Familievete of roofmoord

De verkoop van zijn Republic National Bank of New York voor bijna 10 miljard dollar heeft Edmond Safra niet meer mee mogen maken. De 67-jarige bankier kwam vrijdag in zijn door indringers in brand gestoken huis in Monaco om het leven. Safra, voor 29 procent aandeelhouder van de bank, had enkele dagen eerder een overeenkomst getekend met het Britse HSBC voor de verkoop van de Republic National Bank.

Sinds de moord op de miljardair vragen heel wat ingezetenen van Monaco zich af of de stadsstaat nog wel veilig is. Is Safra slachtoffer geworden van zomaar een roofmoord, of steekt er meer achter? Bijvoorbeeld een familievete. Hij leefde in onmin met zijn broers, die zich een fel tegenstander hebben getoond van de verkoop van Safra's bank aan HSBC. Die broers hebben in Brazilië de leiding over de Safra Bank en zij zouden geprobeerd hebben klanten bij hun broer weg te halen. Volgens een andere theorie zou het gaan om een afrekening door de Russische mafia. De Republic National Bank was een van de eerste Westerse banken die in de voormalige Sovjet-Unie actief was.

Safra was met name in de Amerikaanse bankensector een bekend man. Begin jaren tachtig verkocht hij zijn Trade Developmant Bank aan American Express. Na een reeks van conflicten verliet hij de bank en richtte in 1988 Republic National Bank op. Anderhalf jaar geleden moest Safra zich als gevolg van ziekte terugtrekken uit het dagelijks bestuur van de bank.

Sinds Safra niet meer aan de touwtjes trok, ging het neerwaarts met de bank. De financiële crisis in Rusland zorgde voor een forse klap, gevolgd door fraude met Japanse obligaties. Wanneer de dood van Safra leidt tot een uitstroom van (met name sefardische joodse) klanten, zoals wordt gevreesd, kan HSBC nog wel eens spijt krijgen van de miljardenovername.