de tijd, weten wanneer je genoeg bij elkaar verzameld hebt, verplicht samenwerken, wat extra vertragend werkt, zelf weten wanneer je de hulp van een leraar nodig hebt en wanneer niet. Het lijkt me om gek van te worden.

Onder tijdsdruk moeten scholieren eindeloze hoeveelheden ongeïnspireerde teksten produceren over onderwerpen, waarover ze niets te melden hebben, omdat ze al wadend door een brij van informatie geen idee hebben van wat belangrijk is en wat niet. Ziehier het resultaat van de minachting van de onderwijsvernieuwers voor kennisoverdracht. Als scholier ben je meer gebaat bij een bijbaantje in een winkel. Daar steek je tenminste nog wat van op.