New York Review of Books

Niet het bedrijfsleven maar non-profitinstellingen als universiteiten en onderzoeksinstellingen, bijvoorbeeld het onderzoekscentrum CERN in Genève, hebben de basis gelegd voor de Internet-revolutie en voor de rijkdom die de Internetmiljardairs er mee hebben vergaard.

Daarom is het onjuist dat het bedrijfsleven van de overheid eist dat ze zich nergens mee bemoeit. Immers, de gevestigde technologische bedrijven, de digitale genieën van Silicon Valley, en de beleggers van risicokapitaal hebben gebruik gemaakt van wat de overheid en de aanverwante instellingen hebben ontwikkeld nadat ze de mogelijkheden van Internet meer dan twintig jaar over het hoofd hadden gezien.

De voedingsbodem voor de ondernemingen die Silicon Valley zijn naam gaven, bestaat uit een rijk gevarieerd systeem van overheidsorganen en particuliere instellingen dat de afgelopen vijftig jaar is ontstaan. Soortgelijke gunstige omstandigheden, schrijft James Fallows in The New York Review of Books, bestaan op kleinere schaal wel in Taiwan, Polen en Israël, maar niet in Europa.

De auteur beschrijft onder andere hoe Tim Berners-Lee, een medewerker van CERN, nog geen tien jaar geleden het cruciale systeem bedacht waarmee hij de toegankelijkheid en het gebruik van de Internet-informatie ingrijpend vergemakkelijkte. De CERN-medewerker liet zijn ideeën circuleren zonder er geld voor te vragen en zonder zijn belangen onder te brengen in een onderneming. Waar mensen als Bill Gates van Microsoft, Jeff Bezos van Amazon.com en Jay Walker van Priceline.com fortuinen hebben vergaard, moet Berner-Lee het doen met de opbrengsten van zijn boek over zijn vindingen en van het houden van lezingen.

Het probleem met Microsoft is dat de onderneming niet één maar twee monopolies heeft, het besturingssysteem Windows, en de programma's die bij Office horen. Maar het ergste moet nog komen, en dat bestaat niet alleen uit het feit dat Microsoft een brutale monopolist is maar ook uit het vooruitzicht dat de onderneming inefficiënt wordt en verbureaucratiseert op dezelfde manier als bijvoorbeeld General Motors of als IBM vóór 1993.

De auteur wijst tenslotte op een derde monopolie, dat van telecommunicatiemaatschappijen als Bell Atlantic en US West die op lokaal niveau geen enkele concurrentie hebben. Omdat de ontwikkeling van deze ondernemingen stagneert, is nu het gevaar ontstaan dat de huidige lijnen zwaar overbelast raken omdat ze met een verwerkingscapaciteit van 56.000 bits per seconde bij lange na niet berekend zijn op Internetgegevens van tien miljoen bits per seconde.

The New York Review of Books verschijnt elke veertien dagen. www.nybooks.com