Met minder meer voor de kerk

Ondanks de secularisatie blijven de inkomsten van kerken toenemen. Een kleine groep gelovigen staat garant voor het salaris van de imam, rabbijn of pastoor en bekostigt het onderhoud van gebedshuizen. Joden dragen gemiddeld het meest af, katholieken het minst.

Johan Gerrits, penningmeester van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Hasselt kan een zweem van trots niet onderdrukken. Voor de vorm wil hij best even in de boeken duiken. Maar bij voorbaat staat vast dat zijn kerkgenoten `erg vrijgevig' zijn. In 1998, zo heeft de penningmeester becijferd, werd via collectes en de vaste vrijwillige bijdrage (vvb) een bedrag van 500.000 gulden opgehaald. Oftewel: 455 gulden per lid. Maar de werkelijkheid is volgens Gerrits nog rooskleuriger, want bijna de helft van de kerkleden is jonger dan 19 jaar, heeft nog geen belijdenis gedaan en wordt financieel door ouders ondersteund. Per adres – de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt Hasselt telt 280 families – werd vorig jaar 1.785 gulden gedoneerd. Alleen al voor de verbouwing van de kerk zegden leden een extra vijftig mille toe. ,,We mogen niet klagen'', aldus de penningmeester.

Uit cijfers van de actie Kerkbalans – al jaren de belangrijkste inkomstenbron voor kerkgenootschappen – blijkt dat gereformeerde kerkleden meer bijdragen aan de salarissen van kerkpersoneel en het onderhoud van hun kerkgebouw dan andere kerkgangers. De Gereformeerde Kerk Nederland telt volgens de laatste cijfers (1997) 702.000 leden, die in een jaar tijd 194 miljoen gulden afdroegen via vrijwillige bijdragen, collecten, giften en legaten. Ofwel: 276 gulden per lid. Ter vergelijking: de Nederlands Hervormde Kerk telde in 1997 2,1 miljoen leden, die 291 miljoen gulden afdroegen: 136 per lid. De rooms-katholieke kerk telde in dat jaar 5,2 miljoen leden, die een bedrag van 229 miljoen bijeenbrachten. Ofwel: 44 gulden per lid. Zowel de katholieke kerk, de hervormde kerk als de gereformeerde kerk zagen hun inkomsten in 1997 stijgen met respectievelijk 1,8, 2,7 en 1,5 procent.

Waarom doneren gereformeerde kerkleden meer dan andere kerkgangers? Die vraag wordt, zij het indirect, beantwoord door onderzoekers van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Uit de studie `Geven in Nederland 1999' blijkt dat er een duidelijke relatie bestaat tussen de hoogte van de gift en het kerkbezoek; hoe vaker iemand naar de kerk gaat, des te hoger de gift. Zo geeft 73 procent van de gevers die meer dan één keer per week naar de kerk gaan een grote gift (minimaal 180 gulden) terwijl dat percentage voor mensen die nooit naar de kerk gaan op 20 procent ligt. ,,Als er binnen de groep gevers gekeken wordt naar de hoogte van het bedrag'', aldus de onderzoekers, ,,dan valt op dat gereformeerden hogere bedragen geven dan individuen die zich niet tot een kerkgenootschap rekenen of individuen die tot een andere religie behoren''. Penningmeester Gerrits van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt in Hasselt: ,,Het aantal randkerkelijken (leden die niet deelnemen aan het kerkelijke leven en geen geld geven, red.) is relatief klein bij de Gereformeerde Kerk Nederland.''

De meeste kerkgenootschappen kennen geen contributiegeld of verplichte bijdrage. Maar naarmate de ontkerkelijking verder doorzet – de katholieke kerk verloor in 1997 50.000 leden, de hervormde kerk 60.000 en de gereformeerde kerk 13.000 – wordt steeds scherper gelet op wie wat geeft. Gereformeerde leden die `achterblijven' kunnen volgens Gerrits rekenen op een bezoek van de ouderling. Nieuwe leden moeten op papier vastleggen hoeveel zij maandelijks of jaarlijks aan de kerk afdragen. De Generale Synode der Nederlands Hervormde Kerk merkt in haar verslag van de actie Kerkbalans 1998 op dat ,,de aandacht voor weigerachtigen van groot belang is voor de positie van de Hervormde gemeenten''. Driekwart van de Nederlands Hervormde Gemeenten besteedt aandacht aan niet-betalers. De leden worden schriftelijk of persoonlijk benaderd; soms volgt een publicatie in het kerkblad.

Het geefgedrag van Nederlandse joden werd nooit eerder onderzocht, maar een kleine steekproef leert dat zij veel investeren in hun geloofsgemeenschap.

Volgens J. Goudsmit, medewerker van de Liberaal Joodse Gemeente (LJG) in Amsterdam kennen joodse gemeenten een verplichte bijdrage die varieert van 2,2 tot 2,4 procent van het belastbaar inkomen van een lid. Met uitzondering van studenten en minima droegen leden van de LJG Amsterdam in 1999 minimaal 510 gulden af. Goudsmit schat de gemiddelde donatie per lid op 900 tot 1.000 gulden. ,,Er bestaat geen maximum bijdrage, maar er zijn leden die jaarlijks vijf- tot achtduizend gulden afdragen.''

Ondanks de relatief hoge contributie kampen veel joodse kerkgenootschappen met tekorten. Het ledenaantal van vooral de orthodox-joodse gemeenten slinkt al jaren. Een synagoge die op sabbatmorgen veertig leden trekt is al lang geen uitzondering meer. Met alle financiële gevolgen van dien.

Hoe anders is dat voor de moskeeën die de laatste jaren als paddestoelen uit de grond schoten. Anno 1999 telt Nederland 220 Turkse, 120 Marokkaanse en 50 Surinaamse gebedshuizen voor moslims. De islamitische gemeenschap groeit uit zijn jasje. In Deventer, Rotterdam en Amsterdam zijn nieuwe moskeeën in de maak die grotendeels uit eigen zak worden betaald. Draagkrachtige leden betalen per jaar zo'n duizend tot tweeduizend gulden om de bouw en het onderhoud van hun moskee te bekostigen. Vooral tijdens de Ramadan, het Suikerfeest en het Offerfeest wordt flink gecollecteerd, zowel in binnen- als buitenland.

Volgens een medewerker van de Islamitische Stichting Nederland in Den Haag, die liever anoniem wil blijven, kennen moskeeën officieel geen verplichte bijdrage, maar wordt in de praktijk een minimumbedrag van 300 gulden per jaar aangehouden. Zelf maakt hij maandelijks 25 gulden over naar een moskee in de buurt; tijdens de Ramadan stopt hij vijfhonderd gulden in het potje.

J. Lasker, directeur van het Rotterdamse onderzoeksbureau Mediad voorspelt dat de inkomsten van kerken de komende eeuw zullen toenemen dankzij een veranderd giftenpatroon. Waar een grote schare kerkgangers haar geld vroeger stak in een Actie Mitch, Kosovo of Turkije zoeken de trouwe overblijvers het de komende jaren dichter bij huis: de noden van minderbedeelde parochieleden. ,,Maar'', zegt Lasker ,,er is een gevoelsmatige grens, want de angst voor de bedeling van weleer blijft overheersen. Gelovigen zullen de komende jaren tussen beide klippen door laveren.''