Kinderen

Ik bezoek het Huis van de Slimme Jongetjes. Tonio, de muts tot de ogen, doet open. Hij woonde vijf jaar in de tunnels van de stadsverwarming. Hij lijkt 7. Hij is 12. Nicu staat te roken. Hij lijkt 8. Hij is 14. Alexandro ontvangt me en laat me zijn nieuwe witte jas zien en, daaronder, zijn hondje. Hij lijkt 9. Hij is 13. Maar allemaal stralen ze een ongekende energie en zelfstandigheid uit.

,,Het leven op straat zorgt ervoor dat twee dingen goed ontwikkeld worden: zorg voor zichzelf, en sociale vaardigheden'', zegt Adriana Constantinescu, de leidster van dit kleine kindertehuis. ,,Sommigen kunnen niet gewoon goedendag zeggen, ze snuiven lijm, maar in lastige situaties weten ze wel onmiddellijk hoe ze moeten reageren.''

Er zijn ongeveer 4.000 straatkinderen in Boekarest, en dit project bereikt er zo'n 300 per jaar. Achter het huis worden de kleren verbrand van degenen die net zijn binnengekomen. Het walmt en stinqkt. Ik praat met Adriana over de `social enginering' van Ceausescu die meer Roemenen wilde maken door alle abortussen en voorbehoedsmiddelen te verbieden. De kindertehuizen raakten overvol. Volgens Adriana zijn deze straatkinderen echter vooral het resultaat van pure armoede. ,,Er was gebrek onder Ceausescu, maar veel gezinnen zaten toen nog net boven de overlevingsgrens. Pas na de revolutie doken ze eronder. Toen konden ze het echt niet meer volhouden.''

Dit zijn dus niet meer de kinderen van Ceausescu, die we zo goed kennen van de televisie. Dit zijn de kinderen van 1989, van de shocktherapie van het Westen, van het beloofde land dat nooit kwam.