Demonstratie

Na afloop van de scholierendemonstratie op het Malieveld in Den Haag hielden enkele meisjes me staande. ,,Meneer, weet u ook de weg naar het Binnenhof?' Ik heb het hun nog omstandig uitgelegd, blij dat ik mijn bijdrage aan de instandhouding van de democratie kon leveren.

Achteraf blijk ik, als ik sommige geschrokken VVD'ers moet geloven, medeplichtig aan de aantasting van de democratie. Zou het zo'n vaart lopen? Nee, ik durf het na alle commotie nauwelijks te zeggen, maar ik geloof het niet. Ik heb de demonstratie op het Malieveld helemaal meegemaakt en gezien hoe daar door 99 procent van de scholieren vreedzaam en vrolijk gedemonstreerd werd. Een klein groepje gooide soms met eieren en fruit – wat hinderlijk was, maar niet onoverkomelijk. Voordat Karin Adelmund aan het einde van de bijeenkomst haar toespraakje hield, kon ze zich nog samen met Rosenmöller ongehinderd een weg door het publiek naar het podium banen.

Pas écht grimmig werd de sfeer in de binnenstad. Het verraste me – en de politie kennelijk ook – compleet en er bleek maar weer eens uit hoe onberekenbaar mensenmassa's zijn. Wie heeft het voortouw genomen? Het zou me niets verbazen als de inbreng van Haagse relschoppertjes behoorlijk groot is geweest.

Voor de goedwillende scholieren is het sneu dat de rellen de aandacht hebben afgeleid van de inhoud van hun protest. Laat ik hun een hart onder de riem steken: dat protest is allerminst nieuw. De scholieren bevinden zich, zonder het te weten, in eerbiedwaardig, zij het overleden, gezelschap.

Het moet zo'n vijfendertig jaar geleden zijn dat Godfried Bomans in zijn zaterdagse column op de voorpagina van de Volkskrant een ernstig bedoelde filippica afstak tegen het onderwijs op middelbare scholen. Hij vond het geestdodend saai en noemde het een schande dat we jonge mensen aan een ijzeren tucht onderwerpen, waarbij ze eerst de hele dag praktisch roerloos lessen moeten volgen en vervolgens gedwongen worden 's avonds allerlei vervelend huiswerk te maken. Hoe zou pa het vinden, schreef Bomans, als hij 's avonds na gedane arbeid nog eens een paar uur werd lastiggevallen door zijn werkgever?

Ik citeer uit mijn geheugen, maar ik kan er niet ver naast zitten – zoveel indruk heeft die column destijds op me gemaakt. Eindelijk een volwassene die ons begreep! Wég met die vakken waar je geen talent voor had, wég ook met die leraren die – enkele uitzonderingen daargelaten – noch van de jeugd, noch van hun werk hielden.

Maar wat dan? Bomans verzuimde een alternatief te geven. Dat schoot me gisteravond op de terugweg te binnen. We moeten alles gewoon vijf jaar opschuiven. De middelbare school, de universiteit, de baan, het pensioen – alles. Laat de jeugd tot haar twintigste van het leven genieten. Vrijen, blowen, dansen, misschien zelfs lezen, dat is wat ze willen. Láát ze. Daarna is het nog vroeg genoeg voor het harde leven.