Europees leger

NEDERLAND IS DOOR de bocht. De Nederlandse regering stemt in met een autonome Europese strijdmacht voor vredesinterventies. Anders dan Den Haag aanvankelijk wilde, zal niet de op stapel staande Intergouvernementele Conferentie van de Europese Unie, maar het voorzitterschap van de Unie volgend jaar voorstellen doen voor een nadere uitwerking. Tijdens de top in Helsinki eind deze week kan het door de Finse voorzitter overgenomen Frans-Britse plan nu zonder verdere haken en ogen worden aanvaard.

Nederland heeft er verstandig aan gedaan zich bij de ontstane consensus aan te sluiten. Het dreigde in een isolement te geraken nu ook de belangrijkste NAVO-partners hun bezwaren laten varen. De overgeleverde Nederlandse vrees dat ieder afzonderlijk defensie-initiatief van Europa tot uitholling van de NAVO dreigt te leiden, kan niet langer als argument worden aangevoerd wanneer de Amerikanen zelf de betekenis en het nut van een dergelijke Europese onderneming zeggen te onderschrijven. Jarenlang zijn het de Britten geweest die hun `special relationship' met Amerika lieten prevaleren. Nu zij de meest gemotiveerde verdedigers van een zelfstandig Europees veiligheidsinitiatief zijn geworden, is ook dit baken voor de vaderlandse politiek komen te vervallen.

PRAKTISCH HEEFT Den Haag sinds de Prioriteitennota van 1993 en met de oprichting van een beroepsleger zich al voorbereid op de eisen die aan een snelle interventiemacht moeten worden gesteld. In de Defensienota van minister De Grave worden verdere stappen op dit pad aangekondigd. Dat deze nota terughoudend was met betrekking tot het principe van een autonome Europese defensiemacht valt te verklaren. Den Haag heeft de omslag op het allerlaatste moment gemaakt. Voor de nota kwam dat te laat, wat nog eens duidelijk maakt hoe betrekkelijk de betekenis van dit soort documenten is.

Er is geen reden tot opwinding over de nieuwe koers. De interventies in Bosnië en Kosovo hebben de waarde van de historische les bewezen dat nergens de onzekerheid regeert als op het slagveld. De plannenmakers hadden zich in Bosnië niet voorbereid op gijzeling van blauwhelmen en aanvallen op zogenoemde veilige gebieden. In Kosovo was niet voorzien dat Belgrado zich niet liet intimideren door een paar dagen luchtaanvallen. De Europese voornemens vallen op door hun flexibiliteit. Dat kan ook niet anders, want tot in lengte van jaren zal Europa's afhankelijkheid van Amerika's militaire en technologische potentieel een gegeven blijven. In de documentatie waarin Den Haag zich ten langen leste heeft kunnen vinden, wordt dat ook met zoveel woorden erkend.