Wat vaders nooit zullen leren

`Na ons geweldig succes in Engeland en België komt Holland aan de beurt. Nu wordt ook Holland geblueband.' De eerste plantaardige margarine, gemaakt door Van den Bergh (nu Unilever) was in Nederland vanaf 1923 te koop.

Binnen een jaar was Blue Band door slimme reclame een onverslaanbaar sterk merk, zoals marketingmensen dat noemen. Zo sterk dat margarine-etend Nederland er na de oorlog bij de fabriek om kwam sméken. Want Blue Band, dat was: gezondheid, voorspoed, vrede.

Assistent brand manager Aske van der Werff en marketing directeur Aart-Jan van Triest moeten ervoor zorgen dat Blue Band – zestig procent van de gezinnen eet het regelmatig – een sterk merk blíjft.

Aart-Jan van Triest: ,,Het succes begon met het Blue Band meisje. Dat was de Cora van Mora van de jaren twintig.''

Aske van der Werff: ,,Het idee om in te zetten op moederzorg kwam pas na de oorlog.''

Aart-Jan: ,,Schone kleren, gekamde haren en goed eten. Met Blue Band konden moeders hun kinderen vet en vitamines geven – daar is toen heel goed op ingespeeld.''

Aske: ,,In de oorlog was er geen Blue Band te krijgen en toen werd er ingespeeld op het verlangen naar betere tijden.

,,Blue Band maakte kookboekjes met recepten van wat je allemaal nog kon maken zonder margarine. De boodschap was: wacht maar, straks, als er weer wél Blue Band is...''

Aart-Jan: ,,Een merk steeds opnieuw meenemen in de tijd, dat is wat wij doen. In de jaren vijftig was de slogan: Blue Band zit boordevol zonnevitaminen.''

Aske: ,,Moeders wisten toen dat ze hun kinderen genoeg vitamine A en D moesten geven om te zorgen dat ze geen Engelse ziekte kregen.''

Aart-Jan: ,,In de jaren zestig konden moeders bij Blue Band sparen voor wol. De wolmarkt in Nederland verdrievoudigde.''

Aske: ,,In de jaren tachtig begonnen we met de kookboekjes — daar zijn er zes miljoen van verkocht. Toen Blue Band vorig jaar 75 jaar bestond, hebben we weer een kookboek uitgebracht. Van piepers tot pasta, alle basisrecepten staan erin.''

Aart-Jan: ,,We hebben er in een paar maanden meer dan een miljoen van weggegeven. Mensen waarderen het als je ze helpt. Mensen weten niet meer hoe ze moeten koken. Als je ziet hoe er tegenwoordig wordt gegeten in Nederland...''

Aske: ,,Kinderen leren het niet meer.''

Aart-Jan: ,,Met Blue Band gaan we nu geleidelijk van een productmerk naar een conceptmerk. Blue Band wordt bijvoorbeeld sterk geassocieerd met ontbijten. En daar spelen we nu op in met Blue Band Goede Start.

,,Iedere moeder weet deep down: het is slecht als mijn kinderen niet goed ontbijten. Onze boodschap is: geef ze brood met Blue Band en een goede topping, glas melk erbij en wat fruit en je weet zeker dat je wat goeds binnen hebt.''

Aske: ,,Ik ga af en toe bij gezinnen aan tafel zitten om te horen wat ze beweegt. Als je moeders vráágt wat ze hun kinderen geven, dan zeggen ze: alles wat ze nodig hebben. Als je gaat kíjken wat ze hun kinderen geven, dan zie je het onderhandelingsgedrag, het compenseergedrag. Als je je melk opdrinkt, dan krijg je een koekje.''

Aart-Jan: ,,Bij dat compenseren willen wij moeders helpen. We gaan van Blue Band is fysical care naar Blue Band is emotional care. We richten ons ook op de kinderen, want zij zijn in de onderhandelingen de andere partij.

,,Onze boodschap voor hen is: ontbijten is groot worden, steeds meer zelf mogen doen. En dan bedenken wij een actie waarbij ze kunnen sparen voor bekers en kinderbestek.''

Aske: ,,Daarom hebben we in 1993 ook een kinderkookboek gemaakt.''

Aart-Jan: ,,Moeders helpen bij het maken van de goede afwegingen. Kinderen meer plezier geven. Het klinkt misschien wat idealistisch, maar dat is mijn droom.''

Aske: ,,De blonde moeder met de twee rennende kinderen — dat stereotype gezin verdwijnt.''

Aart-Jan: ,,Maar er komt een ander gezin voor terug. Wij kijken vijf jaar vooruit en wij denken: het gezin wordt steeds diffuser en noem maar op, maar de behoefte van mensen om een plek te hebben waar ze niet op hun hoede hoeven te zijn verdwijnt nooit. Wij denken: de horizontale banden met tantes en ooms verslappen. Maar de verticale banden tussen oma's, moeders en kinderen worden sterker, omdat steeds meer moeders gaan werken.''

De assistent: ,,De vaders hebben ook wel een rol, maar anders.''

Aart-Jan: ,,Hoe je er ook over denkt en wat je er ook van vindt, de moeders blijven het belangrijkst. Sinds ik dit werk doe, ben ik een enorme bewonderaar van moeders geworden. Ze kunnen iets wat mannen nooit zullen leren. Ze bewaken het voedingsritme van de dag en van de week. Ze hebben per gezinslid een radertje in hun hoofd: dit kind heeft vanochtend goed gegeten, die hoeft vanavond niet meer zo veel. En dat kind heeft gisteren alleen maar friet gehad, die krijgt vandaag extra groente.''