`Ik ben me kapot geschrokken'

Kamerlid U. Lambrechts (D66) steunt de leerlingen in hun protest tegen het studiehuis. Toch stemde zij zelf voor de vernieuwing.

Op het bureau van Tweede-Kamerlid Ursie Lambrechts liggen zeven stapels papier. Het dossier `tweede fase' voor havo en vwo. Opgebouwd in de vijfenhalf jaar dat zij onderwijswoordvoerder is voor D66. ,,Verslagen van Kamerdebatten, artikelen, brieven en de één na de andere brochure. Het is zo veel en zo ingewikkeld.' Ze kon niet weten hoe zwaar de examenprogramma's zouden worden, zegt ze. Duizenden leerlingen protesteren vandaag in Den Haag tegen de `te zware' examenprogramma's. Als enig paars Kamerlid geeft Lambrechts ze groot gelijk.

Ze vermoedde altijd al dat het te zwaar werd, verzucht Lambrechts. ,,Maar ja, dat is achteraf. Zeker wist ik het niet. Ik heb het afgelopen jaar wel gewaarschuwd dat de vakken versnipperden en dat de optelsom van vakken te veel werd. Maar ik kon mijn vermoedens niet hardmaken omdat de deskundigen – universiteiten, de invoerders bij het procesmanagement en leraren die de vakken ontwikkelden – alles ontkenden.' Haar vermoedens heeft Lambrechts dus ook niet kunnen omzetten in aangenomen moties. ,,Ik kreeg gewoon geen steun in de Kamer.' Van één ding was ze wel zeker: de meeste scholen waren begin vorig schooljaar nog niet klaar om de tweede fase in te voeren. Haar motie om een jaar uitstel toe te staan, werd aangenomen.

Nu alle scholen dit schooljaar verplicht het `studiehuis' hebben ingevoerd, zegt Lambrechts zich ,,kapot te zijn geschrokken' van wat de examenkandidaten allemaal moeten: ze hebben veertien vakken in plaats van zeven zoals vroeger. Ze hebben dus ook minder uren voor elk vak. Enkele vakken overlappen elkaar, zoals het verplichte algemene natuurwetenschappen voor leerlingen die al een bètapakket hebben. Sommige alfaleerlingen vinden verplicht wiskunde zwaar, andere bètaleerlingen hebben moeite met drie vreemde talen. De talen op het vwo behandelen alleen `lees- en schrijfvaardigheden' (,,alsof academici alleen maar lezen en schrijven!') en op het havo bevatten ze uitsluitend `spreek- en luistervaardigheden' (,,alsof hbo'ers alleen maar spreken en luisteren'). Wie wil overstappen van vwo naar havo komt volgens Lambrechts in de problemen.

Toch kon ze al in de zomer van 1997, toen de Kamer definitief koos voor de `tweede fase', in grote lijnen weten dat die zwaarder werd, erkent Lambrechts. ,,Maar het was niet de tijdgeest om daarover te klagen. Er heerste een soort euforie: meer was beter.' Ze toont brieven van de `vaklobby's': leraren Spaans, Russisch, filosofie, informatiekunde, klassieke vorming, maatschappijleer en biologie, de verenigde universiteiten (VSNU) en de Raad voor Cultuur (culturele en kunstzinnige vorming). ,,Iedereen wilde zijn vak aan de man brengen.' Daarnaast koos juist de Tweede Kamer voor verplicht wiskunde voor iedereen. ,,Dat was de schuld van de universiteiten – die stónden op wiskunde.'

In die periode, zegt Lambrechts, drongen steeds meer lobbygroepen aan op een eindexamen voor hun vak. ,,Ze dachten dat hun vak anders niet serieus zou worden genomen. Het gevolg is dat leerlingen nu examen moeten doen in gym en kunstzinnige vorming!' De `vakontwikkelgroepen' vulden vervolgens per vak in welke stof wanneer behandeld moest worden. ,,Daar hadden we als Kamer geen zicht op. Er blijken bijvoorbeeld vier soorten wiskunde te zijn. Ik weet het verschil niet, hoor.'

Ze wijst op een doos vol nieuwe vakken en exameneisen: ,,Dat kunnen we toch niet allemaal lezen? We hebben het enthousiasme van die leraren kennelijk onderschat, want nu zit elk vak bomvol opdrachten en eisen. Wij dachten: zij komen uit de praktijk dus zij kunnen wel inschatten hoeveel je van een leerling kunt vragen.' Als Kamerleden daar geen zicht op hadden, is de totstandkoming van de tweede fase dan ondemocratisch verlopen? ,,Ik weet het niet, meestal wordt ons verweten dat we juist te veel met details bezig zijn.'

Het was de bedoeling dat de tweede fase zwaarder zou worden, zeggen de voorzitter van de VSNU R. Meijerink en de voorzitter van de Onderwijsraad H. Leune. Te veel havo- en vwo-schoolverlaters kwamen met te weinig kennis en vaardigheden in het hoger onderwijs terecht. De gevolgen waren funest: ruim eenderde van de studenten haakte jaarlijks af. R. Zunderdorp, voorzitter van het procesmanagement voortgezet onderwijs, zei onlangs dat uit een niet gepubliceerde enquête onder leraren in 1997 de verwachting bleek dat vijftien tot twintig procent van de havo- en vwo-leerlingen het nieuwe programma niet zou halen. Zo'n selectie was echter niet het doel, zegt hij.

Verbijsterend, vindt Lambrechts. ,,Als we dat destijds hadden gehoord, dan was er veel ophef geweest. Er is ons in dit dossier wel vaker informatie onthouden door ambtenaren. We kregen een kritisch rapport van de Inspectie over studiehuisexperimenten pas drie dagen nadat we in mei 1997 beslissingen namen over de invoering.' Toch voorspelden niet alleen enquêtes onder leraren dat de zware tweede fase selectief zou werken. Uit krantenkoppen in 1991, 1997 en 1998 sprak ook de verwachting dat veel havisten en vwo'ers de nieuwe examens te zwaar zouden vinden. Zowel oud-staatssecretaris Wallage als zijn opvolgster Netelenbos erkende dat expliciet.

Nu maakt Lambrechts zich druk over leerlingen die de programma's niet aankunnen. Eén jaar geleden namen alle fracties ook een motie aan die stelde dat niet één allochtoon mocht struikelen over de tweede fase. Lambrechts: ,,Als het ons om selectie was begonnen, dan hadden we gewoon een strengere toelatingstoets voor het hoger onderwijs kunnen instellen. We wilden juist alle leerlingen daar beter voor toerusten. Als je eerst drie jaar havo/vwo kunt, moet je de rest ook kunnen afmaken. Scholen kunnen hun leerlingen er nu doorheen slepen, maar alleen als ze de mazen in de wet opzoeken. Dat vind ik gênant.'