WIE IS DIE ZWEMJONGEN NU HELEMAAL?

Het goudhaantje van Istanbul bereidt een nieuwe machtsgreep voor. Want voldaan is zwemmer Pieter van den Hoogenband (21) allerminst minder dan een jaar voor de Olympische Spelen in Sydney. ,,Wie ben ik nou helemaal? Goed, zes medailles gewonnen. Maar verder?''

Zijn goldrush in het Ataköy Olympic Pool Stadium ging aan de andere kant van de wereld niet ongemerkt voorbij. Waar Pieter van den Hoogenband ruim twee maanden geleden ook kwam of ging in Australië, overal wemelde het van de cameraploegen, fotografen en ander persvolk. ,,Het was zelfs zo erg dat toen ik op een dag op een surfplank stond, ik mezelf de dag erop terugvond op de voorpagina. Alsof dat nieuws is: een of andere Hollander die allang blij was dat-ie overeind bleef.''

Het trainingskamp met de Nederlandse ploeg in New South Wales leerde Van den Hoogenband vooral wat hem volgend jaar te wachten staat in de aanloop naar de Olympische Spelen in Sydney. Na het machtsvertoon in Istanbul, waar hij zes gouden medailles won, geldt The Dutch Dolphin als de grootste bedreiging voor de geplande machtsgreep van de Australiërs, die met Michael Klim, Ian Thorpe en Grant Hackett drie wereldkampioenen in huis hebben. ,,Of ze bang voor me zijn, durf ik niet te zeggen. Maar feit is dat ze me met argusogen volgen. Niet voor niets kreeg ik een paar keer van die gemene vragen voorgelegd. Zo van: wat zou je ervan vinden als het publiek zich massaal tegen je keert, en wat denk je dat er gaat gebeuren als jij ons feestje verstoort?''

Ontzag overheerste desondanks in het sportmaffe land na Van den Hoogenbands magistrale optreden in Turkije. Zelfs de verbluffende prestaties van de eigen Australische ploeg, kort daarop bij de Pan Pacific Games in Sydney, deden daar niets aan af. ,,Het was telkens hetzelfde liedje: Hi champ!, How are you champ? en Can I have your autograph, champ? Misschien hadden ze moeite met het uitspreken van mijn achternaam, maar het leek wel alsof ik van een andere planeet kwam.''

Op zijn beurt raakte Van den Hoogenband niet of nauwelijks onder de indruk van het optreden van de Australiërs bij de Pan Pacs. ,,Prachtige tijden, daar niet van. Thorpe is zonder twijfel het grootste talent dat er momenteel rondloopt. Maar ik word er niet stil van. Sneller dan mijn tijden op de 50 en de 100 meter waren ze daar bijvoorbeeld niet. Dus om nou te zeggen dat ik bang ben om ze tegen het lijf te lopen: nou nee, niet echt.''

Met zijn ranke lichaam steekt Van den Hoogenband schril af bij de pas 17-jarige Thorpe, een kolos van 1 meter 98 met schoenmaat 52 en voorzien van de treffende bijnaam Thorpedo. ,,Een klein jochie in een reusachtig lichaam'', zo typeert Van den Hoogenband zijn belangrijkste concurrent op de 200 meter vrije slag. Beiden kennen elkaar al geruime tijd, maar tot een serieus gesprek wilde het tot op heden maar niet komen. ,,Ik heb een paar keer mijn best gedaan, maar die jongen komt niet verder dan een paar voorgeprogrammeerde zinnetjes die hij afwisselt met wat gehinnik. Toen ik hem vorig jaar na afloop van een wedstrijd eens een biertje aanbood, keek hij me aan alsof ik hem zojuist een oneerbaar voorstel had gedaan.''

In vergelijking met Thorpe kan Van den Hoogenband, hoewel pas 21 jaar, al worden aangemerkt als een oudje. Zuchtend: ,,Ik kan het niet ontkennen. Maar wat ik me afvraag is dit: die jongen was op zijn vijftiende al wereldkampioen en op zijn zestiende wereldrecordhouder. Waar haalt hij de motivatie vandaan om tot z'n 26ste door te gaan? Is hij nog in staat om seconden van zijn persoonlijke records af te halen? Ik kan het me eerlijk gezegd nauwelijks voorstellen.''

