Eerbetoon aan een lange vriendschap

Henk Chabot en Charley Toorop, twee van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Nederlandse expressionisme, blijken een tot nu toe onopgemerkt gebleven, jarenlange vriendschap te hebben onderhouden. Ze bezochten elkaars ateliers, wisselden soms kunstwerken uit en schreven elkaar aanmoedigende brieven. Het Chabot Museum heeft een eerbetoon aan hun vriendschap georganiseerd, en daarvoor schilderijen, foto's (van beiden apart; een gezamenlijk portret is nog nooit gevonden) en archiefmateriaal bijeengebracht.

`De Vriendschap' is een in alle opzichten voorbeeldige tentoonstelling. De ongeveer dertig schilderijen hangen in thematische groepjes bijeen, waardoor interessante overeenkomsten en verschillen tussen hun makers opvallen. Beiden kozen vaak de mensen uit hun directe omgeving tot onderwerp van hun kunst. De sociaal bewogen Chabot schilderde groepen anonieme landarbeiders, met grote neuzen en oren en kolenschoppen van handen. Hij beeldde ze af in somber bruin, groen en geel, en vroeg met zijn doeken aandacht voor hun collectieve leed. Toorop deed haar modellen juist stralen van trots en eigendunk door hun meest markante individuele gelaatstrekken te benadrukken. Het Chabot Museum toont een aantal van haar beroemdste portretten: van haarzelf, haar kinderen, en van vrienden uit de artistieke high society waarin ze verkeerde, zoals beeldhouwer John Raedecker bijvoorbeeld (J.R. met vrouw en kinderen, 1938), en kunstkenner H.P.Bremmer en zijn cirkel (De Bremmergroep, 1935-1938). Toorop was zich er pijnlijk van bewust hoe bevoorrecht en beschermd haar eigen achtergrond was, en bewonderde Chabot om zijn `arbeidersafkomst' en zijn `uit de klei getrokken' creativiteit.

Boven in het kleine museum ligt een tiental originele brieven van Toorop aan Chabot en, na zijn dood in 1949, aan zijn vrouw To. Chabots aandeel in de correspondentie is in 1951 verloren gegaan bij een brand. Temeer daar hij in het algemeen een zwijgzame, teruggetrokken levende man was, komen de woorden bij `De Vriendschap' voornamelijk van háár. Vooral To wordt in de getypte briefjes streng toegesproken door `haar Charley', die in haar eigen leven alles aan de kunst ondergeschikt gemaakt had: ,,[...] wordt dan maar weer flink, want je hebt nog heel wat te doen voor het werk van Chabot, want je mag het niet altijd zo vasthouden, want daar is het niet voor gemaakt, op zo'n manier begraaf je hem twee keer'', schrijft Toorop haar nog geen halfjaar nadat Chabot is overleden.

Beneden in het soutterrain van het Chabot Museum weerklinkt het luide, plechtige stemgeluid van A.M. Hammacher, de nu 101-jarige oud-directeur van het Kröller-Müller Museum die de twee kunstenaars in 1933 aan elkaar voorstelde. In een even krakkemikkig als fascinerend filmpje geeft de éminence grise zijn visie op Chabot (,,Ik had niet de indruk dat hij veel las''), Toorop en de kunst in het algemeen. De twee interviewers tegenover hem zwijgen eerbiedig.

Elke keuze van kunstwerk, brief of foto in `De Vriendschap' is even goed doordacht, en zo is er van niets teveel. De catalogus ten slotte is zo mooi dat alleen al de aanschaf van dit boek, dat nergens anders te koop is, een bezoek aan het museum rechtvaardigt.

Tentoonstelling: De Vriendschap, in: Chabot Museum, Museumpark 11, Rotterdam. Tel. (010) 4363713. Open di-vr 11-16.30, za 11-17, zo 12-17u. Verlengd t/m 13/2. Cat. ƒ45,-.