`Vrouwen en kinderen doelwit'

Vrouwen en kinderen vormden het favoriete doelwit van de Serviërs tijdens de oorlog in Kosovo. Dat concludeert de OVSE in haar vandaag verschenen rapport over de situatie in Kosovo sinds het begin van dit jaar.

De Servische (para)militairen en politie hebben tijdens de oorlog in Kosovo met het systematisch verkrachten en vermoorden van vrouwen en kinderen geprobeerd het moreel van de etnisch Albanese bevolking te breken. ,,Het oorlogsgeweld richtte zich, in vergelijking met andere conflicten, zeer sterk op deze groepen.''

Dat concludeert de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in het vanmorgen gepubliceerde rapport Kosovo, As seen, As told waarin verslag wordt gedaan van de bevindingen van de OVSE in Kosovo in de periode oktober 1998 tot en met oktober 1999. ,,Volgens de OVSE hebben de Joegoslavische en Servische troepen – samen met politie, paramilitairen, en sommige burgers, de mensenrechten en de regels die gelden bij een oorlog buitensporig geschonden'', schrijft Bernard Kouchner, chef van het VN-bestuur in Kosovo, in zijn voorwoord.

De OVSE toont zich nog steeds bezorgd over de veiligheidssituatie in Kosovo waarbij de wreedheden zich nu richten op de Servische bevolking. ,,Het motief is: wraak'', schrijft het hoofd van de OVSE-missie in Kosovo, Daan Everts.

Toch verwachten de verschillende internationale organisaties dat Kosovo op termijn een vreedzame multi-etnische samenleving kan worden waarbij Serviërs en Albanezen vreedzaam zullen samenleven. Maar voor de korte termijn is het ondenkbaar dat de UNMIK, de VN-missie in Kosovo, het land zal kunnen verlaten. ,,Wij zijn erg bezorgd over de positie van de minderheden'', aldus Kouchner. Volgens hem wordt het geweld tegen bijvoorbeeld de Serviërs en Roma (zigeuners) begaan door individuen. ,,Geen enkele organisatie of politieke groepering eist de verantwoordelijkheid op.''

In de rapporten worden de gruweldaden geïnventariseerd en wordt getracht een trend te ontdekken. Ze zullen door het VN-tribunaal in Den Haag worden gebruikt om de oorlogsmisdadigers te veroordelen. De rapporten bevatten geen cijfers over het totaal aan gepleegde oorlogsmisdaden; daarvoor is het volgens de OVSE nog te vroeg. En de rapportage richt zich ook met name op de `trend'. Op dit moment worden er trouwens nog steeds gegevens verzameld en graven ontdekt. Het zoeken naar massagraven is voorlopig gestopt in verband met het invallen van de winter.

Sinds oktober 1998 was een missie van de OVSE actief in Kosovo om zich op de hoogte te brengen van het geweld tussen de Serviërs en Albanezen. Na het mislukken van de vredesbesprekingen in Rambouillet in maart van dit jaar werd de missie het land uitgezet. Spoedig daarna werden ook de Albanezen door de Serviërs het land uitgejaagd (zo'n negentig procent van de etnisch Albanezen werd verjaagd) en ging de OVSE de vluchtelingen ondervragen aan de grens en in de vluchtelingenkampen in Macedonië en Albanië.

Bij de analyse van de verslagen over het oorlogsgeweld signaleert de OVSE een ontwikkeling waarbij de vrouwen en kinderen relatief zwaar hebben geleden in vergelijking met de oorlog in Bosnië. De OVSE heeft veel voorbeelden van vrouwen die zijn opgepakt, verkracht en vervolgens óf vrijgelaten óf vermoord. Bij de gruweldaden werd soms gebruik gemaakt van verdovende middelen. Veel vrouwen willen niet leven met een dergelijke ervaring en plegen zelfmoord. Op dit moment worden speciale hulpprogramma's gestart om de slachtoffers te begeleiden. Volgens de OVSE wilden de Serviërs met het systematisch toepassen van deze vorm van geweld ,,de Albanese samenleving vernederen en onteren''. ,,Verkrachting maakte onderdeel uit van de etnische zuivering'', schrijft de OVSE ,,omdat de Albanese vrouwen fysiek of psychisch niet meer in staat zijn kinderen te krijgen.''

Het geweld richtte zich ook relatief sterk op de kinderen; jonge meisjes werden verkracht en meestal niet vermoord. Dit in tegenstelling tot jongens die wel werden gedood omdat ze als potentiële soldaten van het UÇK, het Kosovo Bevrijdingsleger, werden beschouwd. Tijdens de vlucht naar Macedonië en Albanië werden de kinderen vaak verbaal bedreigd door de Servische (para)militairen. Volgens de OVSE was dit ook bedoeld om de volwassenen te vernederen. Kinderen werden uit de konvooien geplukt, kregen een mes op de keel of een geweer tegen het hoofd, en werden bedreigd. ,,Verzet of opstand van volwassenen werd meedogenloos afgestraft'', aldus de OVSE.

De etnische zuivering werd vooral uitgevoerd door gemaskerde bendes en paramilitairen. De OVSE zegt over verslagen te beschikken dat ook gevangenen uit Joegoslavische gevangenissen werden vrijgelaten om te worden ingezet in Kosovo.

Na slachtpartijen lieten de Serviërs de lichamen liggen; soms kregen zigeuners de opdracht om de lijken op te ruimen. Ook werden de doden soms in een huis of schuur verzameld die vervolgens in brand werd gestoken. ,,Het exacte aantal doden dat tijdens de oorlog is gevallen zullen we nooit te weten komen'', aldus de OVSE.