Jan Houwert houdt zich niet bezig met details

Met de – nog niet geautoriseerde – overname van een pakket krantentitels van VNU heeft Jan Houwert Wegener Arcade nog steviger op de kaart gezet. Een provinciale persmagnaat met een brede culturele smaak en `een gulzige natuur'

Jan Houwert houdt van opera. Welke opera? Is hij een Mozartman? Een liefhebber van Don Giovanni? Of adoreert hij Wagner en zucht hij bij de Ring. Zijn vrienden weten het niet. Die zeggen alleen: Jan Houwert houdt van opera. Jan Houwert weet het zelf ook niet. Hij zegt: ,,Ik ben nogal eclectisch, een echte veelvraat. Ik heb een gulzige natuur.'' Wat hem betreft, zegt hij, kunnen ze hem begraven bij Mozarts Requiem of bij het slotkoor van de Matthäus. (Later, aan de telefoon: ,,Of bij de Vier Letzte Lieder van Richard Strauss.'')

Jan Houwert houdt ook van romans. Welke romans? Dat weten zijn vrienden en collega's ook niet. Maar ze weten wel wat ze hem zouden meegeven als hij naar dat onbewoonde eiland moest. ,,De nieuwe Snoecks'', zegt Herman Heinsbroek, vroeger de directeur van Arcade. ,,Literatuur, muziek, beeldende kunst, alles. En ook nog wat vrouwelijk schoon.'',,Buddenbrooks'', zegt Kees Spaan, directeur van het Utrechts Nieuwsblad en de Amersfoortse Courant. Thomas Mann's epos over opkomst en ondergang van een Lübeckse zakenfamilie. ,,Dat moet hem interesseren.''

,,Buddenbrooks?'', zegt Jan Houwert. Hij denkt even na. ,,Nee, eerder de Zauberberg.'' Maar mocht hij zelf kiezen, dan nam hij sowieso geen Thomas Mann mee. Dan liever de vier dikke delen van Der Mann ohne Eigenschaften van Robert Musil. Waarom? ,,Die heb ik altijd al willen lezen. Maar het komt er nooit van.''

Op school (gymnasium bèta, Bilthoven) las hij Willem Frederik Hermans. Alles, maar vooral Mandarijnen op zwavelzuur, omdat het zo provocatief was. ,,Dat sprak me aan.'' Maar vraag niet wat hij van Hermans geleerd heeft. Of Hermans zijn wereldbeeld heeft veranderd. Want dan haalt hij verveeld zijn schouders op en zegt hij: ,,Ach.''

Blijkt hieruit dat Jan Houwerts liefde voor literatuur en opera (en ballet en beeldende kunst en binnenhuisarchitectuur) niet zo erg diep gaat?

Nee, zeggen zijn vrienden. Jan Houwert heeft gewoon geen zin om daar zo maar over te praten. Ze waarschuwen: Jan Houwert geeft zich niet bloot aan mensen die hij niet kent. En of die hem daarom dan onaardig vinden of niet – kan hem wat schelen. ,,Ik moest daar in het begin erg aan wennen'', zegt Herman Heinsbroek.

Zelf zegt hij dat hij op school zo'n jongen was die niet werkte en nergens in geïnteresseerd was, behalve in Nederlands en geschiedenis. En in popmuziek: Zappa, Rolling Stones. Zijn ouders waren gescheiden toen hij negen was en daarna werd hij – met zijn drie jaar jongere zusje – opgevoed door zijn moeder en haar vriendinnen. Zijn tante was Wim Hora Adema, de oprichtster van Opzij. Tegen Vrij Nederland, eind oktober, zei hij dat het daarom onzin was wat de Volkskrant eerder over hem had geschreven: een man die van platte grappen houdt en vette knipogen geeft. Citaat uit dat gesprek: ,,Ik treed juist zeer correct op tegen vrouwen, ik hecht daar zeer aan.''

Zijn vader verliet het gezin voor een andere vrouw. Voor het gezin betekende dat: geen groot huis meer, geen auto met chauffeur die de kinderen naar school bracht. Jan Houwerts vader was eigenaar en directeur van Van der Loeff, toen de uitgeefster van de Arnhemse Courant, de Edese Courant, het Dagblad Tubantia en nog een paar kleine regionale dagbladen. ,,Het was'', zegt Jan Houwert, ,,een behoorlijke statusverandering.''

