Verdachte transacties van Kruizinga ontdekt

In het onderzoek naar ex-politiebondvoorzitter H. Kruizinga (ACP) is de rijksrecherche gestuit op tientallen privé-betalingen van Kruizinga vanuit een door hem beheerde subsidierekening. Het gaat om bedragen tot 90.000 gulden per transactie.

Kruizinga werd vorige week aangehouden op verdenking van verduistering van enkele honderdduizenden guldens subsidiegeld. Ook diens echtgenote en zijn voorganger als ACP-voorzitter, M. Blijleven, werden gearresteerd. Zij werden na een dag vrijgelaten. Donderdag besloot de raadkamer van de rechtbank in Utrecht het voorarrest van Kruizinga met dertig dagen te verlengen.

Een zeven man tellend team van rijksrecherche, FIOD en de CRI heeft blijkens verklaringen in het justitiële dossier suspecte transacties van 600.000 gulden getraceerd. Naar vier ton is detailonderzoek verricht. Het team heeft onder meer een overboeking gesignaleerd á 90.000 gulden van de subsidierekening naar de echtgenote van Kruizinga. Zij heeft de rijksrecherche verklaard dat ze al langer ,,een latent vermoeden van argwaan'' tegen haar man heeft. Ze geeft de krant geen commentaar. Ook is het team gestuit op diverse overboekingen vanuit de subsidierekening aan de Informatie Beheer Groep in Groningen en de Vrije Universiteit in Amsterdam ter dekking van studiekosten van Kruizinga's kinderen. Eveneens zijn betalingen aan een vakantiebungalow in Drenthe getraceerd.

De subsidierekening van waaruit Kruizinga privé-betalingen verrichtte, in 1989 geopend bij het toenmalige ABN-kantoor in Kamerik, bevatte de inkomsten die enkele politievakbonden hadden uit het `A en O-fonds' van Binnenlandse Zaken. Dit beoogt vrouwen en allochtonen aan het werk te krijgen. Geld voor gehonoreerde projecten werd door de bonden op de door Kruizinga beheerde rekening gezet. Bij de ACP werd dit ,,het potje van Piet'' genoemd, heeft een oud-bondsbestuurder de rijksrecherche verklaard.

Kruizinga heeft op de eerste dag van zijn aanhouding de rijksrecherche verteld dat de overboekingen naar privé-relaties vooral verrekeningen waren van door hem voorgeschoten bedragen. Nadien heeft hij geweigerd verklaringen af te leggen. ,,De subsidies kwamen te laat waardoor hij gelden voorschoot. Daar komen die privé-betalingen uit voort'', aldus Boone. Kruizinga wordt verdacht van verduistering, valsheid in geschrifte en belastingontduiking.

De rijksrecherche heeft ten minste vijf bankrekeningen van de oud-voorzitter getraceerd. Veelvuldig verrichtte hij overboekingen naar privé-relaties via tussenrekeningen. Zijn oud-collega Blijleven – verdacht van heling – kreeg tweemaal een lening van de oud-voorzitter, de hoogste betrof 35.000 gulden. Blijleven heeft verklaard dat hij de herkomst van het geld niet kende.

Kruizinga, in de jaren zestig opgeleid tot assistent-accountant, heeft volgens het ACP-bestuur vorig jaar geweigerd de bond inzicht te geven in zijn beheer van de A en O-rekening. Daarop deed de bond aangifte. De recherche beschikt over een papier waarop staat dat de rekening in 1989 is geopend met machtiging van de toenmalige bondsvoorzitters L. van de Linden (NPB), G. Koffeman (ACP) en hun secretarissen R. Flanderijn (NPB) en Kruizinga (ACP). Voorzitter H. van Duijn stelt dat hij de inmiddels overleden Van de Linden ,,niet in staat acht te rotzooien, en ik kende hem héél goed''. Hij vindt het curieus dat de rekening is geopend. ,,Het heeft erg de schijn van duistere praktijken.''