Traumland Südwest

Willkommen in Namibia. De Afrikaanse natie herbergt een kleine, maar invloedrijke Duitse gemeenschap. Ze bezoeken eigen scholen, eten in de Konditorei en lezen de Allgemeine Zeitung. Maar voor president Sam Nujoma blijven de Duitsers `buitenlanders'. Vóór de verkiezingen van deze week dreigde Nujoma `oproerkraaiers' met deportatie.

Wat een zandstorm! Tussen Swakopmund en Walvisbaai waaien miljarden kwartskorrels landinwaarts vanaf het Atlantische strand en geselen het verkeer. Woeste vlagen zand vliegen over de motorkap. En intussen stort Rainer Winter, veertiger, onverstoorbaar zijn hart uit over Namibië.

Dit is zijn vaderland en dat van 20.000 andere etnische Duitsers, maar hij heeft weinig fiducie in zijn zwarte landgenoten. ,,Er bestaat een fundamenteel verschil tussen blank en zwart'', zegt hij. ,,Zwarten denken niet aan de dag van morgen, ze reizen gewoon mee met de springbokken of de koedoes. Waar de dieren gaan, gaan zij en het is altijd warm. Blanken, zoals de Duitsers, komen uit de kou. Ze hebben geleerd dat er niet altijd eten is en dat ze iets moeten bewaren om te overleven. Die mentaliteit strekt zich uit tot het staatsbestel. Zwarten kunnen geen staat opbouwen, Namibië stort in de afgrond.''

Winter begrijpt niet dat het buitenland president Nujoma geld blijft toestoppen, dat vervolgens wordt verbrast. ,,Waarom stoppen Duitsland en Nederland niet gewoon hun ontwikkelingshulp, dat zal hem leren.''

Duitsers zijn er al vier tot vijf generaties in Namibië, voorheen Deutsch Südwest-Afrika. Het is de enige Duitse kolonie ter wereld waar de Duitse cultuur bewaard is gebleven en `Volksduitsers' een belangrijke rol zijn blijven spelen.

Maar die invloed is tanende. Hoewel de Duits-koloniale tijd in feite maar kort was (1883-1915) bleef de Duitse gemeenschap onder de latere Zuid-Afrikaanse heerschappij grote invloed uitoefenen. Maar sinds die Schwarzen de dienst uitmaken, vanaf de onafhankelijkheid in 1989, worden de Duitsers heel langzaam richting zee gedreven, naar Swakopmund en Lüderitz, daar waar hun voorvaderen met stoomboten aankwamen en het land koloniseerden. Alleen hun economische macht blijft een grote factor van betekenis.

Hans-Otto Meisner bereisde in de jaren zestig heel Namibië, toen nog Zuidwest-Afrika genoemd en stevig onder Zuid-Afrikaans bestuur. De blanken leefden destijds nog in hun idylle, door Meisner aangeduid als `Traumland Südwest'.

Onder de Duitsers in de hoofdstad Windhoek hangt nu een bedrukte sfeer, weemoed, herinnering. In de leeszaal van het staatsarchief hangt een bordje: Ruhe bitte, naast een kaart waarop de oude glorie staat afgebeeld, Deutsch Südwest Afrika uit 1911. Maar de slapende zwarte bibliothecaresse spreekt geen Duits.

Monika, de receptioniste van Hotel Heinitzburg in de hoofdstad Windhoek is hoogzwanger van haar eerste kind. ,,Ik mag het natuurlijk niet zeggen, maar ik draag bij aan de instandhouding van ons ras'', zegt ze toch. ,,De `anderen' krijgen zoveel kinderen, te veel eigenlijk.'' Het hotel, als burcht gebouwd in 1914 door graaf Schwerin voor zijn verloofde Margarethe von Heinitz, is Duitser dan Duits. In de Ritterraum serveert men Glühwein, op het terras Tafelbier dat volgens het etiket, in gotische letters, is gebrouwen overeenkomstig het Reinheitsgebot. Men spreekt er Duits, uit de luidsprekers klinkt `Ein Festival der Liebe' en de televisie haalt met een schotelantenne de televisie uit de Heimat.

