De prakpil

Het prakdebat laait weer op. Albert Heijn heeft de resultaten van een tweede onderzoek over de eetgewoontes van de Nederlanders gepubliceerd in zijn millennium-magazine Aan Tafel. Net als twee jaar geleden trekt het prakgedrag de meeste aandacht. Bijna tweederde van de Nederlanders blijkt te prakken. Ook nu wordt mijn commentaar gevraagd door radiozenders die het een leuk, luchtig onderwerp vinden. Graag zou ik zeggen: `Er zijn prakkers onder mijn beste vrienden'. Helaas, ik ken niemand die prakt en zelf prak ik ook niet. Behalve bij het eten van een rijsttafel is er, lijkt me, uit gastronomisch oogpunt niet zoveel op tegen. Het is meer een esthetisch probleem.

De Nederlander denkt het volgende millennium rustig voort te kunnen prakken. Zijn kijk op de toekomst van het eten is weinig visionair: een beetje meer gemaksproducten, wat sneller klaar met koken, gezond en vers voedsel en een mooiere keuken met computergestuurde apparatuur. En bijna de helft van de Nederlanders denkt dat de aardappel de komende honderd jaar nog populair zal blijven.

De kinderen die in het magazine aan het woord komen, terwijl ze met Wina Born een appeltaart maken, zijn zelfs buitengewoon conservatief als het gaat om het behoud van het goede. Nieuw voedsel daar moeten ze niets van hebben en van kant-en-klaarproducten maar mondjesmaat. Appels, hagelslag, bladerdeeg en ze zijn tevreden. Het is dat de man onstuitbaar oprukt in de keuken, zo verandert er tenminste nog iets.

Albert Heijn schetst in Aan Tafel een knusse toekomst voor de eetcultuur. De Nederlanders brengen veel tijd door in de woonkeuken, daar eten ze van de biologische teelt en ze drinken er een glas wijn bij. En hun kinderen bakken taarten. Dat biedt een schril contrast met de kijk van de Consumentenbond, die een half jaar geleden twaalf plagen op de voedselagenda voor de volgende eeuw plaatste. Vet eten, akelige bacteriën, verraderlijke vitaminen, kwalijke kleurstoffen, gemanipuleerde genen, onbegrijpelijke etiketten, resten bestrijdingsmiddelen, hormonen, dierenmishandeling en voedselallergie dreigen ons eetplezier te vergallen. De feestvarkens zitten bij Albert Heijn, de angsthazen bij de Consumentenbond.

De visie die voedseltechnologen vorige maand uitten in de bijlage Toekomst eten van Intermediair is knus noch somber. Veel van de plagen van de Consumentenbond zien zij, een enkele uitzondering daargelaten, juist als zegeningen. Spruitjes smaken zoet in plaats van bitter door veredeling, varkens zijn vetarm door kruising en aardbeien krijgen door genetische manipulatie meer aroma. En revolutionair is de ontwikkeling van de nutraceuticals, voeding verrijkt met stoffen die goed zouden zijn voor de gezondheid of zelfs de kans op ziekten verminderen.

In de jaren zestig is ons onder verwijzing naar het astronautenvoedsel ooit voorgespiegeld dat in het magische jaar de maaltijd wel eens door een pilletje vervangen zou kunnen zijn. Maar dat een maaltijd de medicijnkast overbodig zou kunnen maken, daar dacht niemand aan. Nog even en het hele basispakket van Borst ligt in de supermarkt.

Het verschijnsel is niet helemaal nieuw. We kennen al heel lang de toevoeging van jodium aan keukenzout tegen schildklierziekte en de meervoudig onverzadigde vetzuren in bak- en braadproducten die zo goed zouden zijn voor hart en bloedvaten. Van recenter datum zijn snoepjes en drankjes verrijkt met vitaminen, yoghurt met `goede bacteriën', melk met extra calcium en margarine die het cholesterol intoomt. Dankzij de gentechnologie mogen we binnen een paar jaar nog meer heilzaam voedsel verwachten, zoals tomaten tegen kanker en raapolie tegen hart- en vaatziekten. Als de zaken er zo voor staan kunnen kiwi's tegen keelpijn, de dadels tegen depressies en aardbeien tegen aambeien niet ver weg zijn. De derde-generatie-pil en zelfs de prikpil worden hopeloos ouderwets als eenmaal het anti-conceptiebintje is geïntroduceerd. Zodat we van jonge stellen kunnen zeggen: `Ik denk dat ze hun kinderwens proberen te vervullen. Ze is vorige maand gestopt met prakken.'