Op zoek naar geld voor water

Overheden van veel landen hebben niet genoeg geld om te investeren in watervoorziening. Toch moet er iets gebeuren om dreigende tekorten te voorkomen en vervuiling tegen te gaan. Daarom pleit dr. Abu-Zeid, president van de World Water Council, voor het privatiseren van de watervoor- ziening om particuliere investeringen te stimuleren.

Om de dreigende watercrisis het hoofd te bieden moet er fors worden geïnvesteerd, zowel in het ontwikkelen van nieuwe bronnen van zoet water als in het efficiënter gebruik van de bestaande bronnen. Het privatiseren van de watervoorziening is een interessante mogelijkheid om kapitaal aan te trekken voor de noodzakelijke investeringen. Dat constateert dr. Mahmoud Abu-Zeid, president van de World Water Council. Abu-Zeid is zelf civiel ingenieur en minister van Verkeer en Waterstaat van Egypte.

De World Water Council, een internationale denktank op het gebied van water, organiseert in maart volgend jaar het Tweede Wereld Water Forum in Den Haag, dat zal worden voorgezeten door kroonprins Willem-Alexander. Abu-Zeid was onlangs even hier om een eredoctoraat in Delft in ontvangst te nemen.

Met zijn pleidooi voor privatisering gaat Abu-Zeid in tegen de heersende mening in Nederland, dat drinkwatervoorziening een zaak moet zijn van de overheid of in ieder geval van bedrijven die in handen zijn van de overheid. Recent nog werd dat door een meerderheid in de Tweede Kamer bevestigd.

Abu-Zeid: ,,Er zijn veel landen in de wereld waar de overheid niet genoeg geld heeft om te investeren in watervoorziening en behandeling van afvalwater. Toch moet er iets gebeuren om dreigende tekorten te voorkomen en vervuiling tegen te gaan. Als private ondernemingen, zoals bijvoorbeeld het Franse Suez Lyonnaise des Eaux, willen investeren in watervoorziening, kunnen we dat alleen maar aanmoedigen. Het bedrijf in kwestie beschikt over een kapitaal van 40 miljard dollar. De meeste overheden kunnen daar niet aan tippen.''

Abu-Zeid heeft ervaring met privatisering. Als minister van Verkeer en Waterstaat sluit hij contracten af met private ondernemingen, die vervolgens zorgen voor winning, zuivering, distributie en desgewenst ook nog voor de aanleg van een riolering en een installatie om het afvalwater te zuiveren. Dat geldt niet alleen voor drinkwater, vertelt Abu-Zeid, maar ook voor water dat wordt gewonnen en gebruikt om de akkers te bevloeien.

Het Nederlandse argument dat water een eerste levensbehoefte is, waarvan je de voorziening niet mag overlaten aan het vrije spel der maatschappelijke krachten, vermag niet hem te overtuigen. ,,Brood is ook een eerste levensbehoefte'', zegt hij. ,,Dat wordt toch ook niet door de overheid verstrekt. Of veiligheid. Ook in jullie land zie je steeds meer dat particuliere ondernemingen beveiligingstaken vervullen. Ik kan begrijpen dat emoties een rol spelen als het gaat om water, maar voor veel landen is privatiseren noodzakelijk om de watervoorziening veilig te stellen. Er moet namelijk zo ontzettend veel gebeuren op watergebied om te zorgen dat iedereen in de wereld voldoende water van goede kwaliteit tot zijn beschikking heeft.''

Geroutineerd somt Abu-Zeid de problemen op waar de wereld voor staat als het gaat om water. ,,Als we uitgaan van een minimum van 1000 kubieke meter water per persoon, dan hebben op dit moment 25 landen te kampen met een ernstig tot zeer ernstig tekort aan water. In 2005 zal dat aantal zijn gestegen tot 60 landen. Overal in de wereld hebben we te maken met vervuiling en in het algemeen vermindering van de kwaliteit van de bronnen van water, grond- en oppervlaktewater. De komende 25 jaar zullen ook de effecten zichtbaar worden van een eventuele verandering van het klimaat. In sommige landen zal dat leiden tot een grotere kans op overstromingen, in andere landen zal de neerslag afnemen en zullen er nog meer tekorten ontstaan.''

Desgevraagd zegt Abu-Zeid dat hij niet verwacht dat er binnen nu en vijftig jaar ergens ter wereld een oorlog om water zal worden gevoerd. In sommige gebieden, zoals het Midden-Oosten, zijn er spanningen om water, zoals recent tussen Israel en Jordanië, maar die zijn oplosbaar zonder dat er naar de wapens gegrepen hoeft te worden.