Voor veel Duitsers is president Sam Shafiishuna Nujoma de gebeten hond. Nujoma, de voormalige guerrillaleider, staat niet bekend om zijn tactisch vernuft. Hij valt regelmatig uit naar wat hij afwisselend `Europeanen', `blanken' of `buitenlanders' noemt: alles wat niet-zwart is en volgens de president slechts uit is op eigen gewin. En wie niet naar de regering wil luisteren, mag het land verlaten, heeft Nujoma gezegd. Desnoods zal hij `volksvreemde' elementen deporteren, hij weet alleen nog niet waar naar toe.

De Allgemeine Zeitung (oudste krant van Namibië volgens de eigen opgave) fulmineert keer op keer tegen de presidentiële uitlatingen. ,,Nujoma verdeelt het land in twee kampen; zijn kiezers aan de goede kant. Zijn optredens zijn genoegzaam bekend, vooral zijn emotioneel geladen aanvallen op zijn vermeende vijanden'', schrijft Eberhard Hofman in een commentaar van zijn krant.

Hofman en de andere Duitsers kunnen het moeilijk verdragen door Nujoma als tweederangsburgers te worden voorgesteld, omdat ze Namibië echt als hun vaderland beschouwen. De Afrikaners (Boeren) vormen een nog grotere bevolkingsgroep, maar hebben nauwe banden met Zuid-Afrika dat zij als hun geboortegrond beschouwen en waar ze altijd naar kunnen terugkeren. De Duitse Namibiërs roemen en loven Duitsland, maar er leven, dat willen ze niet: te koud, te vol, zeggen ze. ,,Nujoma looft ons nooit voor de bijdrage die wij aan dit land hebben geleverd'', zegt Rainer Winter. ,,Met onze blote handen zijn we hier begonnen en nog altijd leveren de Duitsers een van de grootste bijdragen aan de economie.''

Nujoma had dit jaar zullen aftreden als president, na twee termijnen van vijf jaar, maar dankzij een grondwetswijziging kan hij nog eens vijf jaar aanblijven. Zulks tot afgrijzen van de eigenares van de Buchkeller aan de Peter Müller Strasse. ,,Nog tot 2004 zitten ze met Onkel Sam opgescheept'' – ze rilt ervan. Voor de Duitsers van Namibië rest de badplaatsen aan de kust, waar ze vooralsnog ongestoord hun gang mogen gaan.

Kaiser Wilhelm

Rijdend vanuit Windhoek moet men eerst de Namib-woestijn oversteken, uitgestrekt en heet. Dan volgt Swakopmund, een stukje Duitsland tussen palmen, gebouwd rondom de Kaiser Wilhelmstraße. Eindpunt is de Atlantische Oceaan, steenkoud hier door toedoen van de Benguela, een Arctische golfstroom. Het water en het zand zijn er al heel lang, het Duitse stadje nog maar honderd jaar. Swakopmund zou, als men de woestijn en het linksrijdend verkeer wegdenkt, in Baden-Württemberg kunnen liggen. Met zijn Hohenzollern-huizen, de keurige lanen, bloementuintjes en parken, de Duitse winkels en producten is het de Gemütlichkeit zelve.

Bij de goudsmid in de Bismarckstrasse is de stemming ingetogen. ,,We hebben in zeggenschap een stap terug moeten doen'', zegt verkoopster Christiane Brewin, ,,maar het is wel zo dat alle klanten ongeacht kleur nu onze winkel kunnen binnenkomen.'' Het grootste voordeel van de `nieuwe tijd' voor de juweliers is de komst van een groot aantal toeristen, vrijwel allemaal uit Duitsland, die goede kopers zijn. Christiane heeft alle vertrouwen in de toekomst. ,,Wij zijn gelukkig hier, we gaan nooit meer weg.''

In de slagerij aan de overkant, die volgens de reclame `grenzenlos gut' is geen onvertogen woord. ,,Wij draaien veel meer worst dan voorheen'', kraait slagerin Martha Johr, ,,voor ons is de Wende zeer positief geweest, de regering doet het prima.'' Martha is zoals alle Duitse Namibiërs volledig drietalig: Duits, Afrikaans en Engels, al spreekt men Engels met een typisch Duits accent. Een klant die ze aanspreekt als Herr Horst, haalt zijn mondvoorraad worst en ham – Guten Tag! Boekhandelaar Anton G. von Wiedersheim heeft `helaas' geen tijd om te praten, niet omdat hij geen tijd heeft, maar het is precies één uur, lunchtijd, ,,en dan praat ik nooit''.

