The Economist

De grote Amerikaanse ondernemingen zijn als de dood dat ze de innovatieboot missen. Veel van de hedendaagse fixatie op fuseren is gebaseerd op een wanhopige zoektocht naar nieuwe ideeën. De grote ondernemingen besteden ook steeds meer geld aan het verwerven van andermans intellectuele eigendom. De handel in octrooien en patenten is in de VS gestegen van vijftien miljard dollar in 1990 tot honderd miljard in 1999. Bovendien, schrijft The Economist, zijn het steeds vaker kleinere bedrijven en ongebonden individuen die met innovaties grote bedragen verdienen.

Dit tot schrik van traditionele ideeënfabrieken als bijvoorbeeld Procter & Gamble, dat inmiddels heeft besloten de onderneming zo te reorganiseren dat de producten zelf belangrijker zijn dan het land van herkomst.

Op die manier hoopt Procter dat innovaties gemakkelijker verspreid worden over de hele onderneming. De panische queeste naar alles wat innovatie heet is volgens het blad niet reëel omdat ze voornamelijk lijkt te zijn ingegeven door de overspannen waardering voor kleine Internetbedrijven.

Maar hoe je het ook wendt of keert het blijft een feit dat innovatie niet tot stand komt omdat de baas het zegt. Want hoeveel aanbevelingen de managementgoeroes ook doen, en hoeveel lijstjes en diagrammen ze ook maken, innovaties ontstaan alleen in een cultuur die gespitst is op vernieuwing, en niet – zoals vaak voorkomt – in een cultuur waarin mensen die werken aan nieuwe producten niet worden beloond maar wel bestraft als de vernieuwing mislukt.

www.economist.com