Nooit te oud om ijshockey te spelen

Noodgedwongen keert de 42-jarige Ron Berteling terug op de ijsvloer. Aan de spelersloopbaan van de Amsterdam-coach lijkt maar geen einde te komen.

Eigenlijk was de `mister ijshockey' van Nederland in 1994 gestopt. Zijn teamgenoten van de toenmalige club Rotterdam gaven Ron Berteling vijf jaar geleden een schilderij met een portret van hem als afscheidscadeau. In de jaren die volgden, kroop het bloed steeds waar het niet gaan kon. Berteling kreeg Heintje Davids-achtige trekjes.

Vorig jaar werd Berteling door de nieuwe ijshockeyclub in Amsterdam overgehaald weer het ijs op te gaan. Zijn team bereikte de play-offs en eindigde als tweede achter kampioen Nijmegen. Prompt kreeg hij van bondscoach Doug Mason een uitnodiging voor het WK van de C-poule in eigen land. Dat moest dan het definitieve afscheid worden. In stijl. Berteling krikte zijn recordaantal interlands met 7 op tot 213 en werd met de Nederlandse ploeg kampioen.

Dit seizoen speelde hij aanvankelijk op dinsdagavond alleen partijtjes met ploeggenoten uit vervlogen tijden. Zoals Tjakko de Vos, Scott Hunter en Jos Bles. Totdat de clubleiding hem bombardeerde tot hoofdcoach in plaats van Alex Andjelic, die liever in de luwte wilde werken als technisch directeur. Er kwamen plotseling blessures en andere personele problemen. En wie werd gevraagd om tijdelijk even bij te springen? Berteling. Hij stelde zichzelf al drie keer op. Gisteravond nog in de uitwedstrijd tegen koploper Tilburg die zijn gehavende team verrassend met 5-4 won. Ondanks het bereiken van de bekerfinale staan de Boretti Tigers voorlaatste in de strijd om de nationale titel. Vier van de zeven teams gaan over naar de play-offs. Berteling vreest dat het bereiken van die eindfase moeilijk zal worden.

Inmiddels is Berteling 42 jaar. Maar hij ziet er nog even jongensachtig uit als twintig jaar geleden. Berteling constateert dat de toch al flitsende ijshockeysport sinds de jaren zeventig, toen Heerenveen en Amsterdam seizoenenlang een titanenstrijd uitvochten, net als het voetbal, veel sneller is geworden. Maar hij kan nog steeds mee. Op techniek, timing en tactisch inzicht. Hij maakte zelfs twee goals. Toch geneert hij zich een beetje voor de situatie. Ondertussen wordt hij ook nog gekweld door privé-problemen. Alles komt dit najaar tegelijk.

Staat het Nederlands ijshockey er dan zo slecht voor dat oldtimers een woordje kunnen meespreken in de zogenoemde Superliga? Berteling vormt geen uitzondering. Hij wordt zelfs nog overtroffen door Danny Cuomo. De speler-coach van Nijmegen is 44 jaar. Berteling: ,,Het mag eigenlijk niet dat ik nog kan meekomen. Jeugdijshockeyers zouden spelers als ik moeten verdringen. Zij missen een idool. Tommy Speel van Nijmegen heb ik hoog zitten. Die had vroeger Henk Hille als voorbeeld. Twintig jaar geleden waren er zeker dertig goede ijshockeyers, nu misschien twintig. Wij konden ons optrekken aan de Nederlandse Canadezen. Er is in de teams onvoldoende onderlinge concurrentie. Door de geringe tv-exposure kun je geen grote sponsors krijgen. Er is ook te weinig ijstijd om te trainen.''

Terwijl Berteling dat zegt zitten in de Edenhal achter een groot gordijn honderden studenten van de Universiteit van Amsterdam te zuchten boven hun tentamens. De ijsvloer is hiervoor twee weken afgedekt. Berteling en zijn selectie trainden die avond in de open lucht. ,,We hebben alles afgebeld. Zelfs in Alkmaar konden we niet terecht.'' Het blijft behelpen. Berteling werkt overdag fulltime bij een winkel in sportartikelen. 's Zaterdags geeft hij schaatsles aan kinderen. Twee keer in de week traint hij 's avonds met een complete ploeg. Alleen de buitenlanders kunnen ook 's ochtends oefenen. Dan onder leiding van de Canadese speler Ray Callagher.

Als coach werd Berteling voor de leeuwen geworpen. ,,Het coachen is te vroeg gekomen. Ik heb gehoord dat 95 procent van de spelers vóór mijn aanstelling stemde. Toen ik begon heb ik tegen ze gezegd: `Ik ga grote fouten maken'. Misschien ben ik nog te veel speler. Ik weet dan ook helemaal niet of ik een goede coach ben.''

Berteling staat snel technisch ijshockey voor ogen, zoals de Russen en de Zweden. Het liefst werkt hij met een vriendenploeg aan teambuilding. Net als de voetbaltrainer kijkt Berteling niet alleen naar kwaliteiten, maar ook naar karakters. Daarom stuurde hij goalie Paul Cohen de laan uit. ,,Hij klaagde over het niveau. Ik haat gezeik.'' Berteling kreeg er Scott Easton voor terug. ,,Hij had achttien uur niet geslapen toen hij na zijn overtocht uit Canada in Den Bosch direct op het ijs stapte. Dat beviel me.'' De Canadees Joe van Volsen ontvluchtte Amsterdam om strafvervolging te ontlopen nadat hij dronken achter het stuur een ongeluk had veroorzaakt. Hij werd vervangen door de Tsjech Jaro Sevcik die ooit in de NHL uitkwam en met Berteling bij Rotterdam speelde.

Vervangers voor de geblesseerden Frank Versteeg en Bill Minkhorst zijn er echter nog niet. Doordat de Amsterdamse ijshockeyclub een aantal jaren van het toneel verdween is de eerstvolgende lichting jeugdspelers nog zeven jaar verwijderd van het A-team.

Maar het is onmogelijk om Berteling een klaagzang te ontlokken. ,,Ik wil bereiken dat spelers genieten op het ijs. Dat ze er alles uithalen. Als ik zelf meedoe hoop ik dat mijn tegenstanders respect voor mij hebben. Ik mis natuurlijk snelheid. Ze mogen me op een goede manier checken, maar ze moeten weten dat ik in al die jaren nog nooit bewust iemand een ros heb gegeven.''

Op de achtergrond praat ijshockeygoeroe Andjelic met een Canadees. ,,Als ik op jouw leeftijd gepasseerd zou worden door een 42-jarige, zou ik zelfmoord plegen.''