Werkgroep: geef loterijen vrij

De strak gereguleerde wereld van de Nederlandse kansspelen gaat op de schop. Zo moet iedereen in principe de mogelijkheid krijgen een kansspel te beginnen. En hoeven de kansspelen niet langer per se geld te genereren voor goededoelenorganisaties.

Dat blijkt uit de nog vertrouwelijke voorstellen die een interdepartementale ambtelijke werkgroep in voorbereiding heeft. Als de voorstellen volgend jaar door het kabinet worden aangenomen, leidt dat tot de ondergang van bestaande loterijen omdat veel grotere buitenlandse concurrenten de Nederlandse markt op zouden kunnen komen. En tot vermindering van loterijopbrengsten voor goede doelen omdat de organisatoren van kansspelen niet langer verplicht zouden zijn de opbrengst aan het goede doel te besteden. De instellingen voor het goede doel – Prins Bernhard Fonds, NOVIB, etcetera – krijgen nu jaarlijks samen nog honderden miljoenen uit de opbrengst van loterijen.

De werkgroep, bestaande uit ambtenaren van Justitie, Financiën, Economische Zaken, Binnenlandse Zaken, Landbouw en VWS, onderzoekt op verzoek van het kabinet of het bestaande kansspelbeleid nog wel te handhaven is. Directe aanleiding voor het onderzoek vormt de opkomst van Internet-loterijen waar de Nederlandse justitie weinig tegen kan uitrichten. Internet doorkruist het huidige beleid dat naast de bestaande loterijen (Staatsloterij, Postcodeloterij, enz.) geen nieuwe vergunninghouders toestaat.

De notitie van de werkgroep past in het streven van het kabinet naar `marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit' (MDW). Zo gingen eerder al de winkelsluitingswet en de taxiwet op de schop. Nu is de Wet op de Kansspelen aan de beurt.

De werkgroep constateert dat kanspelen in toenemende mate maatschappelijk geaccepteerd raken en daarom niet langer van overheidswege te veel ,,beperkt'' en ,,gekanaliseerd'' moeten worden. De werkgroep beschouwt de kansspelsector als een gewone bedrijfstak waar in principe iedere betrouwbare aanbieder welkom moet kunnen zijn.

De vergunningen om kansspelen te organiseren mogen niet langer beperkt blijven tot bestaande vergunninghouders. En de overheid mag niet langer directe benificiënt zijn, zoals het geval is bij de Staatsloterij waarvan de opbrengst naar de staatskas gaat.