Eurokorpsis een illusie

De oprichting van een Europees legerkorps jaagt de verdeeldheid in Europa aan, drijft Europa en Amerika uit elkaar en gaat ten koste van de veiligheid, meent J. Schaberg.

Europa moet zijn eigen defensiecapaciteit hebben, een Europees legerkorps van circa 60.000 militairen dat zonder de NAVO kan optreden. Vanaf 2003 moet het kunnen opereren als een snelle interventiemacht. De regeringsleiders van de grote Europese landen storten dit voornemen met de grootste stelligheid bijna dagelijks over ons uit. Een legerkorps met die capaciteit komt er echter in geen tiental jaren; het is fysiek onmogelijk.

Minister van Defensie De Grave, aanvankelijk terughoudend, acht intussen zijn politieke toekomst beter verzekerd als hij van paard wisselt. Met zijn eigen versie roept hij nu mee in het koor: Europa moet een eigen vloot hebben. Minister van Aartsen (Buitenlandse Zaken) heeft zijn verzet nu ook opgegeven. Staan we aan de vooravond van een fatale ontwikkeling?

De spanning tussen Amerika en Europa loopt op. Jeffrey Gedmin en Jonathan Eyal hebben vorige week op deze pagina nog eens olie op dat vuur gegooid. Laatstgenoemde toonde daarbij weinig begrip voor de zorgen die Amerika heeft over het Europese initiatief. Toch is het nog maar vier jaar geleden dat Amerika Europa weer eens uit het slop moest halen toen de Europese legers in Bosnië in de val zaten.

Europa balanceert op de rand van het afbrokkelende collectieve veiligheidsbeleid, terwijl de gevaren die de integriteit van de Europese staten bedreigen, toenemen. Europa is machteloos, dat ligt in de eerste plaats aan gebrek aan eensgezindheid. Die is er alleen maar als alle belangen parallel lopen en dat is zelden het geval. Tegelijk is Europa kwetsbaar voor tal van conflicten aan zijn grenzen. Als het in Macedonië of Montenegro misgaat, staan we aan het begin van een Balkanoorlog die Europa hard zal treffen. Alle hoogdravende propaganda van de leiders van de grote landen tijdens de Kosovo-oorlog ten spijt, heeft het Westen een klein landje als Servië niet op de knieën gekregen. Nog steeds bepaalt Miloševic de agenda. Een onhandig initiatief van onder andere Nederland om `goede' Servische steden van olie te gaan voorzien – waar Amerika overigens tegen was – gaf hem weer eens de gelegenheid om de Europese Unie te vernederen door met dat konvooi wat te spelen. Zo is er veel meer.

Maar waar zijn nu de leiders van de grote Europese landen die het tijdens de Kosovo-oorlog allemaal zo flink wisten te vertellen? Je hoort ze daarover niet, ze zijn op de vlucht naar voren, afleiden, nieuwe initiatieven. Europa moet zonder Amerika kunnen opereren.

In geen tientallen jaren zal Europa enige operatie van belang kunnen uitvoeren zonder de NAVO. Verhoging van de defensiebegrotingen zit er niet in, maar geld voor de nieuwe initiatieven kan worden gevonden, schrijft Eyal, door materieel gecoördineerd aan te schaffen en productiekosten te delen. Het is een gedachte zo oud als de NAVO zelf, maar tot nu toe bleek dat slechts een droom. Zelfs als dat nu zou gaan lukken, komen de eerste beperkte revenuen daarvan pas over zo'n tien jaar beschikbaar. De nieuwe Europese defensiecapaciteit bestaat uit prestigieuze lege dozen, brandgevaarlijk maar geen veiligheid biedend.

Vooral ook de nieuwe NAVO-landen, die hun veiligheid en stabiliteit in het Westen zoeken, zijn ongerust. Zij zochten die aansluiting bij de NAVO niet uit vertrouwen in de Europese landen – daarvoor hebben zij weinig redenen – maar om de band met Amerika. Net zoals Nederland 50 jaar geleden.

De komende tijd krijgen we met grote veiligheidsproblemen te maken. In Bosnië en Kosovo is er bijvoorbeeld slechts een wapenstilstand en geen oplossing. Macedonië en Montenegro noemde ik al.

Een veelgehoorde misvatting is dat Rusland geen bedreiging meer zou vormen. Nee, voor een aanval op de Noordzee-havens hoeven we voorlopig niet bang te zijn. Maar verder kun je van Rusland, waar militairen een toenemende rol spelen, van alles verwachten. Wat doen we als Rusland, al of niet om binnenlands-politieke redenen, moeilijkheden gaat maken bijvoorbeeld in Kaliningrad, of ergens aan de grenzen van de Baltische staten, of Polen, en ter ondersteuning van zijn eisen daar een paar divisies samentrekt? Het gaat erom op die dreigingen een aangepast antwoord te hebben en het risico van een grote, onbeheersbare oorlog zo klein mogelijk te maken.

Alle aandacht en energie is nodig om de vele brandhaarden in Europa onder controle te krijgen of te houden. Daarbij hebben we de NAVO en Amerika voor honderd procent nodig. Dat neemt niet weg dat Europa binnen de NAVO meer verantwoording moet nemen. De instrumenten daarvoor zijn er al en hoeven niet meer uitgevonden te worden.

De NAVO kent sinds enige jaren het Combined Joint Task Force-concept. Het biedt de mogelijkheid operaties uit te voeren waaraan niet alle NAVO-landen deelnemen, terwijl toch volledig gebruik wordt gemaakt van NAVO-middelen, zoals hoofdkwartieren, verbindingsmiddelen, et cetera. Zo zijn operaties met alleen Europese landen mogelijk. De commandolijn kan dan in handen van Europese officieren zijn, terwijl de politieke aansturing door een Europees orgaan, de EU of de West-Europese Unie kan plaatsvinden. De koppeling met de NAVO en Amerika blijft gegarandeerd via de NAVO-Raad. Het is een volledig uitgedacht en in documenten vastgelegd systeem waarmee ook Frankrijk akkoord ging, het is ook met grote oefeningen beproefd. Waarom valt men hier in de EU niet op terug, is men alle lofprijzingen die men hiervoor recent nog had vergeten? De drie grote Europese landen hebben elk hun eigen reden voor een nieuw initiatief. Engeland is bang de boot in Europa te missen en zoekt nu via defensie een ingang. Frankrijk heeft zijn traditionele afkeer van Amerika en dus van de NAVO. Duitsland wil het defensiebudget om binnenlands-politieke redenen verlagen, maar wil wel voor vol worden aangezien. Met veiligheid heeft het allemaal niets te maken.

Het zijn geen theoretische exercities die over ons worden uitgestort. Het gaat direct om onze veiligheid.

Minister-president Willem Drees toonde in 1949 zijn enthousiasme in de Kamer toen de NAVO werd opgericht. Zijn grote wens om Amerika aan de veiligheid in Europa te binden was vervuld. Voor hem was het ook duidelijk dat politieke redenen hierbij zwaarder wogen dan de zuiver militaire. Nu begeeft men zich zonder noemenswaardig debat buiten dit veilige pad. Wat in de Kamer tot nog toe werd gezegd, raakte onvoldoende het principiële belang en was soms weinig deskundig. Er worden ideeën gepropageerd die tot mislukken gedoemd zijn. Het zal de verdeeldheid in Europa aanjagen, Amerika en Europa van elkaar verwijderen en de veiligheid doen afnemen.

J. Schaberg is generaal-majoor b.d. van de Koninklijke Landmacht.