Rio laakt rijke landen

Brazilie is woedend op de rijke industrielanden, na de mislukte WTO-conferentie in Seattle. Daardoor blijven de markten in de VS, West-Europa en Japan gesloten voor producten uit de Derde Wereld. ,,De rijken tonen hun ware gezicht.''

,,Gemeen dubbelspel'' en ,,pure hypocrisie'. Zo beschrijft Brazilië de houding van de rijke landen tijdens de mislukte vergadering van de Wereldhandelsconfenentie (WTO) in Seattle. ,,Liberaal als het erom gaat de ontwikkelingslanden te bekritiseren, maar door en door protectionistisch als het om hun eigenbelang gaat'', zei de Braziliaanse minister van Arbeid, Francisco Dornelles gisteren. `Het masker is gevallen: in Seattle tonen de rijken hun ware gezicht', luidde ook de openingskop van het gezaghebbende Braziliaanse weekblad Veja.

Aanvankelijk richtte de woede van Brazilië zich op president Clinton. In een poging de protesterende actiegroepen in Seattle tegemoet te komen, klaagde de Amerikaanse president de kinderarbeid in de Braziliaanse schoenenindustrie aan. Volgens Unicef werkt negen procent van de Braziliaanse kinderen tot 14 jaar. De Braziliaanse president, Fernando Henrique Cardoso, reageerde gepikeerd op de Clintons aanklacht: ,,Als de Verenigde Staten hun handelsbarrières opheffen, krijgen ontwikkelingslanden meer kans om armoede en kinderarbeid te bestrijden.''

Minister Dornelles ging nog een stap verder: ,,Kinderarbeid is een excuus om te voorkomen dat Braziliaanse producten de Amerikaanase markt bereiken.'' Hij wees op de importtarieven van 8,5 tot 10 procent die Amerikanen op de Braziliaanse schoenen heffen. ,,Op pantoffels is het tarief zelfs 78 procent!'' Hoe kan Brazilië op die manier concurreren, vroeg de minister. Zeker als men bedenkt dat het importtarief op schoenen omgekeerd niet hoger ligt dan 5 procent.

`Oneerlijk', was het woord dat eind vorige week al in de krantenkoppen verscheen. En naarmate de WTO-conferentie vorderde, breidde de irritatie van Brazilië zich uit. De EU die aan zijn landbouwsubsidies blijft vasthouden en Japan dat potdicht blijft voor de invoer van rijst, vis of groenten. ,,De Japanse auto's rijden hier volop door de straten, terwijl de Japanners onze soja-olie blokkeren, omdat ze soja zelf willen raffineren'', schrijft economisch commentator César Nogueira.

Zoals alle ontwikkelingslanden is ook de Brazilië voor het grootste deel afhankelijk van zijn landbouw. En het is juist tegen de import van landbouwproducten dat de rijke landen de hoogste barrières opwerpen. Zo beschermen de Amerikanen hun Californische sinaasappels, waardoor Brazilië jaarlijks 1,5 miljard dollar aan sinaasappelexport naar de Verenigde Staten misloopt. ,,Alleen al het afschaffen van de Amerikaanse importheffingen op sinaasappelsap zou de negatieve Braziliaanse handelsbalans in een positieve doen omslaan'', zei minister van Landbouw Pratini de Moraes.

Zijn ministerie berekende dat Brazilië jaarlijks in totaal 11 miljard dollar rijker zou zijn als Amerika en Europa hun handelsbarrières op landbouwproducten zouden slechten. ,,Als de rijke landen op de WTO een minimum aan goodwill hadden getoond zou Brazilië op slag uit zijn economische problemen zijn.''

Maar Europa blijft vasthouden aan landbouwsubsidies, waar geen Braziliaanse boer tegenop kan. De VS hebben dusdanig strenge `gezondheidsrestricties' dat alle fruit bedorven is voor het het land inkomt. Zo is de Braziliaanse papaya vijf jaar lang in een laboratorium op ziektekiemen `onderzocht'. Braziliaanse kippen komen Amerika al helemaal niet in. En dan is er het nieuwe `ecologisch bewustzijn.' De Braziliaanse garnalenindustrie klapte in, toen de Amerikanen de import van Braziliaanse garnalen verboden. In de Braziliaanse netten worden soms zeeschildpadden meegevist. Ook de kaaimankwekerijen zijn gesloten. In het wild is de kaaiman een bedreigde diersoort. Daarom hebben de Amerikanen de import van krokodillenleer verboden.

,,De rijken spelen dubbel spel'', stelt het blad Veja, en beschrijft het systeem waarbij de arme landen doorgaans wel hun grondstoffen en ruwe producten tegen lage importprijzen naar de rijke landen mogen exporteren. Maar zodra er een minimum aan industriële bewerking aan te pas is gekomen, stijgen de heffingen. Een voorbeeld is Duitsland. Zoals in de hele Europese Unie mag gemalen koffie er zonder heffingen worden ingevoerd. Op de invoer van oploskoffie heft Duitsland echter 18 procent importbelasting. Zo behoort Duitsland, zonder ooit één koffieboon te verbouwen, tot een van de grootste fabrikanten van oploskoffie ter wereld. Hetzelfde geldt voor de sojaboon. Zodra Brazilie er olie van heeft gemaakt, heffen zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie 20 procent importbelasting.

,,Op deze manier worden de arme landen veroordeeld voor eeuwig onderontwikkeld te blijven'', conludeert Veja. Waar is de economische uitdaging? Waarom zouden arme landen in schonere technologie, en betere bescherming van werknemers investeren, als ze ,,net als tijdens het kolonialisme'' slechts het ruwe materiaal te leveren voor de winst van de rijken?

,,Neo-protectionisme'' noemt de Braziliaanse regering de houding van de rijke landen in Seattle. In Rio de Janeiro herinnerde de minister van Arbeid aan de ,,enorme inspanning'' die Brazilië heeft geleverd om zijn gesloten economie open te breken, en de ,,zware wissel'' die de privatiseringen en het afschaffen van prijscontroles op de arme bevolking trokken. Toch eisen de VS nu een compensatiebetaling voor de `dumping' van Braziliaans staal op de Amerikaanse markt, uit de tijd de Brazilaanse staalindustrie nog niet geprivatiseerd was en de regering de prijzen bepaalde.

Is dit het `liberalisme' waarbij Brazilië elk jaar voor 3,6 miljard dollar meer uit de Verenigde Staten importeert dan het exporteert? Liberalisme waardoor Amerika en Europa niet willen praten over hun eigen handelsbarrières en subsidies? ,,Pure hypocrisie'', concludeert commentator Nogueira.

In deze sfeer is het niet verwonderlijk dat Brazilië nu probeert de rijke landen een koekje van eigen deeg te geven. Gisteren kondigde de minister van Landbouw aan dat hij het aantal overslagpunten voor de import van Amerikaanse en Europese landbouwproducten in Brazilië gaat beperken. ,,We doen niets anders dan dezelfde beperkingen opleggen aan landen die ons beperken'', aldus minister Pratini de Moraes.