Bod haalt fondsen uit lange slaap

Het beheer is parttime werk, maar er schuilen miljarden achter. De houdstermaat- schappijen staan voor even in de schijnwerpers.

Wie belt met de houdstermaatschappij Calvé-Delft krijgt een antwoordapparaat met het privé-telefoonnummer van de secretaresse. Haar directeur W. Brounts, werkt in deeltijd — net als zijzelf. Calvé-Delft is een slapend beursfonds, en dat geldt ook ook voor Dordtsche Petroleum, Maxwell, Moeara Enim, TG Oliehaven en TG Petroleumhaven.

Dat een buitenlandse partij nu een bod voorbereidt is dan de grootste gebeurtenis sinds het ontstaan van deze fondsen. Calvé-directeur Brounts, die dit weekeinde een telefoontje kreeg van de geïnteresseerde partij, voelt zich dan ook ,,overvallen'. Officieel gaat het nu nog alleen om onderhandelingen over Dordtsche, maar een eventuele deal is tevens een mal voor een bod op de andere houdstermaatschappijen. ,,We zitten in hetzelfde schuitje', zegt Brounts, die vanavond met zijn commissarissen vergadert.

De houdstermaatschappijen zijn begin deze eeuw ontstaan in de grote fusie- en overnamegolf die toen over de nog tamelijk jonge industrieën spoelde. KoninklijkeShell Groep kocht maatschappijtjes zoals Moeara Enim op en betaalde de verkopers in aandelen Koninklijke Olie, die zo grote pakketten verwierven. Op dezelfde wijze kwam in de jaren twintig Calvé-Delft in handen van Unilever. Tot op de dag van vandaag doen deze houdstermaatschappijen niets anders dan het houden van aandelen in twee van de grootste beursfondsen in Nederland.

Wie een aandeel in zo'n fonds heeft, beschikt indirect over een aandeel in het onderliggende fonds en krijgt het dividend van Koninklijke en Unilever rechtstreeks doorgegeven. Het aantrekkelijke voor beleggers is dat de aandelen in de houdstermaatschappijen zo'n 20 procent lager noteren dan de onderliggende stukken. Met hetzelfde dividend is zo het dividendrendement (koers aandeel gedeeld door dividend per aandeel) 20 procent hoger. ,,Dat is aantrekkelijk voor beleggers die niet zozeer veel willen handelen in aandelen, maar vooral geïnteresseerd zijn in het dividend', zegt Brounts.

De oorzaak van de onderwaardering van de houdstermaatschappijen zit hem in de lage verhandelbaarheid van de aandelen en in een latente fiscale claim. In de afgelopen eeuw is de waarde van de aandelen in Koninklijke en Unilever namelijk geweldig gestegen. Op het moment dat de houdstermaatschappijen worden opgeheven slaat de fiscus de fondsen aan voor het verschil in boekwaarde (niet meer dan een gulden) en de huidige waarde (een veelvoud daarvan).

Met het nieuwe belastingstelsel wordt er niet langer gekeken naar het werkelijk genoten rendement, maar komt er een vaste rendementsheffing van 1,2 procent over het vermogen. Dat betekent dat de opgepotte reserves in een keer kunnen worden uitgekeerd aan de beleggers. Staatssecretaris Vermeend (Financiën) heeft wel geregeld dat dit pas in het jaar 2006 kan plaats hebben, hoewel het nieuwe fiscale stelsel al in 2001 van kracht wordt. Na 2006 loopt de schatkist dus een fors bedrag aan belastinginkomsten mis.

Dat is ook de reden dat Financiën om tafel is gaan zitten met de nog onbekende buitenlandse partij: als er nu een deal kan worden gemaakt, vangt de staat in elk geval nog een aardig bedrag. Om het aantrekkelijk te maken voor de koper, zal dat bedrag minder hoog zijn dan normaal gesproken betaald moet worden. Een ruling kan de schatkist naar schatting een miljard of twee opleveren.

Het bod op de fondsen zal worden gedaan in aandelen Koninklijke Olie en Unilever, die geruild kunnen worden tegen de stukken in de houdstermaatschappijen. Dat is aantrekkelijk voor beleggers die zo met korting Olies en Unies incasseren. Om in aandelen te kunnen betalen moet de buitenlandse partij zo'n 150 miljoen stukken lenen bij Nederlandse instituten, die daarvoor een vergoeding van zo'n 0,75 procent per jaar krijgen. Zo verhogen deze grote beleggers hun rendement op deze aandelen flink.

De verwachting is wel dat sommige beleggers zullen besluiten om stukken in Koninklijke Olie en Unilever te verkopen, omdat ze anders wel erg veel in portefeuille krijgen. Om die reden wordt er gespeculeerd dat Koninklijke/Shell wel eens aandelen zou kunnen gaan inkopen. Het concern ontkent echter ooit hierover onderhandeld te hebben met derden. ,,En dat is nu ook niet het geval'.

En de fondsen zelf? Calvé-Delft heeft begin dit jaar zijn beschermingsconstructies gesloopt en beschikt alleen over een stichting met prioriteitsaandelen. Dordtsche heeft stemrechtbeperkingen, maar wil niet aangeven of toestemming van de maatschappij zelf nodig is voor de overname. Hoogstwaarschijnlijk niet.

Zo zullen de houdstermaat- schappijen, die zo verbonden zijn met het begin van de twintigste eeuw, in de 21ste eeuw geruisloos verdwijnen.