Waar is Amersfoort gebleven?

Dit najaar verschenen er millennium-edities van twee toonaangevende wereldatlassen: de papieren Times Comprehensive Atlas of the World 2000 en de digitale Encarta Grote Wereldatlas 2000. De een is beter in details, de ander bulkt van de informatie.

De millennium-editie van de Times Comprehensive Atlas of the World 2000 weegt vijf kilo, meet 47 bij 32 cm, bevat ruim 225.000 plaatsnamen en kost 375 gulden (na 1 januari zelfs 460 gulden). De onlangs verschenen Encarta Grote Wereldatlas 2000 bestaat uit twee CD-ROMs, weegt een ons, telt 1.800.000 plaatsnamen en kost 149 gulden. Is de keuze na deze snelle vergelijking een uitgemaakte zaak?

Nee, want een CD-ROM vullen met bijna twee miljoen plaatsnamen is nog geen atlas maken. Daar heb je cartografische expertise voor nodig. De eerste generatie elektronische atlassen ontbeerde die. Ze hadden veel toeters en bellen (3D-vluchtsimulatoren, audio- en videoclips, foto's), maar abominabele kaarten. Nou was de Encarta van Microsoft vanaf het begin al een uitzondering hierop. Het bedrijf leverde een cartografisch acceptabel product en kwam elk jaar met een betere versie. Maar ook op de Encarta 2000 – dit jaar voor het eerst in een Nederlandse editie uitgegeven, samen met Elsevier en Winkler Prins – valt wel het een en ander aan te merken.

De Encarta 2000 bevat veel namen van locaties die geen plaats zijn, in de zin van een stad, dorp of gehucht. Het gaat om uithoeken van dorpen, buurtschappen of stadsdelen. Daar tegenover staat dat een heleboel `echte' plaatsen – via eigen bezoek genoteerd – niet te vinden zijn. Niet alleen in slecht gekarteerde delen van Afrika, maar ook in perfect in kaart gebrachte stukken van Europa en Noord-Amerika.

Het aantal namen kan dus nog flink opgeschroefd. Vorig jaar bevatte de Encarta trouwens nog maar 1,3 miljoen geografische namen. En dat was minder dan de WN-Wereld@atlas die Wolters-Noordhoff in samenwerking met twee andere grote atlasuitgevers geproduceerd had, want die bevat 1,7 miljoen namen. Encarta heeft met 1,8 miljoen namen weer de koppositie ingenomen, maar aangezien er nogal wat `echte' plaatsen ontbreken kan de competitie tussen de elektronische atlassen voorlopig nog doorgaan.

KWINTSHEUL

Een ander nadeel van de Encarta 2000 is het feit dat kaarten op het scherm slechts een fractie van de plaatsnamen in het bestand weergeven. Om te achterhalen of een plaatsnaam in de atlas staat, moet je deze intypen. Als hij in het bestand zit, kun je hem vervolgens oproepen op een kaart. De computer rekent dan snel uit welke plaatsnamen er nog meer op de kaart komen. Deze zogenaamde dynamische plaatsbepaling zorgt ervoor dat de kaarten niet te vol worden. Of een plaatsnaam op het scherm verschijnt is niet afhankelijk van het belang van een plaats maar van de beschikbare ruimte op het scherm. Dat kan tot merkwaardige kaarten leiden waarop wel veel onbetekenende plaatsjes staan, maar geen grote steden. Zo verschenen op een kaart van Nederland wel locaties als Kwintsheul, Miste, Elim, Helwijk, Logt en Amen, maar ontbraken steden als Amersfoort, Arnhem en Den Bosch. Na het uitprinten van deze kaart, bleek de afdruk overigens niet weer te geven wat er op het scherm stond.

Papieren atlassen gaan bij hun selectie van namen uit van een hiërarchie van geografische namen. Hoe belangrijker een plaats, hoe hoger deze in de hiërarchie zit en hoe eerder deze op een kaart komt. Ik vind het vreemd dat geen enkele elektronische atlas erin slaagt dit principe goed toe te passen. Dat moet toch in te programmeren zijn!

Die tekortkoming is vooral storend bij kaarten waarop grote gebieden zijn weergegeven (kleinschalige kaarten). Het computerprogramma moet dan immers een selectie maken uit een zeer groot namenbestand. Bij de weergave van kleine arealen (grootschalige kaarten) is de selectie simpeler. Wat betreft kleinschalige kaarten kunnen de beste elektronische atlassen in de verste verte niet tippen aan papieren atlassen als de Times. Door hun veel hogere resolutie en veel grotere pagina's kunnen die bovendien veel meer details en namen weergeven op kaarten van een vergelijkbare schaal. Daarnaast zijn ze gemakkelijker even uit de kast te trekken als je iets wilt opzoeken, alhoewel dat bij de loodzware Times niet mee valt.

