Een goed ander woord

Gaat het Nederlands verloren? Sommige mensen denken van wel. Er zijn zelfs schrijvers die beweren dat dit binnen vijftig jaar zal gebeuren. Dan spreekt iedereen in Nederland Engels. Luister maar naar de reclame op televisie. Of naar jonge kinderen, die shit roepen en yes, in plaats van, tsja, van wat ook al weer?

Jammer voor al die onheilsprofeten, maar ze hebben ongelijk. Het Nederlands is springlevend. Het heeft in het verleden invasies van het Frans en het Duits doorstaan en die waren nog veel heviger dan die van het Engels. Bovendien blijkt het allemaal wel mee te vallen met de toevloed aan Engelse woorden. Daar weten we sinds de nieuwe editie van de Grote Van Dale weer iets meer over. In de nieuwe Van Dale zijn ruim 8.700 nieuwe woorden opgenomen die grofweg de afgelopen tien jaar zijn verzameld. De redactie had verwacht dat daar veel Engelse woorden tussen zouden zitten – denk aan de nieuwe media – maar dat viel reuze mee. Slechts tien procent van de nieuwe woorden kwam uit het Engels.

Dat neemt niet weg dat je je bij sommige Engelse woorden afvraagt of ze echt nodig zijn. Niemand heeft het meer over wordprocessor sinds `tekstverwerker' is ingeburgerd en zo gaat dat aan de lopende band. Andermaal een bewijs dat het Nederlands in goede gezondheid verkeert.

Vorig jaar stond op deze plaats een oproep om goede Nederlandse tegenhangers te verzinnen voor veertig Engelse woorden. Maar liefst 450 lezers reageerden en sommige zonden per woord tientallen oplossingen in, zodat de jury zich uiteindelijk over 11.000 oplossingen moest buigen. Dat was bijna niet te doen. Daarom kondigden we aan jaarlijks een prijsvraag te houden met maximaal tien Engelse woorden die min of meer recentelijk het Nederlands zijn binnengeslopen. Ze zijn nog niet echt ingeburgerd en sommige smeken bijna om een goed Nederlands equivalent, zoals canyoning, een regelrechte tongbreker.

Dit zijn de spelregels. Het Nederlandse woord moet duidelijk zijn, `lekker bekken', geen spellingsproblemen opleveren en makkelijk te vervoegen/verbuigen zijn. U mag een oplossing voor één woord insturen of voor alle tien, maar niet meer dan één oplossing per woord, anders raakt de jury overspannen. De oplossingen moeten uiterlijk 20 december binnen zijn. Ze kunnen per post worden verstuurd aan NRC Handelsblad, Achterpagina, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam. Zet op de envelop: prijsvraag Engels.

De oplossingen kunnen ook per e-mail worden toegestuurd aan prijsvraag.ap@nrc.nl (zie ook www.nrc.nl).

De jury bestaat uit Ton den Boon, hoofdredacteur van de Grote Van Dale, Fons Moerdijk, hoofdredacteur van het Woordenboek Eigentijds Nederlands van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie en ondergetekende, stukjesschrijver. De uitslag wordt eind december of begin januari gepubliceerd op de Achterpagina. Onder de prijswinnaars worden vijf boekenbonnen van honderd gulden verloot.

En dan nu de woorden, met een korte toelichting.

Banner, banneradvertentie. Op Internet staan verschillende soorten advertenties. Vierkante blokjes staan bekend als buttons. Langwerpige advertenties worden banners of banneradvertenties genoemd. Hoe zou je zo'n `vlagadvertentie' in het Nederlands noemen?

Barebacking. Onder homoseksuelen gebruikt voor neuken zonder condoom met iemand die mogelijk is besmet met het HIV-virus. Aan het begin van dit jaar overgewaaid uit de VS.

Callcenter. Ieder zichzelf respecterend bedrijf heeft tegenwoordig een callcenter. Daar kun je naartoe bellen met problemen. Ook instanties die mensen rondom etenstijd bellen met voordelige aanbiedingen noemen zich vaak callcenter.

Canyoning. Dateert al uit 1993, maar in juni van dit jaar kreeg de sport algemene bekendheid, toen in Zwitserland 21 doden en zes gewonden vielen bij een ongeval. Canyoning is een combinatie van afdalen in een kloof en bootloos wildwatervaren. Het zal je sport maar wezen.

E-commerce. Toverwoord van de jaren negentig. Niemand ontkomt eraan, iedereen wil er rijk mee worden. Zijn al heel veel Nederlandse woorden voor verzonnen, maar doe vooral nog een duit in het zakje.

Genfood. Wij zijn nu al jaren aan het worstelen met een goede Nederlandse benaming voor genetisch gemanipuleerde gewassen en producten. In kranten duiken de raarste woorden op: bio-eten, biotech-eten, gengewas, gentechvoedsel, GG-product, GM-product, Frankensteinvoedsel en techno-eten. U bewijst velen een dienst met een goede oplossing.

Girlpower. Sinds 1997 gepropageerd door de Spice Girls. Een meisje van 24 gaf ooit als toelichting: ,,Girlpower is het vieren van je onafhankelijkheid als meisje en vrouw. Het gaat ook over de solidariteit onder vrouwen.'' Men schrijft soms ook grrlpower.

Leisurepark. Met stip binnengekomen in 1999: het leisurepark. Het gaat om grootschalige terreinen vol pretattracties. Pretpark maar dan groter. Als je eens lekker wilt leisuren.

Real-life soap. Het begrip is bekend geworden door Big Brother, maar doolt al sinds 1994 in het Nederlands rond. Wordt trouwens steeds anders geschreven: real-life-soap, reallife-soap enzovoorts.

Shockvertising. Reclame die gebruik maakt van een schokeffect. Mooie dame die de grond likt bijvoorbeeld. Of stervende aidspatiënt van Benneton.