Violist Simons ook succesvol als componist

Steeds meer trekken wonderpubers de aandacht. Eerst half november in De Lantaren/Venster in Rotterdam de 16-jarige Joey Roukens, en nu in de Haagse Dr. Anton Philipszaal de 16-jarige Marijn Simons. Diens Noises in the Night, zijn opus 14, is een geheel volwassen kleurrijke, zij het te uitgesponnen en nog niet uitgesproken persoonlijke compositie voor groot orkest. Het stuk is gebaseerd op melodische gegevens van Noord-Amerikaanse indianen, zoals ook werken van voorgangers als Busoni, Chávez, MacDowell en Skilton. De laatste schreef met The Sunbride zelfs een geheel indiaanse opera.

Inspiratie vond Simons in het zevende hoofdstuk van Edward Huffstetlers Tales of Native America. De beweeglijke compositie, die vooral als geknipt lijkt voor een ballet, volgt de ontwikkeling in een drietal legendes op de voet. Deel 1, Spirit Country, verhaalt van een vrouw die in de onderwereld op zoek gaat naar haar vader. Ze weet die te vinden, maar krijgt hem niet mee terug; ze moet het doen met een lied dat het leed draaglijk maakt. In de indiaanse traditie openbaren schutsgeesten liederen in een droom, ze kunnen ook worden gekocht, geërfd of gestolen.

Het tweede deel, The Ghost Wife, is weer zo'n zoektocht. Nu naar een overleden geliefde en ook die missie mislukt. Het meest opwindend in een lange Varèse-achtige slagwerksectie is The Warrior with no Fear, waarin geesten een krijger willen plagen, maar zèlf gepakt worden. Als de held trots verslag uitbrengt ziet hij hoe een spin over zijn mouw kruipt en schrikt hij zich een veertje, `Ugh', is dát lachen! Simons houdt van een humorvolle uitbeelding, getuige titels als Capriccio for Stan and Ollie en Concerto Comique.

Indianen noemen hun muziek niet mooi, maar liever machtig, en dat is precies wat Simons nastreeft in opzwepende, obstinate figuren, afgekeken van Strawinsky's Le Sacre du printemps. Het Molto appassionata is niet van de lucht en wat gáán de marimba's in het derde deel er tegenaan!

Minder sterk vind ik de lyrische gedeeltes, waarin melodische patronen cirkelen rond centrische tonen als vlinders, fladderend rond bloemen. Dan vervliegt de concentratie en wordt Simons langdradig. Wat ik waardeer is zijn lef. Niet minder overtuigt dit dubbeltalent in enerverend vioolspel. Strawinsky's zinvol geprogrammeerd Concerto en Ré wordt door Simons niet alleen technisch terzake, maar ook stilistisch sterk neergezet. Het is heerlijk cool jongleren in het slot-Presto, waarin Simons octaven en drieklanken moeiteloos hoog houdt.

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Jac van Steen met Marijn Simons, viool. Werken van Simons en anderen. Geh. 3/12 Anton Philipszaal Den Haag.