Mooi aan de Encarta 2000 is de enorme hoeveelheid informatie. Hij bevat bijna drieduizend artikelen over individuele landen en plaatsen, een encyclopedie met 1.450 geografische begrippen, tientallen degelijke, maar toegankelijke artikelen over onderwerpen als `de kunst van het kaartlezen' en `aardbevingen', duizenden doorkoppelingen naar websites en veel statistisch materiaal. Daarnaast zijn er ruim 1.700 foto's, de volksliederen en vlaggen van nagenoeg alle staten, honderden video's en audiofragmenten van volksmuziek en de mogelijkheid om virtuele vluchten over continenten te maken.

DEFTIG ZWART

De nieuwste Times Comprehensive Atlas of the World is, net als zijn negen voorgangers, uitgevoerd in deftig zwart en metallic grijs. En zoals alle vorige edities hebben her majesty's cartographers ook deze uitgave opgedragen aan de Britse vorstin. Het is de allereerste volledig herziene editie. Alle kaarten zijn opnieuw ontworpen en volledig digitaal geproduceerd. De kaartenmakers van de firma Bartholomew maakten de vorige editie uit 1992 nog helemaal met de hand.

In de millennium-editie hebben de nieuwe makers van de Times Atlas (mediamagnaat Rupert Murdoch lijfde de kaartenfirma Bartholomew in en verhuisde het bedrijf van Edinburgh naar industriestad Glasgow) gebroken met een lange traditie: de ragfijne hoogtelijntjes zijn achterwege gelaten. De techniek om hoogtes weer te geven middels hoogtelijnen en kleurverschillen werd in 1878 geïntroduceerd door John Bartholomew. Zonder die hoogtelijnen heeft de Times Atlas een deel van de ogenschijnlijke precisie verloren. Bovendien zijn de kaarten bleker dan ze al waren, omdat de makers zijn overgestapt van acht- naar vierkleurendruk.

Een grote vooruitgang is de harmonisering van de belettering. Die was tamelijk chaotisch met meer dan honderd lettertypes en -groottes. Ook zijn de gebruikte symbolen en legenda's nu voor kaarten van dezelfde schaal in de hele atlas gelijk. Doordat veel kaarten uit de vorige edities nog stamden uit de jaren '40 en '50 en alsmaar opgelapt waren, was de atlas een ratjetoe geworden. Nu is de atlas een harmonieus geheel.

In vergelijking met vorige edities komen Nederland en België er bekaaid af. Vroeger hadden ze ieder een eigen dubbele pagina; nu zijn ze samengevoegd. Dat leidt tot overvolle kaarten. Opmerkelijke fouten en onvolkomenheden zijn wel verdwenen. Zo is Bijlmermeer geen dorpje meer bij Amsterdam, telt Nederland twaalf in plaats van elf provincies en staat de Markerwaard niet meer op de nominatie om ingepolderd te worden. Minder ruimte voor gebieden als de Benelux betekent meer grootschalige (= gedetailleerdere) kaarten voor Oost-Europa, de Kaukasus, China en Zuid-Oost Azië. De Times Atlas weerspiegelt de politieke en economische veranderingen in de wereld. Veel werk heeft men gemaakt van de transcriptie van geografische namen vanuit plaatselijke talen, wat in sommige gevallen tot onuitsprekelijke namen geleid heeft als Ap'khazet'i (Abchazië). Politiek zeer correct is de Times ook wat betreft de weergave van grenzen. Zo is Oost-Timor geen deel van Indonesië, hoewel de kaarten gedrukt waren voor de politieke omwenteling daar.

Wat nu te doen met Sinterklaas of Kerst? Als u al een redelijke papieren atlas heeft, over een moderne multimedia-computer beschikt en heel veel plaatsen wilt kunnen opzoeken op gedetailleerde kaarten (vergelijkbaar met schaal 1: 500.000), kunt u het beste een elektronische atlas kopen. U kunt dan kiezen uit twee goeie: de Encarta 2000 en de WN-Wereld@atlas. Qua prijs, aantal plaatsnamen en kaartbeeld ontlopen ze elkaar weinig. De WN-Wereld@atlas is meer een atlas voor cartofielen door zijn vele cartografische mogelijkheden; de Encarta 2000 is door zijn randinformatie en vele toeters en bellen meer een atlas voor het hele gezin. Schoolgaande kinderen kunnen er rijkelijk uit putten voor werkstukken.