Bevolking Niš warmt zich aan olie EU

De eerste olie van de Europese Unie is gisteren, na een lang oponthoud aan de grens, in Servië aangekomen. Ze is bedoeld voor steden bestuurd door de Servische opposanten.

Plots gingen de gebeurtenissen heel snel. Aan het einde van de middag stapte een Servische douanebeambte op de Macedonische tankwagenchauffeurs af. ,,Jullie kunnen vertrekken'', zei hij. De chauffeurs waren beduusd. Dertien dagen hadden ze op de Servische grens gestaan, hun auto's vol stookolie. Om legio redenen werden ze geweigerd. Eerst waren de trucks overladen, later bleken de papieren niet in orde. Maar de belangrijkste, onuitgesproken reden was bekend: de chauffeurs hadden 350 ton stookolie van de Europese Unie bij zich voor de Zuid-Servische steden Niš en Pirot. Die steden worden bestuurd door de oppositie. De olieleverantie druist dus tegen de wens van president Slobodan Miloševic in.

Maandag waren we nog langs de veertien chauffeurs gereden. In de ijzige kou wachtten ze op een afgelegen terminal, maar vanuit de verte waren de EU-stickers op hun tanks duidelijk zichtbaar. Vragen stellen was niet toegestaan. ,,U moet doorrijden'', zei een douanier. Enkele uren later vertrok de eerste vrachtwagenchauffeur en gisteren reed de laatste chauffeur Servië's op twee na grootste stad, Niš, binnen. De olie werd dezelfde dag nog ingeklaard door het hoofd van de douane, lid van Miloševic' partij. Sinds vanochtend verwarmen werknemers van elektriciteitscentrale het spul, want in de Servische vrieskou is de olie hard geworden.

,,Ik zou zo opnieuw rijden'', zegt een van de Macedonische chauffeurs. ,,De Serviërs zijn onze vrienden, ze moeten worden geholpen.'' De mannen zitten in het restaurant van hotel Ambassador in Niš, een oud-communistisch, vervallen hol van dertien verdiepingen. Zij hebben zichzelf verwend: een douche, een scheerbeurt en schone kleren. De omstandigheden aan de grens waren beroerd, zeggen ze. Een douche ontbrak. Daarom gooiden ze opgewarmd water over hun hoofd. De 350 ton olie in hun wagens is onderdeel van een ruil: energie voor democratie. Op aandringen van Nederland en Griekenland heeft de EU besloten 25.000 ton stookolie en 1.500 ton dieselolie aan oppositie-steden in Servië te geven. De eerste leverantie is bedoeld voor Niš en het zeventig kilometer verderop geleden Pirot. De leverantie is een uitzondering op het olie-embargo tegen Servië.

De olie voor de twee steden is al snel inzet van een steekspel tussen Servië en de Europese Unie geworden. De EU heeft het gedwongen verblijf van de chauffeurs aan de Servische grens aangegrepen om de onwil van Miloševic om veranderingen door te voeren, nogmaals te onderstrepen. Miloševic heeft de EU-olie gebruikt om zijn macht te benadrukken. Terwijl de olie op de grens hard werd, zond de staats-tv beelden uit van een tankwagen op weg naar Niš. ,,Niet de EU maar Belgrado geeft jullie olie'', luidde de boodschap.

Bovendien heeft Servië aan het oponthoud verdiend, al was het uitdrukkelijk de bedoeling dat dat niet zou gebeuren.

Iedere dag moesten 125 mark per truck aan parkeergeld worden betaald. Dertien dagen op de Servische grens kostte de EU uiteindelijk meer dan twintigduizend mark.

Burgemeester Zoran Zivkovic van Niš is blij met de komst van de olie. ,,Het is het begin van een oplossing.'' Maar de olie zal de stad en haar bewoners slechts voor korte tijd helpen. ,,De stookolie is genoeg vor twee dagen en Niš zelf heeft nog reserves voor zeven dagen'', weet Zivkovic. Het het na negen dagen verder moet, weet hij niet. De stad heeft volgens hem nog olie van het staatsbedrijf Jugopetrol te goed; er is al voor betaald, maar de olie is niet gearriveerd.

Toch lijkt Niš ook zonder EU-olie redelijk rond te komen. Auto's rijden in de straten, die straten zijn verlicht en zelfs neonreclame van de winkels brandt de hele nacht. De centrale verwarming in de stad draait ook, zij het op halve kracht. Ogenschijnlijk treft het olie-embargo Servië nauwelijks.

Hoe kan dat? ,,Er wordt veel olie binnengesmokkeld, vooral via Bulgarije'', zegt Branislav Jovanovic, voorzitter van de gemeenteraad en lid van de oppositiepartij SPO (Servische Vernieuwingspartij). Iedere avond rijden tientallen tankwagens inderdaad over de snelweg van de Bulgaarse grens naar Belgrado, langs Niš. ,,We hebben geen geld om de prijs op de zwarte markt, die twee tot drie keer hoger ligt dan de normale prijs, te betalen. Miloševic knijpt Niš uit omdat hier de oppositie leidt'', aldus Jovanovic.

En de stad heeft nog een handicap: ze draait voornamelijk op olie. Belgrado en Novi Sad daarentegen gebruiken gas, dat uit Rusland via een pijpleiding door EU-kandidaat Hongarije naar Servië stroomt.

De zwarte handel tiert inmiddels welig. Op straat wordt onder meer in benzine en Duitse marken gehandeld. Officieel is de brandstof op de bon (maandelijks twintig liter), maar op straat verkopen mannen met dikke jassen aan benzine uit jerrycans, voor 25 dinar per liter, ongeveer het dubbele van de officiële prijs. En wisselt men bij de bank marken in, dan krijgt men zes dinar per mark, maar op straat straat brengt een mark zwart achttien dinar op. De val van de dinar zal doorgaan nu staatsbedrijven hun eindejaarsrekeningen vereffenen met geld dat op grote schaal wordt bijgedrukt.

De financiering van deze handel blijft vaag. Een kilowattuur stroom (kWh) kost slechts één pfennig en dat is nog maar één voorbeeld van Miloševic' pogingen om het volk rustig te houden. ,,Het zijn allen vrienden en familie van Miloševic die in de zwarte handel zitten'', meent burgemeester Zivkovic. Een gemiddeld maandinkomen bedraagt in Servië rond honderd mark, maar de verschillen zijn groot. Grote groepen Serviërs zitten onder het gemiddelde. ,,Ergens gaan we de rekening betalen'', zegt een Serviër in hotel Ambassador. ,,Waarschijnlijk als Miloševic dit land heeft leeggeroofd.''