Ouders kritiseren rapport Drentse sekskelders

TNO toonde onlangs aan dat er geen sekskelders zijn onder basisschool De Dreef in Emmererfscheidenveen. Niet iedereen is overtuigd.

De vier ouderparen uit het Drentse Emmererfscheidenveen, die opheldering willen over de ontuchtverhalen van hun kinderen, gaan door met procederen. Hun advocaten, W. Anker en J. Boksem, besloten eerder al een procedure door te zetten om het openbaar ministerie te dwingen het onderzoek naar de zaak te heropenen.

Het bouwkundig onderzoek laat de nodige vragen onbeantwoord, menen de ouders. Zo zijn de bevindingen van TNO niet naast de verklaringen van hun kinderen gelegd. Er werden daardoor ten onrechte geen conclusies getrokken uit de bevinding van TNO dat zich op het schoolplein een beerput bevindt of heeft bevonden, aldus R. Brokman, een van de moeders. De kinderen spreken in de aangiften bij monde van hun ouders over een ,,put met water en stront'' en een ,,waterput die heel erg stonk'', die zij onder de grond zouden hebben aangetroffen.

Verder stemmen de maten van de door TNO onderzochte kelders van de belendende bakkerij niet overeen met de maten die de makelaar vermeldt over het pand, dat te koop staat. ,,Het verschil is zeventig vierkante meter'', zegt Brokman. TNO-onderzoeker P. van Staalduinen wil daar geen commentaar op geven. ,,Van de kelders die ik heb aangetroffen, staan de maten in het onderzoeksrapport.'' Zijn er dan ook nog kelders die hij niet heeft gezien? ,,Dat weet ik niet.'' Volgens de ouders is het schoolterrein pas na de affaire afgerasterd, waardoor het belendende perceel van de bakkerij niet in het onderzoek is betrokken. Dat is relevant omdat de kinderen steeds hebben verklaard dat er misbruik heeft plaatsgevonden in ,,diepe kuilen achter de bakkerij''.

Voor de vier ouderparen rest bovendien de vraag of zich in het directeurskamertje een luik heeft bevonden. Volgens het TNO-rapport is dat niet het geval. Van Staalduinen gaat ervan uit dat de betonnen vloer in het kamertje dateert uit 1919, toen de school werd gebouwd, maar kan niet uitsluiten dat de vloer later is gestort. De kinderen hebben steeds een luik in de directeurskamer beschreven, dat toegang zou bieden aan ondergrondse gangen. Ook een oud-leerling van de school, G. Jalving, verklaart dat zich begin jaren zeventig een luik in het kamertje bevond. Nadat hij ditzelfde al vorig jaar aan de pers had verklaard, werd hij naar zijn zeggen bedreigd. De ouders menen dat er nieuwe vloeren zijn gestort en sporen zijn weggewerkt tijdens de rioleringswerkzaamheden en de herinrichting van het schoolterrein in 1997.

Hoofdofficier van justitie R. van Rossem-Broos bevestigt dat de verklaringen van de kinderen niet naast de bevindingen van TNO zijn gelegd. ,,Aan de hand van de aangifteverslagen heb ik in overleg met de raadsman van de aanklagende ouders de opdracht voor TNO geformuleerd. Dat was voldoende.'' Volgens de advocaten heeft dat overleg niet plaatsgehad. Wel hebben zij destijds een lijstje verzoeken ingediend, die naar hun zeggen niet alle zijn ingewilligd.

Volgens de ouders en de advocaten zijn er meer hiaten in het justitieel onderzoek, ook rond de eerste ontuchtaffaire op de school, die door justitie werd bewezen. Daarbij werden kleuters onder schooltijd door oudere kinderen met stokjes bewerkt in hun anus en geslachtsdelen. ,,Hoe kan dit aan de aandacht van de leerkrachten zijn ontsnapt op een school met achtenzestig leerlingen en vijf leerkrachten?'', vraagt R. Brokman zich af. Het hoofd van de school, F. Haikens, antwoordt desgevraagd dat dat ook hem een raadsel is. ,,We hadden elke dag pleindienst en hebben nooit iets gezien.'' Haikens weet niet wat de aard van het door het OM bewezen misbruik is. ,,Daar heb ik nooit informatie over gekregen.'' Hij heeft de indruk dat de dadertjes onder druk een verklaring hebben afgelegd. ,,Er zijn er vijf door de mand gevallen. Ik twijfel aan de geloofwaardigheid van deze verhalen.'' Zijn verklaring is opmerkelijk, omdat aan het waarheidsgehalte van de stokjesaffaire nooit werd getwijfeld, noch door justitie, noch door de hulpverlenende instanties. Een verslag van het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg in Emmen, waar de slachtoffertjes in behandeling zijn geweest, vermeldt dat een van de kinderen ,,werd aangemeld door de kinderarts [...] vanwege de betrokkenheid bij de grootschalige ontucht/sexueel misbruikzaak in Emmer-Compascuum.'' Het kind was in behandeling wegens een bloedende anus.

De slachtoffertjes vertellen dat de jeugdige daders tot het misbruik werden aangezet door volwassenen. Volgens jeugdarts Jan van Beek van de GGD in Emmen vormt de `stokjesaffaire' abnormaal gedrag, vooral gezien het gewelddadige karakter ervan. Onderzoek naar de gezinnen van de dadertjes, en het mogelijk vóórkomen van incest, is nooit verricht. ,,Wij kregen geen signalen dat daar een noodzaak toe was'', verklaart hoofdofficier van justitie R. van Rossem-Broos. Volgens N. van Splunder van de Kinderbescherming had dat onderzoek plaats moeten hebben. ,,Daar was aanleiding genoeg voor, maar wij hebben nooit een melding gekregen.'' In de zaak zijn nooit verdachten gehoord. Voor justitie is de zaak afgedaan.