Springruiters missen toppaarden

Ook al behaalde Emile Hendrix op Jumping Amsterdam een tweede plaats, Nederlandse springruiters moeten het zonder toppaarden stellen. Potentiële toppers vertrekken al vroeg naar het buitenland.

Milton, Big Ben, Walzerkönig, Ratina Z, Libero H. Het zijn namen van paarden die nog niet zolang geleden hun ruiters van het ene internationale succes naar het andere droegen. Nu zorgen zij voor nakomelingen, genieten van hun oude dag of zijn inmiddels overleden. Ze hebben een leegte achtergelaten die amper is opgevuld doordat veel van de aanstormende talenten voor kapitalen zijn beland in de stallen van rijke collectioneurs.

Piet Raymakers, die in het zadel van Ratina Z de grootste successen voor Nederland behaalde met als hoogtepunt het teamgoud en individueel zilver op de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona, was zaterdag bij Jumping Amsterdam veroordeeld tot een bijrol. ,,We hebben geen vedetten meer onder de paarden en de jonge paarden die de kwaliteiten hebben om uit te groeien tot een topper vertrekken naar het buitenland'', zei Raymakers aan de rand van de piste. ,,Dat is jammer maar het is nog spijtiger dat we die paarden nooit meer in de sport zien. De sponsor van Jan Tops, Alfonso Romo, heeft in Monterrey misschien wel twintig Grand Prix-paarden maar in de sport zien we ze nooit meer. Tenzij we naar Mexico gaan.''

Raymakers zegt er overigens geen enkel bezwaar tegen te hebben dat kapitaalkrachtigen veel geld neertellen voor toppers. ,,We leven natuurlijk wel van de handel. Ik heb soms wel eens het idee dat het gehele Nederlandse elftal wordt verkocht aan iemand die ze dan alleen maar op het eigen sportparkje laat voetballen zonder dat iemand anders dat kan zien. Als we naar Sydney kijken, moeten we heel simpel constateren dat we in Nederland over een hoop goede ruiters beschikken maar dat die daar met het huidige paardenmateriaal weinig te zoeken hebben.''

De woorden van Raymakers werden gistermiddag onderstreept door de pas 20-jarige Amerikaanse Elise Haas. Deze erfgename van het Levi Strauss-concern kocht vorig jaar voor enkele miljoenen guldens de dekhengst Mr. Blue die bezig was om onder de Nederlandse ruiter Bert Romp uit te groeien tot een idool. Daar kwam abrupt een einde aan toen de amazone op de schimmel-dekhengst stapte. Nooit scoorde zij individueel goede uitslagen en alleen dankzij goede contacten van haar trainer Katie Prudent verkreeg zij een startbrevet voor Jumping Amsterdam. Als snelste gingen Haas en Mr. Blue gisteren over de hindernissen. ,,Het had misschien nog net iets sneller gekund maar ik wilde als eerste starter per se foutloos blijven om zo de druk bij de anderen te leggen. Dat is gelukt en daarmee heeft Amsterdam een speciaal plekje veroverd want het is mijn eerste zege in een Grand Prix'', zei Haas na afloop.

Lars Nieberg, die van de dekhengst For Pleasure een idool had kunnen maken maar die door de eigenaar van het paard te voet werd gesteld, deelt de visie van Raymakers niet.

,,We hebben nu toch een ET en een Calvaro. Ik denk dat het grootste probleem ligt in de stortvloed van wedstrijden. Topruiters moeten nu twee of drie toppers op stal hebben en dan is het moeilijk voor het publiek om de favoriet te vinden. Beerbaum wint de ene week met Goldfiber en een week later met Neron de la Tourelle. En dan is het moeilijk idolen kiezen.''

Een andere belangrijke reden waarom paarden niet kunnen uitgroeien tot absolute toppers is dat paarden op steeds jongere leeftijd hun prestaties moeten tonen. Zaterdagavond gingen er twintig paarden van start in de wereldbekerkwalificatie. Twaalf daarvan waren tien jaar of jonger en deze paarden hebben nog niet de tijd gehad om bij het publiek wereldfaam te verwerven. Dat zelfde was ook het geval bij de Grote Prijs, waar 22 van de 27 gestarte paarden tien jaar of jonger waren.

Nederland is in de paardenfokkerij een toonaangevende natie. Voor vierjarige talenten bestaat een kampioenschap en de paarden die daarin bovenaan eindigen, vertegenwoordigen een waarde die ten minste op honderdduizend gulden ligt. Presteren ze een jaar later op de wereldkampioenschappen voor vijfjarigen weer goed, dan stijgt hun waarde met even grote sprongen als de hindernissen die ze foutloos wisten te overwinnen.

Als een paard in Nederland tot de beteren behoort, wordt hij automatisch tot de besten van de wereld gerekend en naar die potentiële toppers is veel vraag. De Nederlandse ruiters en hun eigenaren doen hun best om die paarden te behouden, maar de geboden bedragen stijgen naar zulke astronomische hoogten dat bijna geen van hen de verleiding kan weerstaan en zwicht.

Bennie Holtkamp, eigenaar van V&L de Sjiem, heeft onlangs nog een miljoenenbod van de hand gewezen op de schimmel die wordt gereden Jeroen Dubbeldam. In 1991 negeerde hij samen met Hans Horn een formidabel bod op Egano waarmee Jos Lansink teamgoud had gewonnen.

,,Die mensen moeten we hebben'', zei Raymakers op Jumping Amsterdam. ,,Mensen die `nee' blijven zeggen. Wat er ook geboden wordt.''