Over-onderzocht

De bureaus die al ons doen en laten onderzoeken, beginnen in de knel te raken. Slaapt u op uw linker- of rechterzij? Geeft u uw kinderen van tijd tot tijd een pak slaag? Van welke minister zoudt u nooit een tweedehands auto kopen? Denkt u over een kerstboom? Van alle Nederlanders denkt dit jaar 78 procent over een kerstboom. Dat is 5,3 procent minder dan de Belgen. Is u weleens gevraagd of u over een kerstboom denkt? Daar gaat de telefoon.

,,Mahkwuujeehvestorúh

bennuahlbùhkendmidohnzu

núwuhggEUriguhdeezakjus

wavahdùhpodniejaanbakd'', vraagt een jongmens in één adem in zijn vloeiend polder-Nederlands.

,,Wat zegt u?''

,,Mag ik u even storen. Bent u al bekend met onze nieuwe geurige theezakjes waarvan de pot niet aanbakt?''

,,Nee, daar ben ik nog niet mee bekend.''

Hij doet me een aanbod dat ik niet zou kunnen afslaan als ik een theedrinker was, maar dat ben ik niet. Dat zeg ik hem. ,,Aha! U drinkt geen thee! Mag ik dan vragen hoe oud u bent en wat uw jaarinkomen is?''

Zo kom je op den duur in de media. Van alle mannelijke Nederlanders, ouder dan zeventig, met een jaarinkomen van minder dan vijftigduizend gulden, drinkt twee procent thee. De gegevens worden in een computer gedaan en een half jaar later zie je een reclamespot. ,,En de pot bakt er niet van aan'', zegt een van de opa's met een lepe blik in de camera.

Mijn wetenschap over de naderende crisis in het onderzoek heb ik opgestoken uit The New York Times (21 november). Toen het Lewinsky-schandaal dreigde, raadpleegde de president zijn goeroe in de publieke opinie, Dick Morris. Die peilde de stemming. ,,Hou je mond'', was zijn raad. Die paar honderd ondervraagde Amerikanen beslisten over wat de president zou gaan doen. In dit geval dus: liegen. Het gevolg was dat de hele wereld bijna een jaar lang getuige is geweest van Clintons gespartel. En daaruit ontstaat weer de vraag: wie zijn de mensen die de onderzoekers antwoord geven, en de anderen die dat weigeren?

Nu blijkt dat veel meer mensen dan een jaar of tien geleden het gevraag beu zijn. Toen kon je je als naamloos burger gevleid voelen als een deskundige je naar je mening over de politiek, je smaak, je doen en laten vroeg. Je telde mee, je was een mens van gewicht geworden. In de krant kon je een poosje later zien, hoeveel mensen van gewicht het met je eens waren. Als er nu iemand aan je deur, de telefoon, op je af komt met pen en blocnote in de aanslag, ben je geneigd te zeggen: gaat u maar naar de volgende kandidaat.

Mijn redenering is, dat binnen niet al te lange tijd alleen nog de mensen met een groot minderwaardigheidscomplex, een buitengewone geldingsdrang en degenen die altijd om een praatje verlegen zitten, de enquêteurs te woord willen staan. De anderen hebben dit pseudo eerbetoon niet nodig; die voelen zich in deze tijd vanzelf al belangrijk genoeg.

Mensen met een minderwaardigheidscomplex, excessieve geldingsdrang, of praatbehoefte, of alle drie, denken anders over de wereld dan de gemiddelden. Ze geven dus andere antwoorden. Zo sluipt de vertekening de uitslagen van het onderzoek binnen. Zo ontstaat het valse beeld dat in de politiek en de handel beschouwd wordt als het baken waarop men in ieder geval tot het volgende onderzoek zal moeten koersen. Dan komt het volgende onderzoek. Inmiddels hebben nog meer mensen een hekel aan die arme enquêteurs gekregen. Alleen de extreemste gevallen van de genoemde categorieën laten zich nog ondervragen. Nog meer vertekening. En zo loopt het mis.

Het is een iets ander geval, maar ik noem het toch. Russell Baker, als `Observer' mijn lievelingscolumnist – hij is er jammer genoeg op zijn 73ste mee opgehouden – kwam een restaurant binnen. De bediening schoot op hem af en vroeg: `Roken of niet roken?' Observer dacht, kwaadaardig, zoals hij zichzelf moest toegeven: Dat gaat u niets aan! Hij zei het niet want daar is hij te vriendelijk voor. Het was in de tijd van de eerste schermutselingen om de rookvrije ruimte en het enquêtewezen nog niet gehypertrofieerd. Observer voelde die storm van bemoeizucht uit eigenbaat aankomen.

In laatste aanleg gaat het om de verdediging van ons particuliere terrein. Maar dat niet alleen. Naarmate we daar beter in slagen, terwijl de onderzoekers doorgaan, waardoor de resultaten veranderen, zullen de politici en fabrikanten zich vaker vergissen. Dat is de logica van het geheel. Onderzoek de onderzoekers.