Scapuliermedaille

`Voor de jaarlijkse bedevaart naar Kevelaer kan men zich na de mis opgeven bij de heer Braak in het zaaltje naast de kerk.'Ik ben pas enkele jaren geleden voor het eerst in Kevelaer geweest. Een soort klein Fatima of Lourdes net over de grens, even boven Venlo. Toen ik nog misdienaar was, is het daar om een of andere reden nooit van gekomen, terwijl deze pelgrimage toch ieder jaar weer op touw werd gezet. Mijn broer Jan is wel een keer meegeweest. Ik heb nog een foto waarop hij vooroploopt in de processie met het twee meter hoge kruis in zijn rechterhand – zou dat kruis gewoon in het bagagenet van de bus hebben gelegen? – en onder zijn linkerarm droeg hij zijn bruine leren tas met daarin ongetwijfeld een verschoning en zijn trommeltje met boterhammen.

Hij heeft vast niet geweten waar hij de tas moest laten. Aan de plechtstatigheid van het geheel werd door deze schooltas enigszins afbreuk gedaan. `Misdienaar met kruis en aktentas' schrijf ik voor het nageslacht achter op de foto.

Wat opvalt in bedevaartsoorden is het grote aantal winkels en winkeltjes in `devotionalia'. En overal verkopen ze dezelfde boeken, beelden, medailles, wijwaterbakjes en rozenkransen. Er is heel wat minder devotie dan vroeger, maar ze gaat nog steeds over de toonbank.

In Nederland zijn nog maar een paar winkels die devotie-artikelen verkopen. In Haarlem is er eentje op de Gedempte Oude Gracht. Ik liep er laatst even binnen, op zoek naar een scapuliermedaille. De vriendelijke meneer die mij bediende wist niet meteen wat ik bedoelde, maar hij diepte wel ergens onder uit een la een geborduurd scapulier op. Twee lapjes stof met de afbeeldingen van Christus en een van de vele heiligen, door twee linten met elkaar verbonden. Het scapulier werd over de schouders gedragen, een lapje voor, en een lapje op de rug.

Wat ik echter bedoelde was een medaille met aan beide kanten een afbeelding, bijvoorbeeld Jezus en Maria. Deze medailles werden in een katoenen of linnen zakje genaaid en door middel van een veiligheidsspeld al naar gelang het seizoen maar wel ter hoogte van de hartstreek – hier scheen de uitwerking het krachtigst te zijn – vastgemaakt aan hemd of borstrok. Ik was als jongetje nogal druk en ongedurig, zodat het regelmatig voorkwam dat moeder mij bij het opspelden in mijn borstkastje prikte.

Hoe vanzelfsprekend was vroeger de godsdienst geïntegreerd in het dagelijks leven. Ochtendgebed, avondgebed, het bidden voor en na elke maaltijd, de dagelijkse gang naar de kerk, en het dagelijks bekruisen met het wijwater uit het wijwaterbakje naast de deur van de slaapkamer. Achter het bakje was altijd een gewijd palmtakje gestoken.

Eén keer per jaar, met Palmpasen, gingen we naar de kerk om dit wijwater en deze palmtakken in te slaan. Berghorst jenever, stond er op de groene flessen die we onderdompelden in de grote zinken teilen die opgesteld stonden in het voorportaal van de kerk. Na zich gulzig klokkend te hebben gevuld verdwenen ze in de bruine schooltassen. Zó kon je er niet mee over straat, de buren, protestant natuurlijk, mochten eens denken dat er jenever in zat.

Palmen groeiden er niet in Vroomshoop, onze palmtakjes waren van liguster, afkomstig uit de heg van de pastoor.