Voetbal in Friesland

Ergens in het boek Vijfenzeventig jaar Zwaluwen, het verhaal van een Leeuwarder voetbalclub die op protestants-christelijke basis opereerde, komt de mededeling voor dat het bestuur niet wilde dat de club inkomsten uit de Toto-pot zou ontvangen. Dat kwam mij bekend voor. Ooit stond ik oog in oog met de verbolgen voorzitter van mijn Voorburgse club die met de bijbel in de hand `aantoonde' dat het God niet welgevallig kon zijn dat je wedde op sportuitslagen en daar geld aan overhield bovendien.

De Zwaluwen zijn dus van huis uit een principiële vereniging en hebben zorgvolle tijden gekend. Eind veertiger jaren werd de terreinknecht ontslagen omdat de vereniging dat luttele bedragje niet meer kon opbrengen: het ging om vier gulden per week. De gewaardeerde trainer Hennie Stelwagen, die om een beetje loonsverhoging vroeg omdat zijn opgroeiende kinderen duurder werden in onderhoud, kreeg eveneens nul op het rekest. Bij busreizen placht men de chauffeur één gulden fooi te geven, maar ook dat kon bruin niet langer trekken.

Het waren principiële mensen in de leiding. Toen de KNVB in '54 tot betaald voetbal overging, eiste oprichter Gerard Tadema dat zijn club onmiddellijk uit de bond trad. Hoe het dan verder moest, wist hij ook niet; hij kreeg trouwens niet zijn zin.

Chris Kruisinga heeft een goed leesbaar boek geschreven, vol typische clubverhalen. Een Friese club, die het zichzelf bewust niet gemakkelijk heeft gemaakt. Feestavonden moesten, aangezien zij op zaterdagen werden gehouden, altijd ruim voor 24.00 uur voorbij zijn zodat de leden niet op de dag des Heren over straat moesten. Wie lid wilde worden moest beloven niet op zondag wedstrijden te bezoeken en wie het toch deed, liep meestal tegen de lamp.

Of dat klikken nu zo'n fraai bedrijf was, is vers twee. Het gebeurde wel. Maar er waren ook dingen die de mannenbroeders deugd deden. Zo kreeg speler Minne Bouma aanbiedingen van niet minder dan drie profclubs: Cambuur, Heerenveen en FC Groningen. Hij weigerde voor geld te gaan spelen en zei in een interview dat hij ,,de kerk wilde vasthouden''.

Niet alle leden koesterden respectabele uitgangspunten. Er kwam een brief van de Amelander voetbalclubs Amelandia en Geel-Wit. Of de toezichthouders van Leeuwarder Zwaluwen hun jeugd op de bootreis naar en van Ameland beter in de gaten wilden houden. Het gedrag liep namelijk de spuigaten uit. En dat terwijl Amelanders toch wel wat gewend zijn.

In mijn ogen curieus is het verhaal over het vierde seniorenelftal. Die ploeg veroverde en behield een zekere `status aparte' binnen de club. Het elftal gedoogde geen nieuwe spelers binnen zijn gelederen, wat de elftalcommissie ook probeerde. Kruisinga toont zich mild voor deze halsstarrige voetballers en wijst op de extra baten via clubhuisconsumptie. Want het geval bood altijd stof tot praten.

Alles bij elkaar is het een prettig boek, dat zoveel feiten en feitjes netjes gerangschikt vertelt dat er een goed beeld ontstaat van een provinciale sportvereniging, die wel enigszins met haar tijd meeging maar zeker de eigenheid goed voor ogen hield.