Knagen aan de mythe van Bauhaus

,,Bauhaus is de meest invloedrijke architectonische en vormgevende stroming van deze eeuw.'' Zo luidt de onheilspellende aankondiging van de eerste van vier documentaires over de `invloed en geschiedenis van het Bauhaus' die de TROS op de zaterdagavonden van december uitzendt. Het Bauhaus een stroming? En dan nog een `vormgevende' stroming ook? Sinds wanneer geeft een stroming vorm? En was het Duitse Bauhaus niet gewoon een school die een belangrijke bijdrage leverde aan het ontstaan van het functionalisme, de belangrijkste stroming in de architectuur en industriële vormgeving van deze eeuw?

Gelukkig blijft al te groot onheil uit. Na beelden van Chicago, de Amerikaanse metropool die er volgens de Engelse documentaire-maker Frank Whitford zonder het Bauhaus heel anders zou hebben uitgezien, volgt de turbulente geschiedenis van de school, van de oprichting in 1919 in Weimar tot de ondergang in Berlijn veertien jaar later. Jammer genoeg gebeurt dit op een heel brave manier. Bauhaus; het Gezicht van de Eeuw heeft erg veel weg van schooltelevisie: alle basisweetjes en clichés komen erin voor en verder gaat het niet. Zelfs Charles Jencks, de welbespraakte profeet van het postmodernisme die naast architect Philip Johnson en ex-Bauhausleerlingen aan het woord komt, weet niets geestigs of scherps te melden.

Zo houdt de documentaire de mythe in stand. Keer op keer krijgen we te horen hoe bij het Bauhaus alles in het teken stond van doelmatigheid en zakelijkheid, hoewel nu wel vast staat dat veel van de gebruiksvoorwerpen en gebouwen hun functionaliteit slechts suggereerden. Het beruchtste voorbeeld hiervan is wel het veelbezongen Bauhaus-gebouw zelf, dat in 1926 naar een ontwerp van directeur Walter Gropius in Dessau werd gerealiseerd. Strak en zakelijk ziet dit glaspaleis eruit, maar in het dagelijks gebruik was en is het een ramp. Het is erg duur in onderhoud en als de zon schijnt is het er binnen door de hitte niet te harden. En 's winters is het er niet warm te stoken. Ook de bewering dat de Bauhaus-meubelen doelmatig en goedkoop waren wordt in de documentaire als een mantra herhaald. Maar voor arbeiders waren de stalen-buizen-meubelen onbetaalbaar en de Wassily-fauteuil van Marcel Breuer is een oncomfortabele stoel.

Wat deze documentaire de moeite waard maakt, zijn dan ook niet de interviews als wel de oude beelden die Whitford heeft weten op te duiken. Hoogtepunt is het filmpje Die schaffende Hand, waarin Bauhaus-docent Wasily Kandinsky als de Bob Ross van de abstracte schilderkunst laat zien hoe je snel en gemakkelijk een non-figuratief werkje vervaardigt.

Veel kritischer en daarom interessanter is de documentaire Bauhaus in Amerika die volgende week wordt uitgezonden. Nadat de nazi's de school in 1933 hadden gesloten, vertrokken de ex-directeuren Walter Gropius en Ludwig Mies van der Rohe naar de Verenigde Staten waar ze les gingen geven aan gerenommeerde universiteiten. Aan de hand van verhalen van oud-studenten als I.M. Pei en Bertrand Goldberg en van schrijver-journalist Tom Wolfe laat de film zien hoe de Bauhäusler de Amerikaanse architectuur beslissend veranderden.

Meer dan de eerste documentaire steunt Bauhaus in Amerika op `talking heads'. Dit werkt een zekere saaiheid in de hand, maar in ieder geval schuwt regisseuse Judith Pearlman niet de grote kwesties die het werk van Gropius en Van der Rohe heeft opgeroepen. Verschillende sprekers stellen aan het einde van de documentaire vast dat Van der Rohe's adagium `less is more' bij mindere architecten leidde tot dorre, anonieme dozen van glas en staal. Zelfs de bewering dat het Bauhaus en de moderne architectuur de steden heeft vernietigd, valt te beluisteren. Zo gaat de mythe van het Bauhaus ten slotte toch nog aan diggelen.

Bauhaus: het Gezicht van de 20ste eeuw, zaterdag, TV2, 0.35-1.25u.; Bauhaus in Amerika (11 dec); Mies (18 dec); Plan the impossible! (25 dec)