Schoolstrijd 1999

VOOR DE MEESTEN van de naar schatting twintigduizend actievoerende scholieren in Den Haag was het gisteren de eerste demonstratie. Het moet voor hen tevens een vreemde en veelal ook benauwende ervaring zijn geweest. De actie tegen de werkdruk van het studiehuis eindigde in grootscheepse vernielingen op en rond het Binnenhof. De zo `vertrouwde' beelden van politie versus demonstranten waren toch anders. Hier zochten kinderen de confrontatie. Dat vraagt om een andere, terughoudender aanpak van de kant van de politie. Het verklaart wellicht de relatief grote materiële schade die is aangericht.

De beeldvorming is er nu een van een volledig uit de hand gelopen demonstratie. Maar niet vergeten mag worden dat het overgrote deel van de demonstranten niet betrokken is geweest bij de ongeregeldheden. Wel blijkt uit alles dat de organisatie lichtzinnig is geweest. Hier wreekt zich dat deze in handen was van nog jonge, op dit punt totaal onervaren scholieren. Het is de vraag of de diverse schoolhoofden die de actie van hun scholieren zo hebben toegejuicht bij hun adhesiebetuigingen dit facet voldoende hebben onderkend. Een massale demonstratie is nu eenmaal wat anders dan een groepsexcursie.

OP HET MALIEVELD, waar de eigenlijke demonstratie plaatshad, moet het voor de meeste leerlingen overigens ook een vreemde ervaring zijn geweest. Zij kwamen om te demonstreren tegen de verantwoordelijken voor hun onderwijsprogramma, maar kregen van diezelfde verantwoordelijken alleen maar complimenten te horen. Staatssecretaris Adelmund van Onderwijs ,,feliciteerde' de scholieren met hun demonstratie en gaf haar volledige steun aan hen die actie wilden voeren om veranderingen te bewerkstelligen. ,,Mij heb je achter je als je wil laten zien dat je wat wil doen aan de overladenheid en de werkdruk', riep ze de scholieren toe.

Daarmee werd behendig het probleem doorgeschoven naar, ja naar wie eigenlijk? De onderwijsgevenden klagen immers dat het door de politiek goedgekeurde programma van het studiehuis te veel van hen eist. Daarin staan zij niet alleen. De voor het studiehuis verantwoordelijke ambtenaar, die zich conform de tijdgeest `procesmanager' mag noemen, heeft al gezegd dat er vakken geschrapt moeten worden als mocht blijken dat de studielast inderdaad te zwaar is.

Duidelijkheid over de verantwoordelijkheden is dus ook hier weer ver te zoeken. Het probleem is erkend, zo kan althans worden opgemaakt uit de woorden van staatssecretaris Adelmund. De studielast die van leerlingen in het studiehuis mag worden gevergd, bedraagt veertig uur, zo zegt de wet. Als dat een fictie blijkt te zijn, is er een probleem. Dan deugt of het onderwijsprogramma niet, of voeren de onderwijsgevenden het niet goed uit. Het is van belang dat hierover snel uitsluitsel komt opdat maatregelen getroffen kunnen worden. Voor de grieven van de leerlingen bestaat van alle kanten begrip. Maar om alleen begrip was het hun nu juist niet te doen.