`Terug naar het weke is niet interessant'

Donderdag begint in Utrecht de elfde editie van de Nederlandse Muziekdagen. Programmeur Jan van Vlijmen (64) legt de nadruk op `strenge stukken': ,,Muziek moet dwingend en sober zijn.''

Wie opdracht krijgt de Nederlandse Muziekdagen naar eigen smaak in te vullen, moet op zijn programmering een duidelijk stempel drukken, vindt Jan van Vlijmen. Zijn signatuur laat zich zonder veel moeite uit het programma van de komende Nederlandse Muziekdagen destilleren. De nadruk ligt op kernachtige muziek van eigenwijze componisten. Muziek zonder poespas'. Van Vlijmen glimlacht. ,,Mijn liefde voor sobere, dwingende muziek is een beetje een afwijking. Maar dat betekent niet dat ik zelf alleen maar een strenge notenteller ben. Ik barst van de emoties!''

Na Han Reiziger, dirigent Ed Spanjaard, Radio 4-coördinator Hans Hierck en conservatoriumdirecteur Ton Hartsuiker, is Jan van Vlijmen de vijfde in het rijtje van centrale programmeurs die de Nederlandse Muziekdagen de afgelopen jaren mochten invullen. De voormalig directeur van het Koninklijk Conservatorium Den Haag (1968-1985), het Holland Festival (1991-1997), oud-intendant van de Nederlandse Opera (1985-1987) en fulltime-componist (1997-heden), werd meteen na zijn vertrek bij het Holland Festival voor de Nederlandse Muziekdagen benaderd.

De rode draad die loopt door zijn programmering, ligt in het verlengde van de koers die hij voer bij het Holland Festival. Strengheid, consequentheid en eigenzinnigheid zijn de karakteristieken die Van Vlijmen prijst in de kunst van anderen, maar zij typeren ook hemzelf als componist en programmeur. Maar de Nederlandse Muziekdagen zijn de laatste proeve van zijn kunnen als samensteller, verzekert hij. ,,Ik heb ruim vijfendertig jaar allerlei directeursbaantjes bekleed. Nu is het mooi geweest.''

Sinds 1997 heeft Van Vlijmen zijn loopbaan achter de schermen van het Nederlandse culturele leven vaarwel gezegd, en is hij in Frankrijk fulltime-componist. Hij vreesde het vooruitzicht van `hele dagen tussen de blanco papieren', maar de dagelijkse praktijk valt mee. ,,Ik was bang dat het me zou benauwen om alleen maar componist te zijn, dacht dat ik de discipline van mijn `regelbanen' nodig had daarnaast te kunnen componeren. Maar het bevalt me uitstekend om me helemaal op mijn muziek te kunnen richten.''

Ondanks het sobere, rationele karakter is de muziek waarop van Vlijmen in zijn programmering van de Nederlandse Muziekdagen de nadruk legt, geen typisch Nederlandse muziek, vindt hij. ,,Bestaat er überhaupt wel zoiets als typisch Nederlandse muziek? Voor de Tweede Wereldoorlog drukte Willem Pijper een zwaar stempel op het Nederlandse componeren, maar dat was vooral een stempel van truttigheid. Zelfs de muziek van een rebel als Matthijs Vermeulen bezit naast een heleboel on-Hollandse kwaliteit óók een beetje kleinsteedsheid in de gestiek. Maar Vermeulen was vooral een enorm krachtige muzikale persoonlijkheid, die vanuit het perspectief van zijn tijd een zeer ongebruikelijke, revolutionaire weg is ingeslagen. Dat maakt hem voor mij als mens en componist zo aantrekkelijk. Niet voor niets heb ik zijn Vierde symfonie geprogrammeerd.''

Van Vlijmen hekelt gezapigheid in het componeren, en beziet het componeren anno heden juist daarom niet met een onverdeeld positieve blik. ,,In de jaren zestig introduceerde Kees van Baren het serialisme in Nederland. Hij doorbrak daarmee de truttigheid, en zijn invloed op de componisten van mijn generatie was enorm. Van Baaren was als een wijze, witte raaf in de stoffige, grijze muziekwereld. Maar tegenwoordig keren componisten in hun muziek weer terug naar het behoedzame, weke en zachte. Ik vind dat dat geen interessante muziek oplevert, en heb in mijn programma dus uitsluitend stukken opgenomen van componisten die zich aan die regressieve manier van componeren onttrekken. Richard Rijnvos, Cornelis de Bondt, Jan Boerman. En Peter van Onna en Robin de Raaff als de meest interessante vertegenwoordigers van de nieuwe generatie componisten. Maar bovenal wilde ik Jan van de Putte centraal stellen. Ik vind zijn muziek ongelooflijk intrigerend. De manier waarop hij in zijn muziek streeft naar de essentie, daar herken ik me in.''

Ondanks alle laakbare ontwikkelingen in het hedendaagse componeren, ziet Van Vlijmen ook lichtpunten. ,,Het Nederlandse componeren heeft heel lang internationaal niet meegeteld en dat ligt nu anders. De laatste decennia is er een voedingsbodem gekomen van waaruit bijzondere talenten naar boven kunnen klimmen. Cornelis de Bondt en Jan van de Putte zijn langzame, geconcentreerde werkers die rust nodig hebben, en door middel van een meerjarige honorering van het Fonds voor de scheppende toonkunst zijn zij in staat hun oeuvres verder te ontwikkelen.''

Juist zulke regelingen komen in het beleid van staatssecretaris Van der Ploeg op de tocht te staan, en dat is zeer zorgwekkend, vindt Van Vlijmen. ,,Als Van der Ploeg werkelijk vindt dat alle componisten `cultureel ondernemer' moeten worden, betekent dat het einde van veel van de componisten wier werk ik nu op de Muziekdagen heb geprogrammeerd. De hedendaagse muziek heeft schreeuwend behoefte aan iemand die erin gelooft en dat ook uitdraagt.''

Na afloop van de Nederlandse Muziekdagen gaat van Vlijmen dan ook `zo snel mogelijk' weer terug naar Frankrijk. Zijn werk wacht. ,,Er komt een strijksextet en ik zou graag beginnen met Thyestes, een opera op een libretto van Hugo Claus, gebaseerd op de tragedie van Sophocles. Maar alleen als ik er een producent voor vind. Anders heeft het weinig zin om aan een dergelijk groot project te beginnen.'' De componist is in overleg met een operahuis in het buitenland, maar bezit nog geen zekerheid. ,,In Nederland zijn de mogelijkheden beperkt, want men is hier doodsbenauwd voor lege zalen. Maar gelukkig houdt de wereld niet op in Nederland.''

Nederlandse Muziekdagen: 9 t/m 12/12 Muziekcentrum Vredenburg/ Geertekerk, Utrecht. Res: (030) 2314544. Een aantal concerten wordt rechtstreeks uitgezonden via Radio 4, de andere volgen later.