Goudverkoop levert enorme boekwinst op

Zo'n 4,6 miljard gulden aan boekwinst kan de Neder- landsche Bank op haar gisteren aangekondigde goudverkoop maken. Dat is geen bedrag om al te opzichtig mee om te gaan.

De goudhandel zag de bui al hangen, maar het was gisteren toch even schrikken: de Nederlandsche Bank kondigde aan 300 ton goud te zullen verkopen in de eerstvolgende jaren. Volgend jaar wordt daarvan al 100 ton op de markt gebracht.

Daarmee is in 8 jaar tijd de goudvoorraad al met 1000 ton verminderd. In 1992 werd al 400 ton van de hand gedaan, en in 1996 volgde nog eens 300 ton. Wat straks rest in de kluizen van de bank is 752 ton - waarmee Nederland internationaal gezien overigens nog steeds over de op drie na grootste goudvoorraad per hoofd van de bevolking beschikt.

De reden achter de goudverkoop is dat goud niets opbrengt, terwijl de deviezen die van de opbrengst worden aangeschaft rentedragend zijn. Op het bedrag van 5,8 miljard gulden dat, tegen de huidige marktprijs van goud gerekend, uit de verkoop van 300 ton binnenkomt kan per jaar een paar honderd miljoen worden verdiend.

Volgens de Nederlandsche Bank is de goudverkoop voortgevloeid uit een afspraak met het ministerie van Financiën in juli vorig jaar. Toen maakten Bank en ministerie bekend dat de Nederlandsche Bank een eenmalige bijdrage zou storten van 5 miljard gulden ten bate van het Rijk. Dat bedrag werd in mindering gebracht op de staatsschuld, en ruim 100 miljoen gulden werd aangewend voor de naderhand nogal omstreden aankoop van het schilderij Victory Boogie Woogie van Mondriaan. Dat die afspraak destijds is gemaakt, zorgde vanmorgen voor enige verbazing bij de financiële specialist van de Tweede Kamerfractie van Groen Links, Kees Vendrik. Hij wijst op de lezing van destijds dat de uitkering aan de staat van 5 miljard verband hield met verminderde reservebehoefte van de Nederlandsche Bank in het kader van de invoering van de euro en het ontstaan van het Europees Stelsel van centrale banken waar de Nederlandsche Bank sinds begin dit jaar deel van uitmaakt. ,,Kennelijk is er door de eenmalige uitkering toch een gat ontstaan bij de Bank, dat nu wordt opgevuld. Ik kan me niet herinneren dat dit destijds is gezegd.' Vendrik zal minister Zalm om opheldering vragen.

De Nederlandsche Bank zal de opbrengst van de goudverkoop beleggen in deviezen. Een uitkering aan de staat levert vermoedelijk meer op: het is een bedrag dat minister Zalm niet zal hoeven lenen. Omdat de staat ruim 5 procent rente betaalt, is het rendement van zo'n bedrag in feite ook ruim 5 procent – evenveel als er op dollars te verdienen valt, en ruim meer dan de 0 tot 2 procent die op Japanse yen te krijgen zijn.

Kan de goudverkoop leiden tot een nieuwe miljardenuitkering aan de staat? Zo'n uitkering zou ten koste gaan van de meer dan 40 miljard gulden aan reserves van de centrale bank. De hoogte van dit bedrag is volgens een woordvoerder nodig om eventuele calamiteiten op te kunnen vangen. Bovendien valt het te bezien of, onder het nieuwe regime van de Europese Centrale bank, het zou worden toegestaan om een uitkering uit de reserves aan de staat te doen.

Volgens de Nederlandsche Bank verandert er bovendien per saldo niets in de balans van de bank na de goudverkoop. De boekwinst is fors: anders dan vaak wordt aangenomen, staat het goud niet langer in de boeken voor 13.100 gulden per kilo, maar moet het voor deze transactie worden verrekend met de historische kostprijs. En die is maar 4000 gulden per kilo. Dat geeft bij een huidige marktwaarde van ruim 19.200 gulden per kilo een boekwinst van 4,6 miljard gulden. Dat bedrag staat allang op de balans van De Nederlandsche Bank, verscholen in de post herwaarderingsrekening. Het verschuift straks naar de post reserves. Twee zaken zijn hierbij van belang. De eerste is dat de post herwaarderingsrekening onaantastbaar is: het geld wat daar staat is onaanraakbaar. Met de reserves is de vrijheid veel groter.

Het tweede punt is dat de verschuiving tussen de twee posten zonder veel ophef kan plaatsvinden binnen de balans, óf openlijk via de winst- en verliesrekening.

In dat laatste geval zou de boekwinst in zijn volle omvang prijken bij de winst van de Bank in de komende jaren. Zodat het de vraag wordt of, na de eenmalige uitkering van vorig jaar, de centrale bank het risico zal nemen om al te veel met zijn papieren winst te koop te lopen. Een al te rijke centrale bank brengt de buitenwacht maar op ideeën.