Roethenië

Dit zijn de armste landen van Europa, maar hun grenzen worden bewaakt als goud. Uit mijn paspoort schrijft een vrouwelijke douanier elke letter plechtig over, tot en met het mysterieuze `Burg. van Amsterdam'. Daar hebben we het al: ik beschik niet over het juiste declaratiebewijs. Ze kijkt me schalks aan, maar in haar hoofd is de orde verstoord. Ze laat me alles uitpakken. `Aha, computer, export!' `Aha, antiek, export!' – dit bij een oud roebelbiljet. `Aha, nog 100 dollar!' De trein wacht, de vertraging loopt op.

In de Kyiv Post lees ik dat de kapitaalvlucht uit Rusland op dit moment 2,9 miljard dollar per maand bedraagt. Hier sluisde oud-premier Lazarenko naar verluidt 700 miljoen dollar weg. `Aha, nog 100 dollar!'

's Avonds rijden we langs de grenzen van Roethenië, het nieuwste land in wording. De schrijver Timothy Garton Ash interviewde dit voorjaar de voorlopige minister-president, een apotheker in het lokale ziekenhuis, terwijl de minister van Justitie – een chirurg in hetzelfde gebouw – de thee zette. Er zijn al een vlag en een volkslied, en er komt zeker een eigen munt. Die apotheker is een begaafd demagoog, schreef Ash, en als hij de wind meekrijgt zie ik hem heel goed voor een menigte boeren en arme stedelingen staan, met het verhaal dat ze erfgenamen zijn van een grote traditie, en dat al hun ellende de schuld is van de Oekraïeners. Let op, Roethenië komt op de kaart.

Als ik naar buiten kijk zie ik een maanverlicht land, zo nu en dan een geel flakkerend lichtje achter een raam, slapende dorpen, nauwelijks veranderd sinds 1880, 1917, 1989.