Teletubby alweer uit

Een doorsnee speelgoedwinkel in een doorsnee stad op een doorsnee decembermiddag. De rij voor de kassa is tegen half vijf zo'n tien meter lang. Als het om speelgoed gaat, bevinden de meeste kinderen in Nederland zich inmiddels wel in luilekkerland. Gemiddeld 25 gulden per maand per kind wordt er aan speelgoed uitgegeven. En dat betekent dat elke slaapkamer – en vaak ook de woonkamer – letterlijk uitpuilt. Lego, Playmobil, poppen, knuffels, Barbies met huizen, knikkers, lege cd-rom-doosjes – wat hebben pa en moe de afgelopen jaren wel niet aangeschaft.

Die 25 gulden per kind per maand is echt een gemiddelde, want de winkeliers behalen veertig procent van hun omzet in en rond de decembermaand. Dit jaar wordt er door de Nederlandse detailhandel voor zo'n 3,2 miljard gulden extra omgezet in de laatste maanden van het jaar, zegt S. van der Ham van de Raad Nederlandse Detailhandel. Die omzet heeft ook betrekking op zaken als eten en drinken, maar het (kinder)speelgoed maakt er een substantieel onderdeel van uit – hetgeen in die doorsnee speelgoedwinkel goed is te zien.

En wat kopen zij dit jaar? Zij kopen de sprekende pluisbal Furby (tussen de 80 en 100 gulden), een kinderlaptop (meer dan honderd gulden), een cd-rom (tussen de 15 en 100 gulden), een Nintendo-spel (idem). Zij kopen niet: een Teletubbie, vorig jaar nog een absolute hit. ,,De Furby is het hele jaar al een topper'', zegt H. Kohlmann, eigenaar van een speelgoedwinkel in Amersfoort en voorzitter van de stichting Speelgoed van het Jaar. ,,Niet voor niets werd de Furby dit jaar door de consument uitverkozen tot speelgoed van het jaar. Kinderen zijn er he-le-maal gek van.''

Het succes van de Furby kan worden geduid aan de hand van twee trends: er wordt steeds vaker gekozen voor speelgoed met elektronica, en speelgoed kent een steeds snellere omlooptijd. Wat vandaag een hit is, ligt morgen ongebruikt onder het kinderbed. Dat blijkt bij de Teletubbies, maar ook bij zaken als Star Wars (al weer bijna de hype voorbij) en de Tarzan-spullen waarmee veel speelgoedwinkels een paar `zuilen' hebben ingericht. En dat is overigens de derde trend: de `merchandising' als gevolg van een speelfilm of een televisieserie. Populair dit jaar zijn bijvoorbeeld ook spullen van Kabouter Plop – tevens een Nederlandstalige kinderserie. Ook Winnie the Pooh is weer volop aanwezig in de speelgoedwinkel.

Goed speelgoed, zegt Kohlmann, heeft ,,speelwaarde en leerwaarde, is veilig en van voldoende kwaliteit. Het moet niet morgen al stuk zijn''. Wat hem betreft voldoet ,,veel'' speelgoed aan deze kwalificaties. ,,Er wordt nauwelijks nog rommel verkocht.'' Dat komt volgens hem ook omdat ouders (en andere kopers) weer meer geld voor speelgoed willen uitgeven. Gouwe ouwen als Lego en Playmobil blijven het goed doen. En bordspellen als Monopoly (al dan niet in een nieuw jasje) zijn weer in opkomst. ,,Ouders willen af en toe weer gezellig met hun kinderen rond de tafel.''