Maar uit zijn mond allang geen gemier meer daarover. Jan Houwert is vijftig. In één zin zegt hij wat het mogelijk voor invloed op hem heeft gehad: ,,Snel volwassen, goed geleerd om voor mezelf te zorgen en al meer dan dertig jaar met dezelfde vrouw.'' In de vensterbank van zijn werkkamer staan foto's van haar, met hun zoon – naast de ingelijste cover van het jongerenmuziekblad More, van Wegener, waarop drie blote meisjes staan, twee blond en één zwart.

Hij was links op zijn achttiende, liet zijn haar groeien, liep mee in de Vietnamdemonstraties en ging politicologie studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Maar hij werd geen lid van de CPN. Hij stemde PSP en later, toen het weer kon, PvdA. ,,Ik wil graag ergens bij horen'', zegt hij. ,,Maar ik ben niet zo'n partijganger.

Hij wilde toen journalist worden. Hij werd ondernemer. Maar eerst studeerde hij nog psychologie, nadat hij bij politicologie zijn kandidaats had gehaald. ,,Ik wilde een vak leren'', zegt hij. Liever nog was hij psychiater geworden, maar die weg vond hij te lang.

Psychologie. Psychiatrie. Een fascinatie voor wat hij zelf ,,het mysterie van het menselijk gedrag'' noemt, en zijn vriend en collega Kees Spaan ,,het mysterie van het menselijk onvermogen''. Een doctoraalscriptie over hypochondrie waar hij cum laude op afstudeerde. Van 1972 tot 1977 werkte hij in galerieën op de Keizersgracht en de Herengracht in Amsterdam. Gertie Bierenbroodspot, Anton Heijboer, Armando, Alphons Vrymoeth. Nu is hij, naast zijn gewone werk, bestuurslid van de Nationale Reisopera, bestuurslid van Introdans, bestuurslid van de Sonsbeek Beeldententoonstelling 2001, bestuurslid van dit en van dat. En er dan toch – citaat uit het Eindhovens Dagblad – uitzien als `een voetbaltrainer, type Leo Beenhakker'. Gouden horloge, instappers, das van Gianni Versace, lang haar in de nek. En ook zo praten.

Vraag bijvoorbeeld: waarom een scriptie over hypochondrie?

Zegt hij: ,,Nou eh, dat vond ik interessant. Het is voor iedereen buitengewoon herkenbaar. Maar het is lang geleden hoor.''

Zelf bang voor ziekte en dood?

,,Nee hoor, sinds die scriptie niet meer''.

En die belangstelling voor alles — is dat zijn manier om ongrijpbaar te blijven?

Schamper lachje. ,,Ach nee, wat een onzin. Amateurpsychologie.''

Hij laat zich niet kennen. En in zaken is dat, zegt Herman Heinsbroek van Arcade, zijn kracht. ,,Hij is een heel taaie onderhandelaar. Blijft altijd rustig, wordt nooit kwaad. Maar hij houdt vast tot hij heeft bereikt wat hij zich heeft voorgenomen.'' Hij vergelijkt hem met Pierre Vinken, vroeger de voorzitter van Reed Elsevier. ,,Ook zo'n man die nooit op de trommel slaat, nooit naar buiten treedt en die het uiteindelijk niets kan schelen hoe mensen over hem denken.''

Herman Heinsbroek leerde Jan Houwert kennen toen Wegener voor tweehonderd miljoen gulden Arcade overnam, eind 1995. Toen was Peter Appeldoorn nog voorzitter van Wegener en Jan Houwert vice-voorzitter. Wegener moest het Nederlandse Time Warner worden: kranten, tijdschriften, popmuziek, films, radio- en televisiezenders. Dat lukte niet. Een half jaar na de koop stortte de muziekmarkt in. Waarom zou een zestienjarige schooljongen van zijn krantenbezorgloon nog verzamel-cd's kopen als hij ze ook kan kopiëren van zijn vrienden? Jan Houwert was Appeldoorn toen al opgevolgd – hij was de man die moest ingrijpen. ,,Hij heeft het op zijn boterham gekregen'', zegt Herman Heinsbroek.