Mittagessen op het terras van Café Anton. Goedgevulde Duitse families vullen zich nog beter met rijk belegde broodjes en Wiener Kaffee. Voor de misantropen is er Tote Tante: hete chocolade met rum en room. De bezoekende heer en mevrouw Erdmann uit Duisburg genieten op het terras van Café Anton met volle teugen van hun vakantie in Swakop. ,,So gemütlich'', zegt zij. ,,Een beetje zoals bij ons'', vindt hij. Met dit verschil dat het gepensioneerde echtpaar `donker' personeel altijd eerst in het Engels aanspreekt. ,,We willen hen niet beledigen, misschien spreken ze geen Duits.'' Ze logeren in het Deutsche Haus, een van de vele uitspanningen die zijn ingesteld op de stroom van toeristen uit Duitsland. Horst en Frances Hofmeister van het pension wijzen commentaar op het huidige Namibië wijselijk van de hand. ,,De zaken gaan goed'', zegt Horst, de handen gevouwen op zijn enorme bierbuik, ,,wat wil je nog meer, voor de rest zien we wel.''

Na de lunch zit Eckart Demasius (45), stadsklerk van `Swakop', om een praatje verlegen. Hij heeft een Afrikaner-Duitse achtergrond, is geboren in Oranjevrijstaat, maar al het grootste deel van zijn leven woonachtig in Namibië. Het stadhuis is een roze statig gebouw uit de Duitse tijd, waar Demasius in zijn werkkamer een nostalgische historische plattegrond van het stadje aan de muur heeft hangen. ,,Kijk dat is typisch Duitse planning: rechte straten, alles keurig geordend.''

Maar hij is niet ontevreden over de huidige situatie van Namibië en de Duitse gemeenschap. ,,Iedereen is vrij, er is vrede en we hebben een marktsysteem, voor elk wat wils.'' De afdeling van de regerende SWAPO was in Swakopmund zo vriendelijk de meeste oude straatnamen te handhaven, vertelt de stadsklerk, en niet te vervangen door namen van nog levende Afrikaanse leiders zoals in Windhoek waar brede, doorgaande wegen zijn vernoemd naar Sam Nujoma, Nelson Mandela en Robert Mugabe. ,,Elke Afrikaanse leider die iets voorstelt en naar Windhoek komt, kan zijn eigen straatnaam krijgen'', spot Demasius.

Op het onderwijsterrein is de Namibische overheid wel bezig met een drastische verandering. Voorheen mocht de Duitse jeugd onderwijs volgen dat vrijwel uitsluitend in de eigen taal was, maar die tijd is voorbij. Vanaf de middelbare school is Engels nu de voertaal, terwijl aan het Duits op de basisscholen wordt geknaagd, tot verdriet en frustratie van veel Duitsers. De eigen taal zien ze als een verworven recht, dat hun niet mag worden afgenomen. Bij het Schülerheim speelt een hele kluit jongens buiten. Ze willen alleen Duits spreken en praten onderling over de voetbaluitslagen uit de Bundesliga. ,,Scheisse, Dortmund heeft verloren.''

Lelijke man

In het stedelijk museum praat Giesela Schöne later honderduit. Giesela is al zo oud, 78, zij hoeft geen blad voor de mond te nemen en dat doet ze dan ook niet. De kranige oma is geboren en getogen Namibische, afkomstig uit het noordelijke plaatsje Kombat, maar al jarenlang woonachtig in Swakopmund en noemt zichzelf Duitse, waar ze `trots' op is. Ze geeft een soort van politieke verklaring af: ,,De zwarten willen de blanken niet meer hier hebben, vroeger was het hier allemaal veel beter. Het enige dat Sam Nujoma doet, is ons beschimpen. Het geld dat de Duitsers als belastingbetalers opbrengen wordt door hem verkwist, terwijl de criminaliteit van de zwarten stijgt, niemand is meer veilig. Bij mij is ook al ingebroken. De president is een lelijke man, hij maakt ons land kapot. Maar ons krijgt hij niet klein, het zal moeilijk worden, maar we zullen overleven.'' Giesela Schöne zegt dat ze `im Weltkrieg' in Duitsland woonde, waar ze `ondersteunend werk' verrichtte - zonder verdere uitleg.