In Sydney maakte hij onder meer kennis met het olympische bassin, dat wegens uitgekookt waterbeheer te boek staat als het snelste water op aarde. Van den Hoogenband haalt bijna demonstratief de schouders op als hij wordt geconfronteerd met het vermeende wonderwater. ,,Het is een prima zwembad, maar ook niet meer dan dat. Die Australiërs overdrijven graag, wat dat betreft zijn het net Amerikanen. Maar geloof mij nou maar: water is water en 50 meter is overal even ver. Alleen: met tienduizend uitzinnige Australiërs op de tribunes, ja, dan wil je wel zwemmen.''

Dezer dagen beproeft hij zijn geluk bij de US Open in San Antonio, Texas waar afgelopen week bijna de voltallige zwemelite neerstreek. Van den Hoogenband, donderdag tweede op de 50 meter vrije slag, besloot anderhalve maand geleden pas, mede op aandringen van zijn trainer Jacco Verhaeren, ook de oversteek te wagen. ,,Vlak na het EK kon het zwemmen me gestolen worden. Maar na een paar weken wilde ik al weer racen, de strijd met al die mannen aangaan om te kijken waar ik sta. Bovendien wil ik mezelf niet verstoppen in het zicht van de Spelen.''

Van den Hoogenband vervolgt zijn olympische oefencampagne volgende week in Lissabon, waar donderdag de Europese kampioenschappen kortebaan (25 meter) beginnen. Een week later volgen in het voor hem vertrouwde PSV-zwembad de Tongelreep in Eindhoven de nationale winterkampioenschappen, waar Van den Hoogenband en de zijnen hun olympische nominatie officieel kunnen omzetten in deelname.

Zijn successen hebben hem naar eigen zeggen niet veranderd. ,,Misschien ben ik wat minder onbevangen dan voorheen, denk ik wat meer en vooral wat langer na over bepaalde zaken. Maar verder? Van nature ben ik een opgewekt type. Dat zal wel altijd zo blijven. Ik heb natuurlijk ook m'n baalmomenten, maar zelden laat ik die negatieve emoties aan anderen zien.''

Zoals hij doorgaans ook Siberisch blijft als hij zijn naam terugvindt in de krant. Slechts één keer ontstak hij in woede. Fel: ,,Twee jaar geleden was dat, na de EK in Sevilla. Las ik plotseling dat ik een flierefluiter was. Een flierefluiter! Ze mogen me voor van alles en nog wat uitmaken. Maar noem me geen flierefluiter. Ik train me potverdorie te barsten, ging jarenlang elke ochtend in alle vroegte op m'n brommertje naar de training en dan ben je ineens een flierefluiter! Wat een onzin!''

Sevilla was een keerpunt in zijn loopbaan, constateert hij. Met slechts zeven weken voorbereiding in armen en benen, in een post-olympisch jaar waarin zijn VWO-eindexamen bewust voorrang kreeg, arriveerde Van den Hoogenband in Andalusië. Met een voor zijn doen ongekend magere oogst, twee (estafette-)medailles, keerde hij twee weken later terug in Nederland. Een ervaring rijker. ,,Een drama is een groot woord, maar het was niet wat ik ervan verwacht had.''

Zijn zelfvertrouwen liep een deuk op, twijfels slopen in zijn hoofd. Hij was niet de enige. ,,Het gekke was: iedereen begon te twijfelen. Allerlei mensen, je kunt het zo gek niet bedenken of ze gingen zich met mij bemoeien. Doe dit, doe dat, neem zus, neem zo – ik werd er gek van. Allemaal goed bedoeld hoor, maar als ik iets zeker wist dan was het wel dat ik het op het startblok zelf moest doen.''

Tegenslag was tot dat moment een onbekend fenomeen in het leven van de zwemmer die door kenners en volgers al meermalen als een zondagskind is bestempeld. ,,Vanaf de allereerste keer dat ik het water indook, ging het me voor de wind. Niets moest, alles mocht – dat hebben mijn ouders mij altijd voorgehouden. Zolang ik er maar lol in had. En dat had ik. Elk jaar ging ik een beetje meer trainen, elk jaar ging ik vooruit. En ineens was het over. Pats, boem. Alsof ik tegen een muur liep. Ik leed daar zo verrekte veel pijn in het water, maar kreeg er ditmaal niet de beloning voor. Een hele vreemde gewaarwording, maar wel eentje waarvan ik nu zeg: blij dat het is gebeurd.''