,,Misschien ben ik een optimist'', zegt Abu-Zeid, ,,maar mijn optimisme is wel gestoeld op feiten. En een feit is dat veel landen, ook de landen die door droogte worden geteisterd, nog een stuk efficiënter met hun bestaande watervoorraden kunnen omgaan. Gemiddeld genomen is het rendement van het watergebruik minder dan 40 pct. Daar valt dus nog heel wat aan te verbeteren. Boeren zouden bijvoorbeeld het drainagewater dat resteert na bevloeiing nogmaals kunnen benutten. Bedrijven zouden hun koel- en proceswater opnieuw kunnen gebruiken. En waarom zou je rioolwater, na zuivering niet kunnen gebruiken om de akkers te bevloeien?'' Naast investeringen gericht op het efficiënter omgaan met water is er ook kapitaal nodig om nieuwe bronnen aan te boren. Abu-Zeid: ,,Om in het Midden-Oosten te blijven, Israel is in gesprek met Turkije over de aanvoer van water per pijpleiding. Dat zou al een stuk van de spanningen wegnemen. Verder onderzoeken Jordanië, Israel en de Verenigde Staten de mogelijkheid om zout water van de Rode Zee naar de Dode Zee te transporteren. Het verval (de Dode Zee ligt 400 meter onder de zeespiegel), levert voldoende hydrostatische druk op om het zoute water te ontzilten met membranen. Het blijft voorlopig bij studies, want de kosten bedragen ettelijke miljarden dollars. Maar samenwerking in zo'n project is altijd nog goedkoper dan een oorlog om water.''

Abu-Zeid verwacht overigens dat de kosten van ontzouting van zeewater snel zullen dalen, van enkele guldens per kubieke meter nu tot circa dertig cent in 2025. ,,Als die voorspelling uitkomt, dan komt een welhaast onuitputtelijke bron van water tot onze beschikking'', zegt hij. ,,De zee.''

De vraag is hoe je ervoor kunt zorgen dat water efficiënter wordt gebruikt. De gangbare opinie, ook van de World Water Council, is dat er een prijs moet worden gezet op water. Abu-Zeid is het daar slechts tot op zekere hoogte mee eens. ,,Natuurlijk mag water best wat kosten'', vindt hij. ,,Als het gratis is,is de neiging tot verspilling groter. Het mag echter niet zo zijn dat iemand, waar dan ook, geen water tot zijn beschikking heeft omdat hij het niet kan betalen. Dat is sociaal niet aanvaardbaar.''

Volgens Abu-Zeid is de prijs van water zeker niet het enige middel om de vraag te beïnvloeden. ,,Mijn ervaring is, dat voorlichting en opvoeding minstens even belangrijk zijn. Een voorbeeld: Voordat de Aswandam was aangelegd, lieten de boeren in Egypte het water uit de Nijl over hun akkers stromen. Nadat de dam werd gebouwd, moest het water uit de Nijl naar hun akkers worden gepompt. Dat kostte geld natuurlijk. Toch zetten ze nog steeds een meter water op de akker, net als vroeger. Hoewel ze er nu voor moesten betalen, gebruikten ze niet minder water. Dat gebeurde pas toen ze werden voorgelicht over andere vormen van bevloeiing die minder water vragen, zoals aanvoer via kanalen en sloten.''

De noodzakelijke bewustwording ontstaat pas, zegt Abu-Zeid, als de belanghebbenden worden betrokken bij het beheer van de watervoorraden. Kernthema daarbij is `integraal waterbeheer', een in ons land ontwikkeld concept, dat ook leidraad is voor het waterbeleid in Egypte. Bij integraal waterbeheer wordt, aldus Abu-Zeid, een stroomgebied beschouwd als een systeem. Een stroomgebied kan een beekdal zijn, maar het kan ook het stroomgebied van de Rijn zijn. Het gebruik van water moet zich schikken naar de (hydrologische) randvoorwaarden van het systeem. Een daarvan is bijvoorbeeld dat je nooit meer water gebruikt dan er via neerslag binnenkomt. Een andere voorwaarde is dat de vervuiling nooit het zelfreinigend vermogen van het water te boven mag gaan.

Integraal waterbeheer is een van de kernthema's van het Wereld Water Forum dat in maart in Nederland wordt gehouden. Abu-Zeid heeft hoge verwachtingen van het forum en de tegelijk te houden conferentie van ministers. ,,Het wordt de belangrijkste conferentie sinds die van Mar del Plata in 1977'', zegt hij. ,,In Den Haag wordt de visie op het waterbeheer in de 21ste eeuw gepresenteerd.''

De conferentie van Mar del Plata vormde de opmaat tot de Water and Sanitation Decade, die van 1980 tot 1990 heeft geduurd. De bedoeling was om vóór 1990 elke wereldburger toegang te verschaffen tot schoon en veilig drinkwater.

Dat doel is bij lange na niet gehaald, erkent Abu-Zeid. De voornaamste reden was, volgens hem, dat in de jaren tachtig de economie wereldwijd in een crisis verkeerde. ,,Overheden moesten drastisch bezuinigen en omdat de watervoorziening vrijwel volledig in handen van de overheid was, was er geen geld voor investeringen. Andere sectoren hadden daar veel minder last van. Ook dat is een reden om de watervoorziening te privatiseren om zo particulier kapitaal aan te trekken.''