Bekend is dat de Duitse gemeenschap van Namibië tijdens de Tweede Wereldoorlog felle aanhangers van het nazisme waren. De pro-Britse Zuid-Afrikaanse autoriteiten interneerden destijds verscheidene Duitse mannen in Windhoek om hen ervan te weerhouden naar Europa te gaan om Duitsland te helpen. In een bloemperkje bij de toegang van het museum van Swakopmund staat een monument, een groot kruis, dat beide wereldoorlogen herdenkt. De enige inscriptie luidt: 1914-18 en 1939-45, om vooral niemand voor het hoofd te stoten.

Op de muur bij de entree van het Nationaal Museum van Windhoek, Alte Feste, is een plaquette ingemetseld uit 1964 van de `Alte Kameraden', voor de gesneuvelden van de Kaiserliche Schutztruppe uit de Eerste Wereldoorlog.

En in het kerkblad Heimat wordt teruggegrepen op Kerstmis 1943, met een verhaal van ene Ute Fischer. `Een hete decemberdag liep op zijn eind. Zoals zo vaak in deze tijd van het jaar was er de hele maand nog geen drup regen gevallen. Wild hadden we niet, want alle wapens waren geconfisqueerd en onze mannen zaten achter prikkeldraad opgesloten.' De bisschop van de Duitse Evangelisch-Lutherse kerk wenst zijn gemeenteleden daarom `een volledig verregend jaar 2000' toe.

Voor het Bezirksgericht uit 1901 staat een heldhaftig standbeeld van gevallen soldaten, onderschrift: `Mit Gott für Kaiser und Reich'', 1905. Das war einmal, want in het aanpalende nieuwe gerechtsgebouw staat de schande van Swakopmund centraal. De schande van de Duitse gemeenschap ook. Thomas Adolf Florin, een `gezonde' jongeman, geboren in Duitsland, maar woonachtig in Swakop staat terecht op verdenking van het vermoorden van zijn vrouw Monika in 1998. De voormalige kok annex timmerman zaagde volgens de aanklacht zijn echtgenote wegens huwelijkse ontrouw in stukken en kookte haar ingewanden en ledematen. De in tweeën gezaagde schedel, botten en andere aanwijzingen dat het niet goed met Monika Florin afliep, worden de rechtszaal binnengebracht. De (zwarte) rechter vraagt Thomas Florin in het Engels of hij iets van de dood van zijn vrouw afweet. ,,Unschuldig, unschuldig'', mompelt hij in het Duits, met een vertaler naast zich in het beklaagdenbankje.

Maar het bewijsmateriaal tegen Florin is overweldigend: overal zijn vingerafdrukken en sporen van hem gevonden èn hij had een motief. Krantenlezers en tv-kijkers smullen van de kostelijke verhalen, maar Swakopmund gruwt ervan. Giesela Schöne van de bibliotheek begrijpt het ook niet, ,,so ein netter Bursch doch''.

Florin zelf houdt na afloop van de procesdag vol: ,,Ik heb echt niks gedaan. God zal mij helpen om dat te bewijzen.'' Giechelend rookt hij een sigaretje tot bewakers hem terugbrengen naar de Alte Gefängnis van Swakopmund. Buiten staat snuisterijenverkoper Benni Ngongo te gniffelen: ,,De Duitsers dachten dat dergelijke dingen in hun kringen niet konden voorkomen. Alleen zwarten zouden dat doen, nu weten ze wel beter.''

Om vijf uur 's middags sluiten de winkels in Swakopmund, pünktlich, ook boekhandelaar Wietersheim. Het is nog rustiger in de straten dan het al was. Duitse toeristen maken zich op om in Tiroler sfeer zuurkool met Kasseler rib te eten in restaurant Zur Weinmaus. Elk moment kan er iemand in Lederhosen binnenkomen, denkt men, maar dat gebeurt niet. In plaats daarvan drukt een zwart zwervertje zijn neus tegen het raam: moeder dood, vader in Ovamboland, hij honger. Heeft de bezoeker nog een paar muntjes over?

Op het trottoir van de Moltkestrasse loopt een Duitse notabele in bezit van aktetas snippers zwerfvuil op te rapen. Waarom doet hij dat? Een verbaasde blik is het eerste antwoord. Dan zegt hij: ,,De stad moet schoon zijn, sauber.''