Vrouwenlichamen met jaarringen

Elisabeth Stienstra maakt vrouwenfiguren waarin verschillende lichaamshoudingen zijn samengevoegd. Haar werk is te zien in galerie Fons Welters in Amsterdam. ,,De anatomie van mijn beelden is die van mijzelf.''

In de galerie van Fons Welters in Amsterdam staat een levensgroot eikenhouten beeld van een zich uitkledende vrouw. Op de wulpse bovenbenen tekenen zich houtringen af, en ook de beha is van eiken. Elisabeth Stienstra (Gasselternijveen, 1967), die in 1990 van de Rijksacademie kwam, werkte destijds meer dan een jaar aan deze massieve sculptuur.

Aan de hand van opnames van een zich ontkledend model moest eerst in natte klei een beeld op ware grootte worden gemaakt, want ,,natte klei lijkt op vlees, het glanst als huid,'' zegt Stienstra. Maar een levensechte weergave is niet haar bedoeling. In haar werk, met steeds het vrouwelijk lichaam als thema, worden verschillende lichaamsposities in één beeld samengevat. ,,Ik ben op een schilderkunstige manier bezig met sculptuur,'' zegt ze. ,,Ik wil tegelijk ont- en versluieren, wegschilderen en tevoorschijn halen. Het beeld moet zich niet helemaal prijsgeven, het moet het tegendeel zijn van een voltooid plaatje.''

Stienstra koos een realistische vorm voor het uitdrukken van het idee `beweging': ,,Het moest een organisme blijven, en geen collage of abstracte constructie worden.'' Om de exacte maten van het vrouwenlijf op te meten, werd het kleibeeld afgegoten in gips, dat langer houdbaar is. De afwerking vergde veel tijd. ,,Eén gipsen hand heb ik meegenomen met vakantie; zodra ik even een moment had, schuurde ik aan een vingertop of -kootje; prettig, rustgevend werk.''

De afmetingen van het wentelende vrouwenlijf bepaalden de omvang van de boomstam waaruit het beeld gehakt zou worden. Stienstra koos vier eeuwen oud eikenhout vanwege de associatie met altaar- en heiligenbeelden. Waarom ze er zo lang aan werkte? ,,Ik vind het belangrijk dat een sculptuur ambachtelijk goed in elkaar zit. Klei, gips en hout, ik bewerk het allemaal zelf, dat vind ik essentieel voor een beeldhouwer.''

Het thema vrouwenlichaam heeft ook een praktische reden: ,,Het is makkelijker. De anatomie van mijn beelden is die van mijzelf, ik weet hoe hun lichaam voelt, hoe je het kunt spannen, strekken en in bochten kunt leggen.'' Als een puzzel haalt ze haar vrouwen en meisjes soms uit elkaar; dat ontleden wekt associaties met de ontklede poppen van de surrealist Hans Bellmer, die Stienstra bewondert. Zijn schuchtere meisjespoppen, soms van enkele ledematen ontdaan, zien er misbruikt uit, als slachtoffers. ,,Het hangt er vanaf in wie je je verplaatst,'' vindt Stienstra. ,,Ik kijk niet met de ogen van die meisjes, maar met die van de maker. De broosheid van die poppen is voor mij pure schoonheid.''

Een `ontleed' beeld van Stienstra's hand is In that moment (1996), dat ook in galerie Welters te zien is. Vrouwenbenen en -onderlijf van paraffine hangen aan draden in de ruimte, naakt en opengelegd. Akelig en angstaanjagend, sommigen noemen het zelfs pornografisch. De maakster verbaast zich nog steeds over die reacties: ,,Ik wilde de suggestie van lichaamsdelen wekken waarvan de tastbare aanwezigheid vervliegt. Iemand is in een kamer geweest, maar zojuist weggegaan. In that moment is een herinneringsbeeld.''

Queen of Heaven, een beeld waaraan Stienstra tot vlak voor de opening werkte, stelt een krijtwitte madonna voor met een kluwen van kinderledematen in haar schoot. Aanvankelijk zocht zij naar paardenhaar om dat als een gordijn rond de zittende pietà te draperen, maar er bleek geen staart lang genoeg en dus werd het kunsthaar. Het contrast van het doodsbleke gezicht met de inktzwarte waterval van haar is er niet minder om. Stienstra heeft zichtbaar plezier in het scheppen van aantrekkelijke, maar angst inboezemende vrouwen.

Volgend jaar zomer wordt een van haar opdrachten voor de openbare ruimte uitgevoerd, op een rotonde bij Apeldoorn. Boven een cirkel van struiken zullen dan drie meisjeslichamen zweven, leviterend als het bezeten meisje in de griezelfilm The Exorcist. De dragende constructies van dit lichtgroene bronzen beeld worden verborgen in hun lange haren en nachtjaponnen. Eenzame, nachtelijke automobilisten zijn gewaarschuwd: die opdoemende bleke gestaltes, rondcirkelend als dolende zielen, laten zich straks kennen als spookbeelden.

Galerie Fons Welters, Bloemstraat 140, Amsterdam. T/m 24/12. Open: di-za 13-18u.