Strik maakt portretten als geestverschijningen

De Nederlandse kunstenaar Elly Strik ontving onlangs de Jeanne Oosting Prijs voor olieverfschilderkunst. Haar eigen gezicht is het uitgangspunt van haar schilderijen.

Het verval is alom aanwezig in het Brusselse atelier van de Nederlandse kunstenaar Elly Strik (Den Haag, 1961). Het oude monumentale pand, waarin nu kunstenaars huizen, moet er vroeger majestueus hebben uitgezien met zijn geornamenteerde plafonds en statige eikenhouten trappen. Maar nu zijn de muren afgebladderd en is het stof neergedaald op de kale vloeren. Vanuit de ramen van het atelier kijk je neer op de naastgelegen autosloperij, waar mensen over het braakliggende terrein rondscharrelen op zoek naar bruikbare onderdelen.

De aftakelende omgeving lijkt zijn weerslag te hebben op het werk van Strik, die ruim twee jaar geleden van Eindhoven naar de Belgische hoofdstad verhuisde. Haar schilderijen, gemaakt op gigantische vellen papier van zo'n twee bij drie meter, zijn confronterender geworden. Nog steeds dient haar eigen gezicht als uitgangspunt, maar het dromerige karakter van eerdere werken heeft plaatsgemaakt voor een ruigere schilderstijl, onrustig en angstaanjagend. Zo maakte ze verschillende schilderijen waarbij haar eigen gezicht op morbide wijze ontleed lijkt te zijn. Door de transparante huid heen is de onderliggende schedel zichtbaar, met donkere gaten op de plekken van ogen, neus en wangen.

,,Het idee voor die werken had ik al heel lang'', vertelt Strik. ,,Maar in Eindhoven lukte het me niet om ze te maken. Toen ik in Brussel aankwam, viel veel op zijn plaats. Er heerst hier overal onrust. Je kunt zelfs niet rustig over de stoep lopen, omdat die overal ongelijk is. Er bestaan helemaal geen regels en dat is geweldig. Brussel is een soort debiel broertje van Parijs. Voor mij is dit de perfecte omgeving om kunst te maken. Pas later zag ik de overeenkomst met de doodskoppen van de Belgische schilder James Ensor.''

Onlangs ontving Elly Strik de Jeanne Oosting Prijs voor de olieverfschilderkunst, een jaarlijkse prijs van tienduizend gulden die sinds 1970 wordt uitgereikt aan figuratief werkende kunstenaars. Die toekenning is opmerkelijk, aangezien Strik geen schilder pur sang is, en de olieverf op het papier combineert met potlood en lakverf. ,,Ik teken met verf. Het voordeel van papier is dat het licht en hanteerbaar is. Ik kan het oprollen en wegzetten, of met spelden aan de muur prikken. Ik moet er niet aan denken dat al mijn werken zware doeken zouden zijn van twee bij drie meter. Papier als beelddrager is ook licht in psychologische zin. Het is alsof de afbeelding zo plat mogelijk is uitgerold, om de grootst mogelijke dunheid te bereiken. Vaak is de rand van het papier de scherpste overgang van de hele tekening, de rest is vrij ijl en zacht geschilderd.''

Als voorstudies voor haar schilderijen maakt Strik foto's van zichzelf. Vertaald op papier gaan die gezichten een eigen leven leiden, al is in de grote sprekende ogen vaak nog wel het portret van de kunstenaar te herkennen. ,,Ik ben er niet op uit om mijn fysionomie zo natuurgetrouw weer te geven. Het gaat meer om de verschillende staten van bewustzijn. Mijn allereerste tekening heette Het hysterische bewustzijn. Nu noem ik ze eenvoudigweg Portret van mezelf. Vaak laat ik de haren gewoon weg, dan krijgen de hersenen meer lucht. En als ik ze wel weergeef, zijn het vele zenuwachtige lijntjes in potlood, zodat er een andere manier van waarnemen wordt aangesproken. Ook is het goed, merk ik de laatste tijd, om maar één oog te schilderen, zodat er een meer gerichte ingang in het portret ontstaat. In een goed zelfportret moet ook een ander zich kunnen herkennen.''

Omdat Strik nauwelijks felle kleuren in haar schilderijen gebruikt, en zij de verf in hele dunne, transparante lagen aanbrengt, lijken de gezichten vaak meer op geestverschijningen dan op mensen van vlees en bloed. Zoals een echo slechts een verzwakte herhaling is van een uitgesproken woord, zo zou je Striks beeltenissen kunnen omschrijven als nabeelden van bestaande portretten. ,,Ik wil in mijn tekeningen het niet zichtbare zichtbaar maken. Bij die doodskoppen bijvoorbeeld, heb ik gaten in het gezicht getekend die er nog niet zijn. Ik doe het voorkomen alsof die gaten óp de huid liggen en dat is een totale onmogelijkheid.''

Het soms absurdistische karakter van Striks schilderijen, waarin bijvoorbeeld een vis uit een gezicht geboren wordt of vogelspinnen de ogen bedekken, doet denken aan het werk van de Belgische surrealisten. ,,Behalve dat ik in Brussel vaak aan Ensor moest denken, stuitte ik hier ook overal op het werk van René Magritte. Zijn schilderij Perspectief II: Het balkon van Manet bijvoorbeeld, waarin doodskisten op een balkon zitten en staan, is een absoluut Belgisch schilderij. Je ziet hier in Brussel heel vaak mensen met doodskisten sjouwen, omdat op iedere hoek van de straat een begrafenisondernemer gevestigd lijkt te zijn. En zelfs de friettent hier in de buurt is helemaal beschilderd in de stijl van Magritte: `Ceci n'est pas une frites'. Al zijn de schilderijen van Magritte veel harder en emblematischer, zijn oeuvre heeft wel degelijk sporen in mijn werk achtergelaten. Het is een manier van denken, van leven. Ik zoek de lichtheid en de beknelling, dood en geboorte, en probeer dit op een dragelijke en ademende manier open te maken. Zo open zelfs dat je door de verschillende lagen door kunt kijken naar de ondergrond en de vaste vormen haast zijn opgelost.''

Werk van Elly Strik, t/m 12/12 op de tentoonstelling `Jeanne Oosting Prijs 1999 (samen met aquarellen van Philip Akkerman) in Museum de Wieger, Oude Liesselseweg 29, Deurne. Di-zo 12-17u.

Op de presentatie `De Verzameling – Aanwinsten zijn drie van haar tekeningen te zien. T/m 6/2 MUHKA, Leuvenstraat, Antwerpen. Di-zo 12-17u.