Verschil tussen tirade en gesprek

ud-RVD-directeur Hans van der Voet zag de opwinding over de kritiek van koningin Beatrix op `onzorgvuldige' pers als een van die vele in de media uitvergrote miniatuur-incidenten, die de dag erna al weer over zouden zijn. Tenzij je, zo voegde hij er leep aan toe, een Kamerlid zo gek zou vinden er schriftelijke vragen aan de regering over te stellen. Dan zou de opwinding nog een week aanhouden. Natuurlijk wist hij dat die vragen zouden komen. Er is altijd wel iemand die in zo'n geval niet de laatste wil zijn om overbodige vragen te stellen.

De vraag die gesteld werd deed niet ter zake. Relevant zou zijn geweest de minister-president te vragen of hij bereid is de mening van de koningin over de pers over te nemen en in het parlement te verdedigen. Zo zou een constitutioneel ordelijk debat kunnen worden gevoerd, waarin de regering met de Tweede Kamer de degens zou kunnen kruisen over de rol van de pers. Voor zo'n opvatting van de ministeriële verantwoordelijkheid zou veel te zeggen zijn: aan de bescherming van de koninklijke onschendbaarheid zou voldaan zijn, de aandacht zou niet meer op de koningin gericht zijn en de verantwoordelijkheid van de ministers zou volgens de regels in de Kamer op de proef worden gesteld.

Premier Kok zou het met de opvattingen van de koningin natuurlijk wel eens moeten zijn om ze te kunnen verdedigen. Uiteraard is hij niet gehouden te verdedigen wat hij onverdedigbaar vindt. Als zijn mening over de pers niet overeenkomt met die van de koningin, kan hij moeilijk voor de regering (dat is: voor haar) in het krijt treden. Ministers kunnen zich niet van uitspraken van de koningin distantiëren, zoals premier Biesheuvel zich in 1971 in de Tweede Kamer distantieerde van uitspraken van prins Bernhard, die in deze krant gezegd had het parlement graag een paar jaar met groot verlof naar huis te sturen om de regering tot regeren in staat te stellen. Als Kok de uitspraken van de koningin niet voor zijn rekening kan nemen, kan hij er beter het zwijgen toe doen. Dan zit er niet veel anders op dan de pers erom te beknorren dat zij de code om de koningin niet (tussen aanhalingstekens) te citeren heeft geschonden.

Ik vermoed dat premier Koks opvattingen over de media overigens in grote lijnen wel met die van de koningin overeenkomen. In zijn omgeving valt een hoop ergernis te bespeuren over bepaalde vormen van eenzijdige politieke televisie, die vooral gericht is tegen speciale tv-documentaires. Het kan zijn dat Kok niet elk woord dat de koningin een week geleden aan de pers heeft gewijd onderschrijft, maar hij zou het debat kunnen verbreden en daarvoor uit zijn eigen grieven kunnen putten.

Het zal wel geen toeval zijn dat die grieven elders bij de rijksoverheid ook blijken te bestaan. Een secretaris-generaal van een groot departement die ik vorige week sprak hoestte desgevraagd uit zijn hoofd een gedetailleerde waslijst met klachten op over wat hij kwalificeerde als `geconstrueerd' nieuws. Volgens deze topambtenaar, die uit eigen ervaring sprak, worden lagere ambtenaren die in het nieuws komen systematisch door de journalistiek opgewaardeerd tot `topambtenaren' om de schaal van een conflict (of een rel) op de vereiste grootte te kunnen brengen om de minister erin te betrekken. Een ambtelijk conflict is pas nieuws als een minister er last van heeft. Als de overheid werkelijk zoveel bezwaar heeft tegen bepaalde nieuwsgaringsmethoden van (een deel van) de journalistiek, moet ze daarmee voor de dag komen. Maar dezelfde secretaris-generaal die al enige keren zelf door `geconstrueerd' nieuws in de problemen was gekomen, dacht er niet aan van zich af te bijten en terug te slaan, omdat hij van zijn communicatie-adviseurs had gehoord dat je moet stilzitten als je geschoren wordt. Deskundige adviseurs lijken me dat!

De grief die premier Kok de pers in het onderhavige geval nadraagt is dat zij de regering willens en wetens in moeilijkheden heeft gebracht. Expliciet heeft hij het doorbreken van de code die uitgaat van het niet citeren van de koningin veroordeeld. Impliciet heeft hij de pers het verwijt gemaakt de koningin in haar vrijheid van bewegen en spreken te hinderen. Vrijdagavond verklaarde hij na de vergadering van de ministerraad dat de koningin alleen informele gesprekken kan voeren ,,als daarover niet of slechts in algemeen geformuleerde toeschrijvingen wordt gepubliceerd''. Die regel vindt, voorzover ik kan zien, geen bestrijding in de journalistiek. Maar op de bewuste bijeenkomst van het Genootschap van Hoofdredacteuren in Amsterdam, waar de koningin zich met journalisten onderhield, ging het niet om een informeel gesprek.

De koningin voerde geen gesprek, maar blies stoom af. Kennelijk geïrriteerd door de aansporing van haar gastheren om meer openheid tegenover de Nederlandse samenleving (lees: de media) te tonen, slingerde ze een banvloek in de groep. Dat had de gastheer, die zich zo direct tot de koningin had gewend, kunnen weten. Koningin Beatrix houdt er niet van rechtstreeks te worden aangesproken, nog minder: te worden vermaand, en wel in de laatste plaats door de pers, waarmee ze al jaren een haat-liefderelatie onderhoudt. Het kader waarin de koningin haar ongenoegen uitte, kan moeilijk `een informeel gesprek' worden genoemd, zeker niet als dat ongenoegen in de vorm van een beschuldiging is ingekleed. Er is een verschil tussen een gesprek en een tirade. Het laatste is veelal een eenmansinspanning, het eerste een groepsgebeuren, dat tenminste van twee kanten wordt gevoerd. De pers is tot het onmogelijke niet gehouden. Als haar de mantel wordt uitgeveegd, ligt het niet in de rede dat zij daarover zwijgt. Premier Kok moet weten dat een code geen recht geeft op onweersprekelijkheid.

Ook al mag de premier het inhoudelijk voor een deel met de koningin eens zijn, helemaal onverlegen kan hij met de zaak niet zijn. De omzichtigheid die premiers vaak in acht moeten nemen om hun onschendbare deelgenoot in de regering uit de wind te houden, moet aan gene zijde van de onschendbaarheid met evenveel voorzichtigheid worden ondersteund. Het is moeilijk vol te houden dat de kwalificaties die de kwestie hebben veroorzaakt voldoen aan de eis van behoedzaamheid en prudentie, die aan het opereren van de koningin moet worden gesteld.