Na zijn triomftocht in Istanbul trad hij noodgedwongen toe tot het leger der bekende Nederlanders. ,,Overal werd ik aangeklampt. Tot het strand in Zuid-Turkije aan toe. `En nou straks zes keer goud in Sydney, Hoogenbandje!' Hoe vaak ik dat heb moeten horen. Ik kan erom lachen, want ik laat me niet gek maken. Nee, ook niet door al die roddelblaadjes die mij en mijn vriendin plotseling ontdekt hebben. Zo nu en dan krijg ik wat onder ogen. Niet te geloven wat voor onzin ze op papier zetten. Zo zou ik 100.000 gulden van de Italiaanse Playboy krijgen als ik uit de kleren ga, schreven ze. Onzin. Als je zo je geld moet verdienen, dat is diep treurig.''

Oprecht verbaasd is hij over de heldenverering die hem na het EK ten deel viel. ,,In Nederland nota bene! Hier in Geldrop kwamen wildvreemden grote bossen met bloemen bezorgen, omdat ik ze zo'n prachtige week had bezorgd. Dat vond ik fantastisch. Maar voor sommigen sta ik nu op een voetstuk, ver verheven boven de massa. Want wie ben ik nou helemaal? Goed, zes medailles gewonnen en toevallig kan ik heel aardig een paar baantjes trekken. Sta ik nu boven de wet? Nee toch zeker? Ook ik krijg een bekeuring als ik te hard door de bebouwde kom rijd.''

Relativeren was altijd al een van zijn natuurlijke wapens. Van den Hoogenband koestert zijn aangeboren nuchterheid. Zij het tot op zekere hoogte. ,,Ik moet natuurlijk niet doordraven. Sporters bouwen voor zichzelf een droomkasteel in de voorbereiding op een toernooi. Ze beulen zichzelf af in de hoop uiteindelijk de hoogste trede te beklimmen. Zo moet het ook zijn, want alleen de wedstrijden tellen. Hoe verleidelijk dat soms ook is, maar ik kan niet op dat startblok staan en denken: goh, wat is dit eigenlijk een domme sport. Met z'n achten door een bak met water raggen en dan maar kijken wie uiteindelijk het snelste op en neer zwemt. Zulke gedachten zijn dodelijk. Als ik dat zou denken, kan ik net zo goed aan de kant blijven.''

Een stage in het Sint Anna-ziekenhuis in Geldrop zette de student geneeskunde, voor zover dat überhaupt nodig was, na het EK met beide benen op de grond. Ernstig: ,,Als ik het water induik, kies ik ervoor om pijn te lijden. Dat is een bewuste keuze. Pijn in de goede zin van het woord, welteverstaan. De mensen die daar in het ziekenhuis liggen, kiezen daar niet voor. Toch lijden ze pijn, heel veel pijn in sommige gevallen. Dat heeft me aan het denken gezet. Zo van: jongen, wat ben jij toch een enorm bevoorrecht mens.''

Maar al te graag denkt hij terug aan die memorabele 28ste juli van het afgelopen jaar, toen hij de ongekroonde koning van de sprint, Alexander Popov, in finale van het koningsnummer, de 100 meter vrije slag, versloeg. ,,Ik voelde het al toen ik 's ochtends opstond: alles stond strak. Druk op de spieren, spanning op dat lichaam. Ik wist: dit is mijn kans. Toen ik dat stadion binnenkwam, doken de tv-camera's bovenop me. Ik weet nog dat ik toen dacht: Ja mannetje, nu gaat het echt gebeuren. Even verderop zag ik die geweldenaar staan, Alexander Popov. Een man tegen wie ik altijd had opgekeken en nu wist ik: ik ga je pakken, vriend. Alles bij elkaar was ik mentaal zo optimaal voorbereid dat het bijna niet meer mis kon gaan.''

Het lijdt geen twijfel of hij wordt over ruim anderhalve week uitgeroepen tot sportman van het jaar. Van den Hoogenband haalt voor de zoveelste keer die middag zijn schouders op als hij met dat vooruitzicht wordt geconfronteerd. Na een korte pauze: ,,Eerlijk gezegd maak ik me meer zorgen over het tijdstip dan over de vraag of ik het wel of niet word. PSV speelt diezelfde avond tegen Ajax, en diep in mijn hart zit ik liever in de Arena dan in de RAI.''