Zeg tegen Jan Houwert dat Arcade een miskoop was, een vergissing, dan zegt hij: ,,Kijk, als ik helderziend was geweest, dan had ik het niet gedaan. Maar het is flauwekul om van dingen die niet lukken spijt te hebben. Als je geen fouten durft te maken, dan moet je geen ondernemer willen zijn. Je moet ze alleen wel weer rechtzetten.''

Hij kwam bij zijn vader in het bedrijf toen die er al niet meer op had gerekend. Hij was toen dertig. Hoofd oplage-exploitatie bij de Arnhemse Courant, daarna directeur van de Arnhemse Courant, daarna directeur van Van der Loeff. En intussen andere regionale kranten opkopen. Tot zijn bedrijf groot en sterk genoeg was en inmiddels Oostelijke Dagbladen Combinatie heette. Toen verkocht hij het aan Wegener. Hij kwam zelf in de raad van bestuur.

Dat heet ambitie.

,,Ik ben niet geschikt om een kleine ondernemer te zijn,'' zegt Jan Houwert. ,,Dan moet je allemaal dingen doen waar ik geen belangstelling voor heb, dingen als huisvesting, allerlei operationele besognes. Die dingen doe ik thuis ook niet. Of de administratie wel gedaan is en de verwarming het wel doet – ik vind dat oninteressant. Mijn sterke kant is: de strategische visie. En de mensen met me mee krijgen.''

En zijn vrouw?

,,Die vindt het leuk om praktische zaken te regelen.''

Voor het geld hoeft Jan Houwert het niet meer te doen. Zijn familie bezit twintig procent van Wegener Arcade, marktwaarde een miljard gulden. Hij woont op een landgoed in Gelderland, zijn huis is ingericht door Benno Premsela. Oogverblindend, zeggen zijn vrienden. Roel Voorintholt, artistiek directeur van Introdans bijvoorbeeld: ,,Hij heeft een heel goede smaak.''

Maar de ambitie is niet verslapt.

In oktober kocht Wegener Arcade – zestien regionale dagbladen, honderdveertig huis-aan-huisbladen en daarnaast sterk in direct marketing, cartografie, gemeentegidsen en vaktijdschriften – voor 1,4 miljard gulden vier regionale dagbladen van VNU, plus ruim vijftig huis-aan-huisbladen. Wegener Arcade wordt net zo groot en belangrijk als de twee andere krantenuitgevers van Nederland: de Telegraaf en PCM Uitgevers. Op die kans zat Houwert al jaren te wachten. Tegen Vrij Nederland zei hij in oktober: ,,Altijd als ik Joep Brentjens tegenkwam, stelde ik maar één vraag: wanneer?''

Joep Brentjens is de voorzitter van VNU.

Toen de kans kwam, bood Jan Houwert snel en hoog. Hij wist De Telegraaf aan zijn zijde te krijgen, zodat er van die kant geen tegenbod kwam. Hij bood té hoog, zeiden analisten. Maar Houwert vindt natuurlijk van niet. Om te overleven, zegt hij, móet Wegener dezelfde positie kunnen innemen als de andere dagbladuitgevers. Schaalgrootte, synergie, concurrentie om de grote adverteerders. De VNU-kranten (De Gelderlander, Het Brabants Dagblad, Het Brabants Nieuwsblad/De Stem en het Eindhovens Dagblad) zullen het weten dat ze van Wegener worden. Klein rekenvoorbeeld: de Telegraaf, oplage 800.000, wordt gemaakt door ruim driehonderd journalisten. De Wegener-kranten, oplage 670.000, door achthonderd journalisten. Daar kunnen kosten worden bespaard.

Eén probleem: de Nederlandse Mededingingsautoriteit, bewaker van de vrije concurrentie, moet de overname nog goedkeuren. Wegener krijgt met de VNU-kranten in sommige provincies een marktaandeel van zeventig procent.De uitslag wordt verwacht in februari.